Vrouwtjes van Grote hoefijzerneuzen delen partners met familie

De Grote hoefijzerneus-vleermuis blijkt een ongewoon paringssysteem te hebben. Vrouwelijke Grote hoefijzerneuzen hebben relatief vaak dezelfde paringspartner als hun directe vrouwelijke familieleden (moeders, grootmoeders, zussen, nichten enzovoorts). Bij andere diersoorten (zoals leeuwtamarindes) komt het delen van de sekspartner door moeder en dochter ook wel voor, maar dan is er altijd sprake van één dominant mannetje met een harem. Bij deze vleermuizen leiden de vrouwen daarentegen hun eigen leven, met eigen kolonies. Zonen verlaten na een jaar de kolonie, dochters blijven. Contact met de alleen levende mannetjes is er slechts in de paartijd (Nature, 15 sept).

Opvallend in dit systeem is dat de vrouwen relatief weinig met hun mannelijke bloedverwanten paren, waardoor inteelt wordt voorkomen. De gemiddelde periode dat een partnerschap tussen een mannetje en een groepje nauwverwante vrouwtjes duurt (twee tot acht jaar) zou die paring tussen vader en (een nieuwe) dochter wel mogelijk maken. De seksuele gewoonten van de Grote hoefijzerneus zijn vastgesteld door observatie sinds 1982 van een hoefijzerkolonie in Gloucester, sinds 1993 werden daar ook DNA-monsters genomen. De Grote hoefijzerneus is een zeldzame vleermuis, die in Nederland is uitgestorven.

Het paringsysteem kan in de evolutie van de vleermuis op allerlei manieren tot stand zijn gekomen (door kopiëren van elkaars paargedrag of door informatieuitwisseling over paarplekken). Maar het gevolg van het systeem is versterking van de sociale samenhang van de (vrouwen-)kolonies. Want door het delen van de partner is de onderlinge verwantschap groter dan anders: nu is een tante van moederszijde vaak ook een halfzuster van vaderszijde.

Onder de leden van de kolonie konden de onderzoekers twintig groepen van verwante vrouwtjes onderscheiden die onderling hun partner deelden – met 2 tot 5 vrouwtjes per groep.

    • Hendrik Spiering