Geef rechter-commissaris actievere rol

In de discussie over de Schiedamse moordzaak is vrijwel geen aandacht besteed aan de positie van de rechter-commissaris in strafzaken (rc). Ten onrechte. De rc kan in gevallen als deze een actieve rol spelen, waardoor veel van de hier opgetreden problemen zouden kunnen zijn voorkomen.

De rc heeft een wat ambivalente positie. Hij is rechter, maar spreekt geen recht. Sterker nog, de wet verbiedt hem mee te oordelen over de zaak waarbij hij als rc is betrokken. Anderzijds verricht hij handelingen in de vervolgingsfase van het strafproces, maar hij is geen officier van justitie.

Getalsmatig is de rc het meest betrokken bij zaken, als degene die moet beslissen over de verlenging van het voorarrest van een verdachte na de paar dagen die politie en justitie kunnen opleggen. Vaak blijft het daarbij. In ernstiger zaken waarin meer onderzoek nodig is, verricht de rc ook andere handelingen. Dat gebeurt dan in het kader van een zogeheten gerechtelijk vooronderzoek (gvo). Hij kan zelfs al bij een strafrechtelijk onderzoek worden ingeschakeld, voordat degene die het betreft weet dat hij van een misdrijf wordt verdacht. Zo moet hij in het algemeen toestemming voor het aftappen van iemands telefoon geven.

De belangrijkste functie van de rc bij het gvo is ervoor te zorgen dat de rechters die de (openbare) terechtzitting voeren, een compleet dossier op hun bureau krijgen. Over de taakvervulling van de rc daarbij bestaan verschillende opvattingen. Sommigen beschouwen hem uitsluitend als degene die verzoeken van de verdediging en de officier van justitie uitvoert, zoals het onder ede horen van getuigen (of het horen van de verdachte zelf) en het laten vervaardigen van technische of persoonsgerichte onderzoekrapporten (iets wat de officier van justitie tegenwoordig ook meer zelf kan doen). In die taakopvatting fungeert de rc als een luik waardoor het dossier na het vervullen van de wensen van verdediging en officier van justitie met de verslagen van de verhoren en de rapporten naar de zittingsrechters kan worden geschoven.

De rc kan zijn taak echter ook ruimer opvatten – en dat lijkt mij de juiste instelling. Niet alleen kan hij van meet af aan actief nagaan of nader onderzoek moet worden verricht en daartoe stappen ondernemen in plaats van af te wachten wat verdediging en officier van justitie van hem vragen. Als hij voortvarend te werk gaat, beperkt hij de kans op zogeheten proformazittingen en bespoedigt hij het proces. Hij heeft daarbij niet alleen de taak belastend bewijs te vinden of uit te diepen, maar juist ook de plicht mogelijk ontlastend materiaal aan het licht te (laten) brengen.

Verder kan hij, ook als verzoeken van de betrokken partijen zijn uitgevoerd, het dossier analyseren en beoordelen of meer onderzoek nodig is. Zo kan hij tot de conclusie komen dat (nog meer) getuigen moeten worden gehoord. Verder kan hij van mening zijn dat een rapport vragen oproept, bijvoorbeeld als daarin geen eenduidige conclusie staat. Dan heeft hij het recht – en de plicht – pogingen te doen op die vragen antwoorden te krijgen, door een nader rapport te vragen of door de makers te horen.

Zowel de officier van justitie als de verdediging heeft het recht bij een dergelijk verhoor aanwezig te zijn en vragen te stellen. Het voordeel is dat het verhoor niet in het bijzijn van de verdachte en niet in de openbaarheid geschiedt (ook al komt het verslag daarvan uiteindelijk wel op de openbare zitting ter sprake). De rapporteurs zullen zich daardoor minder geremd voelen in het geven van antwoorden.

Willem F. Korthals Altes is raadsheer bij het gerechtshof in Arnhem; van 1995-2004 rechter in de rechtbank Amsterdam, onder andere als rechter-commissaris van 1997-2000.

    • Willem F. Korthals Altes