't Horntje Oudeschild

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week op het waddeneiland Texel

Een kinderboekenlandschap: zo lief, zo verzonnen, zo vertrouwelijk oogt het boerenland in de stille zuidpunt van Texel. Met boerderijen knus onder stolpdaken. Met paden van platgelopen schelp. Met velden vol sisselend riet, vol zuring, vol staken uitgebloeide berenklauw. Met grasland voorzien van strak gerangschikte strobalen in een glacé van lindegroen landbouwplastic. Met ver gaande akkers, afgemaaid of nog opgetuigd met zachtgepunte maïs of overdekt met loof vol witte bloempjes en kleine groene peulen. Met een kippenvolk dat onderaan de dijk een kruising heeft geconfisqueerd. Onzichtbare eierlegsters kakelen in de vlierstruiken en brandnetels. Hun zusters leren manieren van een haan of wat: een patser met zwarte veren bovenin een heester, een wit onderwijzerstype bij de opgeschoten kuikens, een goudbruine generaal voor het algemeen toezicht. Wie het wil hoort hem rinkelen met zijn rode sporen.

,,Net Paaseiland'', maakt man het nog mooier. Hij wijst naar een reeks gestapelde verweerd-houten pallets. Inderdaad, daar staan ze: de uitgerekte koppen met de holle strepen bij wijze van oogkassen.

De dag begint grijs maar al snel laten wolkbreukjes de stralen van een dwingende zon door. Het land en alles wat er in staat of hangt of opstijgt lijkt nu belicht door matglas heen. Scherpe contouren duiken onder, vormen worden ronder, lijnen zachter en fraaier. Soms waait er een windje. Het blust het zweet dat de valzon tussen de schouderbladen blijft plaatsen, steeds weer, steeds opnieuw.

Na een laatste blik achterom op mummelende golfjes en een opening die bewijst dat `het zeegat' geen loze term is, zien we de zee nu niet meer. Ik hoor hem ook niet. Maar hij is er wel degelijk. Alles maakt hij zilt, hij trekt de huid op mijn jukbeenderen strak, op het asfalt tekende hij zoute kringen. Hier zijn de schapen en de lammeren `pré-salé' volgens de Franse cuisiniers, omdat ze eten van zoute grond. En steeds ligt ergens aan de horizon de lijn van de dijk uitgestrekt als een groet van de zee.

Op het erf van een huis dat, Latijn en Italiaans vermengend, `Semper Avanti' heet (`Altoos Voorwaarts'), staat een verzameling klassieke camionettes met laadbakken van geribbeld plaatijzer. In een weiland verderop loopt een kerel met een metaaldetector. Die zoekt nog een Citroën, wed ik. Het is ook nooit genoeg.

We bereiken de andere zee, de Waddenzee, met security van een detachement laagvliegende aalscholvers.

In de vissershaven van Oudeschild zit een kauwtje. Het krast. Ik kras terug. Dat lukt vandaag uitzonderlijk goed.

15 km. Tocht `Noord-Holland nr. 1' uit: Manuel Dekkers en Marian Kingma i.s.m. SNP: De mooiste wandelingen in Nederland. Uitg. Van Reemst, Houten, 2004. Bus 29 rijdt in het weekend 1x p.u. van Oudeschild naar 't Horntje, waar de veerboot naar het vasteland aan- en afmeert.

Inl. tel. 0900 9292

of www.ov9292.nl

    • Joyce Roodnat