Zijn vreetbuien af te leren?

Eetstoornissen zoals die van William Leith (zie pag. 1) zijn te behandelen, hoort Ellen de Bruin

Hoe behandel je eetstoornissen zoals binge eating disorder (BED), boulimie of anorexie (zie pag. 1)? Anita Jansen, hoogleraar klinische psychologie aan de Universiteit van Maastricht, gespecialiseerd in eetstoornissen, en Alfred Lange, hoogleraar klinische psychologie aan de Universiteit van Amsterdam, gespecialiseerd in cognitieve gedragstherapie onderzoeken eetstoornis-therapieën. De behandeling van een eetstoornis bestaat uit verschillende onderdelen, vertellen ze.

NORMALER LEREN ETEN – Mensen met een eetstoornis hebben een heel gestoord eetpatroon. Ze eten bijvoorbeeld heel lang niets en (in het geval van boulimie of BED) daarna heel veel tegelijk. Ze verbieden zichzelf vaak bepaalde soorten voedsel, maar als ze een eetbui hebben, eten ze daar wel veel van. Samen met hun therapeut leren ze een regelmatig eetpatroon op te bouwen: ontbijt, lunch, avondeten en tussendoortjes. Volgens Alfred Lange is een diëtist daarbij meestal niet nodig: ,,Mensen met een eetstoornis weten zelf vaak precies hoeveel calorieën en voedingsstoffen overal inzitten. Dat zijn zelf halve diëtisten.'' Braken of laxeren mag niet: ,,Dat is veel ongezonder dan nog iets aankomen.''

NORMALER LEREN DENKEN – Patiënten moeten leren om verkeerde gedachten over eten, dik zijn en zichzelf te vervangen door meer functionele, positieve gedachten. Als iemand denkt: `ik ben lelijk en dik en niemand wil met mij praten', dan moet hij of zij leren om daar andere gedachten tegenover te stellen, bijvoorbeeld `ik mag dan dik zijn, maar ik ben wel aardig en leuk gezelschap'. Zelfvertrouwen opbouwen is erg belangrijk.

NORMALER GEDRAG VERTONEN – Mensen met eetbuien moeten de momenten leren herkennen waarop de drang om te eten het meest voorkomt. ,,Vaak als ze zich depressief voelen'', aldus Alfred Lange. Op die momenten moeten ze leren iets te doen waardoor ze niet meer kúnnen eten, zoals wandelen of naar iemand toegaan. ,,Elke keer dat je het patroon doorbreekt, is winst: daarmee vermindert de koppeling tussen gevoel en gedrag.'' Anita Jansen laat mensen in een later stadium soms een eetbui naspelen: ,,Als ze de drang voelen, moeten ze zich omringen met al het voedsel dat ze tot zich willen nemen. Ze moeten eraan ruiken, ernaar kijken, maar ze mogen het niet opeten. Dan dooft ook de relatie tussen de drang en het eten.''

EN ALS JE NIET WEET HOE HET KOMT? – Het hoeft niet erg te zijn als onduidelijk is waardoor precies iemand een eetstoornis heeft gekregen, als je er maar iets aan kunt doen. En lukt vaak heel goed met behulp van de hierboven beschreven cognitieve gedragstherapie, daarvoor hoef je niet per se te graven in iemands jeugd. Het is net als stoppen met roken: iemand hoeft niet te weten waarom hij of zij rookt, om toch te kunnen stoppen.

    • Ellen de Bruin