Waar blijven de opdrachten na Katrina?

De Nederlandse watersector wordt wereldwijd geroemd om zijn kennis, maar slaagt er beperkt in die om te zetten in orders voor waterbedrijven.

Amerika heeft een deltaplan nodig voor het repareren van de schade die de orkaan Katrina heeft aangericht. En wie kan de Amerikanen daar beter bij helpen dan de bouwers van de Nederlandse Deltawerken? Niet voor niets heeft Rijkswaterstaat al sinds mei vorig jaar, ver voor Katrina, een overeenkomst met het Amerikaanse Corps of Engineers (de civiele tak van het Amerikaanse leger) waarin staat dat Nederland en de VS kennis op het gebied van water zullen uitwisselen.

,,We hebben direct na de overstroming samen met Rijkswaterstaat een team van deskundigen bijeengeroepen, die de situatie in kaart hebben gebracht'', zegt directeur Jeroen van der Sommen van het Netherlands Water Partnership (NWP), het samenwerkingsverband van publieke en private waterbedrijven. ,,We staan klaar om te assisteren bij het repareren van de dijken, het wegpompen van het water en het zuiveren van de slibverontreiniging.''

Rijkswaterstaat heeft de Amerikanen direct na de overstroming aangeboden de Nederlandse kennis en ervaring in te zetten bij de bestrijding van de wateroverlast in New Orleans. Sindsdien is het stil. ,,Het is wachten tot de Amerikanen er gebruik van willen maken.''

Tot nu toe is slechts een handvol Nederlandse bedrijven, waaronder bergingsbedrijf Smit en ingenieursbureau Arcadis, in het overstromingsgebied in de VS actief. Het is onzeker of de Amerikanen nog andere Nederlandse waterbedrijven – zoals baggeraars, dijkenbouwers, pompenleveranciers of specialisten op het gebied van waterzuivering – zullen inschakelen. ,,Dat is een terugkerend probleem van de watersector'', zegt Van der Sommen. ,,We worden geroemd om onze kennis en we houden overal fantastische lezingen, maar dat zou tot meer concrete opdrachten moeten leiden.''

Volgens de Delfste hoogleraar techniek, bestuur en management Guus Berkhout werkt de Nederlandse watersector te weinig marktgericht. ,,Nederlandse waterbedrijven zijn heel erg op de techniek gefocust, maar vergeten wel eens dat ze hun kennis moeten omzetten in concrete producten en diensten.'' Berkhout adviseerde het NWP en ingenieursorganisatie CUR bij het opstellen van het rapport `Een wereld om water', over de toekomst van de Nederlandse watersector, dat eerder deze week aan minister Brinkhorst (Economische Zaken) en staatssecretaris Schulz van Hagen (Verkeer en Waterstaat) werd aangeboden.

De Nederlandse watersector, goed voor 70.000 werknemers en 13,2 miljard euro omzet, groeide de afgelopen tien jaar gemiddeld met 7 procent per jaar, becijferde Berkhout. ,,Dat lijkt heel behoorlijk, maar wereldwijd groeide de watermarkt met 11 procent per jaar, dus we raken ieder jaar verder achterop.'' Bovendien is de export, die tot 2002 toenam, de laatste drie jaar gedaald. De Nederlandse watersector haalt een derde van zijn omzet uit het buitenland. ,,Dat is weinig als je bedenkt dat de mondiale watermarkt zo'n 158 miljard euro groot is.''

De watermarkt groeit dankzij de groeiende wereldbevolking, klimaatveranderingen (waardoor de zeespiegel stijgt en dichtbevolkte, laaggelegen gebieden kwetsbaarder worden) en de toename van industrieel watergebruik in opkomende markten, zoals China. Nederlandse waterbedrijven zouden op die ontwikkelingen moeten inspelen, maar in plaats daarvan richten ze zich vooral op hun eigen nichemarkten. ,,Vaak hebben ze een product of systeem ontwikkeld, dat ze steeds verder verfijnen en waarvan ze de levensduur zo lang mogelijk rekken. Wat vrijwel niet gebeurt, is dat ze eerst onderzoeken waar in de markt behoefte aan is.''

Veel Nederlandse waterbedrijven zijn regionaal georiënteerd, zoals de (publieke) waterschappen en waterleidingmaatschappijen. In de private sector zijn wel internatonale spelers actief, maar die zijn vooral goed op hun eigen deelterrein. Zo behoren Boskalis en Van Oord tot de grootste baggerbedrijven ter wereld, is Wavin één van de grootste producenten van kunststof waterleidingen, speurt Fugro overal op de wereld zeebodems af naar olie- en gasvoorraden en levert Norit wereldwijd waterzuiveringsinstallaties op basis van membraantechnologie.

Maar echte watermultinationals heeft Nederland niet. Om toch mee te kunnen dingen naar grote internationale projecten, zouden Nederlandse waterbedrijven samen moeten optrekken, vindt Berkhout. ,,Door consortia te vormen, kunnen ze verschillende disciplines bij elkaar brengen en samen meedingen naar opdrachten.''

Een nadeel is dat 70 procent van de sector bestaat uit overheidsbedrijven en publiek gefinancierde kennisinstellingen. ,,Die richten zich op de uitvoering van hun publieke taak en begeven zich niet of nauwelijks op de internationale watermarkt'', zegt Berkhout. Vaak mogen ze dat ook niet, zelfs niet binnen de EU. ,,Dat is zonde, want zo blijft veel kennis onbenut.'' Of de kennis wordt wel verspreid, op internationale watercongressen en onder wetenschappers, maar Nederlandse bedrijven doen er te weinig mee. ,,Dan gaan buitenlandse bedrijven ermee aan de haal.''

Berkhout pleit voor meer publiek-private samenwerkingsvormen in de watersector, in een constructie die geen al te grote risico's voor de publieke waterbedrijven met zich meebrengt. ,,Want wat we natuurlijk niet willen, is dat in Nederland het drinkwater duurder wordt omdat de waterleidingmaatschappij in het buitenland verlies lijdt.''

Bij internationale waterprojecten gaat het volgens Berkhout in veel gevallen niet om riskante commerciële avonturen, maar om opdrachten van buitenlandse overheden of organisaties die zich met ontwikkelingshulp bezighouden. Te denken valt aan landaanwinningsprojecten, het bouwen van dijken en afwateringssystemen, de aanleg van irrigatiesystemen of het beheer van de drinkwatervoorziening in een gebied.

De samenwerking in de watersector die Berkhout voor ogen heeft, kwam na de overstroming van New Orleans snel en soepel tot stand, zegt NWP-directeur Van der Sommen. ,,Na zo'n grote ramp komt de hele wereld de Deltawerken bekijken. Daar moeten we op inspelen. Niet alleen bij een incident als dit, maar structureel.''

Na de reparatie van de dijken en het leegpompen van New Orleans, moet het echte werk immers nog beginnen. ,,Er is een nieuwe, meer natuurlijke manier van waterbeheer nodig. Alleen wat dijken verhogen is niet genoeg. New Orleans moet sluizen en waterkeringen bouwen om zich voor de lange termijn tegen het water te beschermen. Als Nederlandse watersector moeten we daar een rol bij spelen.''

    • Jochen van Barschot