Eisen aan Antillen soepeler

Nederland stelt de Antillen geen directe voorwaarden voor de toekomstige verhoudingen binnen het koninkrijk. Dat is de uitkomst van een overleg tussen minister A. Pechtold (Koninkrijksrelaties, D66), de Antilliaanse regering en de Antilliaanse eilanden op Curaçao.

Pechtold schreef eind augustus aan de Tweede Kamer dat Nederland eerst financiële discipline van de Antillen eiste voordat er verder gepraat kon worden. Begin deze maand liet de minister, na overleg met de Antilliaanse premier E. Ys, deze voorwaarde vallen. In de slotverklaring van het overleg staat dat ,,in parallelle trajecten afspraken worden gemaakt over staatkundige hervormingen enerzijds, en financieel-economische kwesties, rechtshandhaving en goed bestuur anderzijds''.

Per juli 2007 houden de Antillen op te bestaan. In referenda stemde Curaçao en Sint Maarten voor de status van zelfstandig land binnen het koninkrijk. Bonaire en Saba willen directe banden met Nederland, terwijl Sint Eustatius nog voor de Antilliaanse identiteit opteert. De boedelscheiding van de Antillen, inclusief een staatsschuld van 2,4 miljard euro, is daarbij problematisch.

Volgens premier Ys is het nu ,,duidelijk dat er geen koppeling tussen de parallelle trajecten bestaat''. Pechtold meent echter dat de nieuwe staatkundige verhoudingen en een gedegen financiële huishouding automatisch samenvallen. ,,Als je het over de staatkundige veranderingen hebt moet je het ook over de schuldenverdeling hebben. Dat kan niet anders.''

Voor het eerst schoof Nederland aan bij de besprekingen over de opheffing van de Antillen. Er ontstonden verhitte discussies, waarbij Pechtold de delegaties van de eilanden met opgeheven vinger toesprak. ,,Curaçao'', zegt delegatieleider S. Ignacio van de Curaçaose arbeiderspartij FOL, ,,wilde expliciet in de slotverklaring hebben dat de parallelle trajecten elkaar niet belemmeren. Maar we moeten Pechtold op zijn woord geloven.''