Thuiskomen

Na correspondentschappen in Indonesië van 1990 tot 1996 en van 1999 tot 2005 zoekt Dirk Vlasblom weer aansluiting in Nederland. De komende weken doet hij verslag.

Meest gehoorde vraag na mijn terugkomst: ,,Het is wennen, zeker?'' Bedoeld wordt natuurlijk: kun je wel zonder de vrijheid, de tropenwarmte? Hoe bevalt het te leven net als wij, werkers van acht tot vijf? De vraag houdt het midden tussen leedvermaak met de gevallen engel die het paradijs heeft verspeeld en hartelijkheid jegens de verloren zoon die het zwerven heeft opgegeven.

De voor- en nadelen van Indonesië en Nederland zijn afgewogen en, geloof me, de offers zijn te overzien. Deze stukjes gaan dan ook niet over nostalgie. Ze gaan over thuiskomen.

Een enkeling vraagt: ken je Nederland nog? Die vraag is interessant. Na jaren Azië ben ik weer thuis. Maar repatriëren is niet het simpelweg weer oppakken van oude draden, want behalve jijzelf is ook `thuis' veranderd. Terugkomen is voor een niet onbelangrijk deel een inhaalmanoeuvre, een versneld afstemmen op nieuwe golflengtes.

Wie zich opnieuw wil voegen in de Nederlandse samenleving, melde zich bij een gemeentelijk loket. De procedure is vertrouwd: nummertje trekken, formulieren invullen en de leges voldoen bij de kassa. De moderne burger staat evenwel niet alleen ingeschreven maar is ook aangesloten, en liefst op meer dan één netwerk. Dat wil zeggen: op een landlijn, op een mobiele telefoonnet, op kabel- of digitale televisie, op adsl en e-mail. Hoger opgeleide, stedelijke Indonesiërs surfen ook op het internet maar wie niet heeft doorgeleerd – de overgrote meerderheid – doet dat niet. Geen beambte bij burgerlijke stand of immigratie vraagt de burger naar zijn e-mailadres. Wie niet is `aangesloten', wordt niet uitgesloten.

Was er voor al die aansluitingen nu ook maar één vaderlands loket. Maar nee, dat zijn er inmiddels vele, want de kinderen van Vadertje Staat zijn voor zichzelf begonnen: KPN, TPG en een hele stoet particuliere gsm-aanbieders en kabelexploitanten. Eerst maar een 06-nummer aangeschaft. Op het postkantoor is een winkeltje dat in sim-kaarten doet. Alle merken, zo blijkt, want de TPG is Tante Pos niet en de verkoopster zal het worst wezen welke u kiest. Het enige houvast is het aantal euro's vrij bellen bij aankoop van een abonnement. X biedt het hoogste gratis starttegoed. Na het activeren van de sim-kaart word ik twee dagen overspoeld met sms-boodschappen van server X zelf. Vervolgens krijg ik in hartje Rotterdam geen signaal meer. Ik stap over op een ander merk.

De Primafoonwinkelier legt uit dat hij alleen in toestellen doet en dat ik voor een vaste aansluiting de KPN moet bellen. Op dat nummer word ik zólang in de wacht gezet dat mijn beltegoed op is voor ik aan de beurt ben. Een tweede keer luister ik met extra aandacht naar de damesstem op band die me de numerieke keuzes voorhoudt. Zó aandachtig blijkbaar dat ik er na weer een afgeslagen optie word uitgegooid.

Wie wil genieten van geautomatiseerde dienstverlening dient eerst door te dringen tot de automaat. Alle dienstverleners in de communicatiebranche verwijzen naar 0900-nummers en informatieve websites. Die zijn alleen lastig te raadplegen als je nog geen landlijn, gsm of adsl hebt. De wachtende voelt zich verdwaald in eigen land.

    • Dirk Vlasblom