De dagen daarvoor

Merkwaardig hoe plotseling de dingen gebeuren, hoe plotseling iemand er niet meer kan zijn. Dat weten we wel natuurlijk, dat een hart zo maar stil kan staan, dat we voor het voortbestaan afhankelijk zijn van maar dunne bloedvaten en dat kleine propjes, haperingen, beschadigingen fataal kunnen zijn. Maar het is zo veel, een mens met een lang leven, dat de gedachte moeilijk te verdragen is dat iemand met al zijn herinneringen, met zijn hele bestaan, kennis, persoonlijkheid, zijn eigen stem en gebaren, alleen maar bestond bij de gratie van dat braaf kloppende hart.

Vorige week overleed, doordat zijn hart het opgaf, Reinold Kuipers, oud-directeur van Querido's uitgeverij. Hij is 91 geworden, dus het lot is wat langlevendheid betreft niet onaardig tegen hem geweest en in zo'n geval hoort men dankbaar te zijn voor het feit dat iemand er zo lang geweest is. Hij was de laatste van de grote uitgevers, de uitgevers die een zowel idealistisch als goedlopend bedrijf hadden waarvan zij de natuurlijke spil waren, geen boekenfabrieken waar auteurs in en uit fladderen, nog geen bestsellercultuur, het boek nog iets moois, de poëzie een belangrijk zij het weinig geconsumeerd genre; de uitgever, Van Oorschot, Lubberhuizen, Kuipers, een meneer die het klimaat op de uitgeverij bepaalde; redacteuren niet een soort voetballers wier transfers in de krant gemeld worden. Het stond in alle necrologieën, dat Kuipers een directeur was die zei: ,,Wij geven hier auteurs uit.'' Geen losse werken, maar oeuvres. Was iemand geaccepteerd, dan moest hij het wel heel bont maken wilde de firma hem of haar weer laten vallen. Ik weet niet eens of zoiets ooit voorgevallen is.

Nu kan dat allemaal niet meer op die manier, de wereld is veranderd en dat is ook niet erg, ze moet nu eenmaal veranderen. Maar dat neemt niet weg dat met iemands dood die oude wereld ook definitiever verdwenen is. Het is allemaal zo voorbij, dat wat belangrijk was toen iemand die nu oud is, jong was. Als zo iemand er zelf niet meer is, is ook de toegang tot die vroegere wereld afgesloten. Sommige namen hoor je nooit meer uitgesproken worden, omdat er eenvoudig niemand meer is die de bijbehorende mensen heeft gekend. Sommige herinneringen worden niet meer opgehaald. Een weergave uit ondervinding van hoe de wereld was in de jaren dertig – kom er maar eens om. Je zou de oudste mensen die je kent veel meer moeten koesteren, veel meer moeten uithoren, zo veel mogelijk moeten zorgen dat iets van hun wereld ook in de jouwe doordringt, want straks ben je zelf de oudste en dan is er niemand meer die over jouw leven heenreikt tot daarvoor, dan zal je dat echt zelf moeten doen, met geleende herinneringen.

Soms bekruipt je sterk het gevoel dat het allemaal zeer zinloos is, al dat geleef, gedenk, geoordeel, gelees, als we tóch gewoon doodgaan, over jaren of morgen, wie zal het zeggen. Maar misschien is dat ook juist wat maakt dat je het zo vaak wel de moeite waard vindt, dat leven van je. Zoals wanneer er 's avonds iemand komt eten van wie je houdt, de hele dag onder spanning staat, want daarvóór moet van alles gebeuren, je werkt gedisciplineerder, leest geconcentreerder, besteedt je tijd goed. ,,Geeft dat ons zijn afzienbaar is, een zin?'' schreef de dichter C.O.Jellema. Het is een vraag, en geen retorische, denk ik, maar wel een vraag waarin het vermoeden van het antwoord besloten ligt.

Dat antwoord is alleen absoluut niet waaraan je denkt als ineens de telefoon gaat en een stem aankondigt dat de wereld nooit meer hetzelfde zal zijn: je vader is ingestort, je vriend heeft een zware hartaanval gehad, iemand moet een been missen, er is een kind geboren, mensen gaan uit elkaar, verhuizen, trouwen. Voortdurend gebeurtenissen die de tijd verdelen in een voor en een na.

,,The day before you came'' dat hij daar een gedicht over geschreven had zei een bevriende dichter. Een peilloos onderwerp. Er is een dag geweest, zomaar een dag, waarop je nog niet degene kende die nu je leven bepaalt en die ook de laatste dag van dat oude leven was. Het klinkt, achteraf, alsof dat een dag vol verwachting geweest moet zijn, een heel bijzondere dag. Zoals mensen ook graag zeggen: ,,Ik heb haar nog gesproken een dag voor ze stierf.'' ,,Hij is nu dood, maar vorige week dinsdag had ik hem nog aan de telefoon.'' Alsof de dagen voor het verdwijnen ook echt de dagen voor het verdwijnen waren, niet gewoon maar dagen.

Leef je steeds achteraf?

De dag voordat je kwam, dat is de dag waarop je nog niet wist wie je worden zou, de dag dat je leven geen enkele kant nog op ging, maar dat wist je niet, je dacht dat het gewoon je leven was. En het wás ook gewoon je leven. We vertellen al onze verhalen altijd verkeerd, altijd maar met het einde in gedachten. Misschien bijna met de hoop dat het vertellen de zaak nog kan veranderen. Alsof je zo zou kunnen vertellen dat iemand toch niet in die auto gestapt is waarmee hij dat rampzalige ongeluk zou krijgen. Er zijn eindeloos veel gedachte-experimenten gedaan waarin iemand zich voorstelt wat er gebeurd zou zijn als hij een minuut later uit de bus was gestapt, een uur eerder was opgehouden met werken, niet even opzij had gekeken enz. De neus van Cleopatra, als die nu iets kleiner was geweest, hoe zou de wereldgeschiedenis er dán hebben uitgezien. Zo brengt een vlindervleugelslag uiteindelijk een orkaan teweeg.

Die tijd van ons, met zijn oorzaken en gevolgen, met zijn minuten en jaren en zijn lineaire onverbiddelijke voortgang, misschien is die wel het verkeerde verzinsel. Gelijktijdigheid, verschijnen en verdwijnen, alles in een vloeiende beweging, zo zou je het ook kunnen zien.

Nee, zo zou je het niet kunnen zien. In de wereld waarin we leven was er een dag voor je kwam, en er was een dag waarop ineens Reinold Kuipers dood was, en er was, zoals de dichter Robert Anker eens schreef ,,de kwestie van het doorleven./ Dat we dat doen.''

    • Marjoleine de Vos