Personen en geen partijen

De parlementsverkiezingen van morgen zijn een nieuwe, maar niet revolutionare stap in het proces van politieke wederopbouw van Afghanistan, dat eind 2001 werd ingezet na de verdrijving van de Talibaan. In december van dat jaar werd op een internationale conferentie in Bonn besloten tot een interimregering onder leiding van de door de VS gesteunde Hamid Karzai. Een half jaar later gaf een zogeheten Loya Jirga (Grote Vergadering van stamoudsten) in Kabul haar zegen aan een overgangsregering onder leiding van president Karzai.

Op een tweede Loya Jirga werd in januari 2004 overeenstemming bereikt over de nieuwe Afghaanse grondwet. Daarmee werd de weg geëffend voor de rechtstreekse verkiezing van een president, in oktober vorig jaar met overmacht gewonnen door Karzai. De parlementsverkiezingen werden toen uitgesteld naar dit jaar wegens de onveiligheid in het zuiden en oosten van het land en wegens technische problemen.

Naar schatting 12 miljoen van de ruim 25 miljoen Afghanen mogen morgen hun stem uitbrengen, voor de zogeheten Wolesi Jirga (het Lagerhuis met 249 zetels) en voor provinciale raden. Grondwettelijk zijn ten minste 64 parlementszetels (twee per provincie) gereserveerd voor vrouwelijke kandidaten, en nog eens tien voor kuchi's (nomaden).

In de grondwet van vorig jaar is gekozen voor een sterk presidentieel systeem, zonder premier en met beperkte macht voor het parlement. President Karzai zei, verwijzend naar het verleden van burgeroorlogen, dat met die keuze vermeden wordt dat in Kabul verschillende rivaliserende machtscentra ontstaan. Om die reden was hij ook tegenstander van partijvorming.

Het betekent dat de kiezers morgen hun stem moeten uitbrengen op personen en niet op politieke partijen. Daarmee krijgen de verkiezingen volgens critici het karakter van een loterij omdat onderscheidende politieke programma's ontbreken. Zo'n 80 procent van de Afghanen is analfabeet: zij moeten afgaan op portretten en daarbij gevoegde symbolen.

Ook vrezen critici dat veel (voormalige) krijgsheren hun intrede zullen doen in parlement en provincieraad, dankzij de invloed die zij lokaal uitoefenen.