CDA laat burger boeten

Bert de Vries heeft gelijk als hij stelt dat het CDA een neoconservatieve partij is geworden, meent Jet Bussemaker.

Het boek van Bert de Vries – Overmoed en onbehagen – heeft heel wat losgemaakt, niet in de laatste plaats in eigen CDA-kring. Het valt op dat de meeste reacties van CDA-prominenten zich concentreren op het willen ontkrachten van de feiten die De Vries aanvoert. Zo ook CDA-partij-ideologen Lans Bovenberg en Ab Klink (Opiniepagina, 9 september). Zij verwijten De Vries achterhaalde rekensommen te gebruiken en betogen dat het het CDA niet om een ideologie van bezuinigingen gaat, maar om het bevorderen van participatie. Maar in hoeverre zijn deze feiten eigenlijk hard te maken?

Nemen we de WAO. Dit kabinet heeft besloten alle WAO'ers te herkeuren tegen strengere normen dan voorheen. Het gaat hier om ruim 300.000 mensen. Sinds oktober vorig jaar zijn 55.000 mensen herkeurd. Van 19.000 is de uitkering verlaagd of beëindigd. De uitkeringen zijn veel sterker gedaald dan verwacht en het kabinet haalt meer bezuinigingen binnen. Maar van die 19.000 zijn slechts 900 mensen er in geslaagd werk te vinden, dat is 4,7 procent. Hoezo participatie boven bezuiniging?

En dan de kinderopvang. De nieuwe wet die in 2005 is ingevoerd, moest de arbeidsparticipatie van vooral vrouwen bevorderen, maar door de complexiteit van de wet en het afschuiven van verantwoordelijkheden tussen werkgevers en overheid leidt het in de praktijk tot het tegenovergestelde effect.

En neem de oudere werknemers. De ingrepen in VUT en prepensioen hadden tot doel de arbeidsparticipatie van oudere werknemers te bevorderen, terwijl de levensloopregeling meer mogelijkheden voor tussentijdse rust zou moeten creëren. In de praktijk lijkt het omgekeerde te gaan gebeuren; sociale partners repareren in

CAO's prepensioen, terwijl er van de levensloopregeling niets terecht lijkt te komen.

De voorzichtige stijging die te zien is in de arbeidsparticipatie van ouderen is dan ook geen gevolg van de ingrepen in VUT en prepensioen, maar al zichtbaar sinds midden jaren negentig van de vorige eeuw, toen sociale partners afspraken maakten over omzetten van VUT in prepensioen.

CDA-ideologen zullen mij nu waarschijnlijk tegenwerpen dat de genoemde maatregelen nodig zijn om de problemen van 2040 op te lossen. Maar waarom presenteerde het kabinet geheel eigen plannen terwijl de direct betrokkenen, zoals sociale partners bij VUT en prepensioen, allang bezig waren om afspraken te maken over hogere arbeidsparticipatie van ouderen? Waarom durft het kabinet eigenlijk wel forse ingrepen aan als het gaat om de sociale zekerheid en de zorg, maar deinst het terug bij de kilometerheffing? En waarom is het CDA zich niet rot geschrokken van de hoofdconclusie van het meest recente rapport van het Sociaal Cultureel Planbureau dat de maatschappelijke ongelijkheid sinds 2002 fors is toegenomen?

Mijn conclusie is dat hier niet alleen feiten aan de orde zijn, maar ook ideologie. En juist op de stelling van Bert de Vries dat het CDA een ideologische omslag heeft gemaakt van middenpartij naar neoconservatieve partij, gaat geen CDA'er serieus in. Terwijl het CDA zich geheel heeft vereenzelvigd met het kabinetsbeleid. Dit beleid wordt gekenmerkt door een neoconservatieve ideologie waarin het geloof in eigen verantwoordelijkheid is verworden tot een zichzelf herhalend mantra, en waarin de liberale agenda van minder overheidsuitgaven naadloos aansluit op het calvinistische idee dat de burger moet boeten voor de zonde van alle welstand van weleer.

Jet Bussemaker is lid van de Tweede Kamer en maakt deel uit van de PvdA-fractie.

    • Jet Bussemaker