Roken is dodelijk, maar niet voor beleggers

Roken is een doodzonde, behalve als je er geld mee kunt verdienen. Dat blijkt uit de ranglijst die het Amerikaanse beursweekblad Barron's opstelde van de honderd meest en minst gerespecteerde Amerikaanse ondernemingen. Sigarettenproducent Altria, voorheen Philip Morris, bezet de 92ste positie, terwijl de koers van het aandeel Altria de laatste twee jaar 75 procent steeg. Daarmee is het bedrijf een uitzondering op de regel dat het respect van de beleggers voor een bedrijf nauw samenhangt met het rendement dat het oplevert.

Onder de minst gerespecteerde ondernemingen zijn de namen te vinden van bedrijven als de verzekeringsreus American International, de mediagigant Time Warner, investeringsbank Morgan Stanley en hypotheekbank Fannie Mae. Opvallend is, aldus het blad, het gebrek aan respect voor de financiële wereld. Of het nu Citigroup is, de Bank of America, JP Morgan Chase of Merrill Lynch, de beleggers hebben er weinig of geen respect voor.

De supermarktketen Wal-Mart is een geval apart, omdat de meningen van de respondenten sterk uiteenliepen. Een groot deel van hen prees de onderneming regelrecht de hemel in, maar een kleiner deel had er geen goed woord voor over. Het is duidelijk, denkt het blad, dat de berichtgeving over Wal-Marts slechte behandeling van werknemers de reputatie van het bedrijf heeft aangetast, ook in Wall Street.

De top van de ranglijst bestaat uit Microsoft op de derde plaats, geneesmiddelenproducent Johnson & Johnson op de tweede en General Electric op de eerste plaats. Dat toont volgens het blad aan dat GE de wisseling van de wacht tussen ex-topman Jack Welch en de huidige topman Jeffrey Immelt met succes heeft overleefd. Vreemd is wel, dat de unanieme waardering die het bedrijf kennelijk geniet bij de beleggers in tegenspraak is met het feit dat de koers van het aandeel GE achterblijft bij de verwachting.

Sinds Immelt in 2001 het roer overnam van Jack Welch is de koers van General Electric 15 procent gedaald, terwijl de beurskoers gemiddeld 7 procent steeg, schrijft het Amerikaanse tweewekelijkse zakenblad Fortune in het jubileumnummer ter gelegenheid van zijn 75-jarig bestaan. Als GE met het gemiddelde was meegegroeid, zo rekent het blad voor, dan zou de onderneming ruim 100 miljard dollar meer waard zijn dan nu het geval is. En om dat bedrag in perspectief te zien is het goed te bedenken dat er in de VS nog geen 25 ondernemingen zijn met een marktwaarde van 100 miljard dollar.

Om de beurskoers weer op peil te krijgen heeft Immelt zijn zinnen gezet op groei in de ontwikkelingslanden. De reden daarvoor is eenvoudig: de economie in die landen groeit doorgaans sneller dan in de ontwikkelde landen. En die hebben allemaal behoefte aan basale producten en diensten zoals water, energie, gezondheidszorg en vervoer. Zo heeft de onderneming uitgezocht dat de helft van de wereldbevolking op korte termijn behoefte heeft aan schoon water. Dat beleid heeft al opgeleverd dat de inkomsten uit ontwikkelingslanden als China en India vorig jaar met 37 procent, 21 miljard dollar, zijn gegroeid.

Niet alleen een kolossale onderneming als General Electric is gebaat bij de groei van de Chinese economie, maar ook buurland Japan. Want dit land staat volgens het Britse weekblad The Economist op het punt ,,een nieuwe fase in te gaan van duurzame economische groei, ongeacht wat de herkozen premier Junichiro Koizumi doet of laat''. Dat wil volgens het blad niet zeggen dat politiek irrelevant is, maar wel dat het land ,,meer begint te lijken op andere hoogontwikkelde landen''.

Hoe het ook zij, dankzij de orders uit China is de winstpositie van het Japanse bedrijfsleven al drie jaar achter elkaar verbeterd. Dat heeft onder andere tot gevolg dat veel Japanse bedrijven hun leningen konden afbetalen en dat het volume aan slechte leningen is gedaald van 8,7 procent van het totaal aantal leningen tot 2,9 procent.

De bijdrage die Koizumi na zijn herverkiezing aan de opleving kan leveren bestaat uit zijn plannen om Japan Post, de grootste financiële instelling ter wereld, te privatiseren. Japan Post beheert het onvoorstelbaar grote bedrag van drie triljoen (12 nullen) dollar.

Al eerder heeft de Japanse economie tekenen van opleving vertoond, maar dit keer lijkt de groei echt door te zetten. Zo bleek vorige week dat het bruto binnenlands product vorig kwartaal is gestegen met 3,3 procent op jaarbasis, en 0,8 procent vergeleken met het voorafgaande kwartaal. Belangrijker is, aldus het blad, dat de arbeidsmarkt weer aantrekt en dat de deflatie plaatsmaakt voor inflatie. Dat betekent ook een verlichting van de enorme schuldenlast van de overheid, 160 procent van het bruto binnenlands product.

Het Duitse weekblad Wirtschaftswoche loopt vooruit op de Duitse verkiezingen van morgen en put hoop uit het feit dat ,,zelfs Japan vorige week zondag de moed had te kiezen voor radicale hervormingen''. Evenals The Economist meent het blad dat de privatisering van Japan Post een grote stap in de goede richting is. Kennelijk zijn de Japanners niet bang voor hervormingen maar vragen ze er juist om.

    • Herman Frijlink