Oorlog tussen Franken en Saracenen

museum catharijneconvent, lange nieuwstraat 38, utrecht. tentoonstelling 'de kruistochten', van 3 september 2005 tot 8 januari 2006.

`IN ALLE STRATEN en op alle pleinen lagen bergen van afgeslagen hoofden, handen en benen. Welk een passende bestraffing!'' Deze tevreden impressie van de toestand in Jeruzalem, op 15 juli 1099, de dag dat West-Europese ridders en voetvolk de stad innamen en plunderden, is van Raimond van Aguilers, deelnemer en chroniqueur van de eerste kruistocht. De Arabische historicus Ibn Al-Athir schreef een eeuw later over die dag: ``In de Al-Aksamoskee doodden de Franken meer dan zeventigduizend moslims, onder hen vele imams, geleerden, vromen en asceten, die hun land verlaten hadden om vreedzaam in dit oord te leven.''

Beide teksten zijn te lezen in `De Kruistochten', een expositie in het Utrechtse museum Catharijneconvent. Dit hoor en wederhoor van Franken en Saracenen – zoals de strijdende partijen elkaar noemden – kenmerkt de tentoonstelling. Die gaat niet alleen over twee eeuwen van gewelddadige confrontaties tussen het West-Europese christendom en de Midden-Oosterse islam.Hij laat ook zien hoe Europese kruisvaarders in de Levant veroosterden, plaatselijke vrouwen trouwden en hun moslimburen leerden respecteren. Niet in de laatste plaats om hun kennis, die op heel wat gebieden op een hoger niveau stond dan in het middeleeuwse Normandië of Lotharingen.

Een Syrische emir verbaasde zich over de christelijke amputatietechniek: ``Onder mijn ogen sloeg de arts met twee slagen het been af. De ridder stierf even later.'' In zaal 3 wordt het instrumentarium getoond van islamitische artsen, zoals scalpels, fijngetande zagen en haakjes om bloedvaten te lichten en bij een operatie onnodig bloeden te voorkomen.

Het Catharijneconvent, museum voor christelijke kunst en cultuur, heropent deze maand na een verbouwing. Het thema van de eerste tentoonstelling is verweven met de geschiedenis van het pand. Het museum is gehuisvest in een gewezen Johannieter klooster. De Orde der Johannieters, genoemd naar Johannes de Doper, werd halverwege de 11de eeuw opgericht voor de verpleging van zieke pelgrims op weg naar het Heilige Land. Na de verovering van Jeruzalem ontfermden de hospitaalbroeders van St. Jan zich over de gewonden. Als tweede beschermheilige koos de orde Catharina van Alexandrië, een christin die aan het begin van de 4de eeuw werd terechtgesteld door de Romeinen. Het Catharijneconvent is naar haar genoemd.

De duizendste verjaardag van de Eerste Kruistocht en de verovering van Jeruzalem laat nog een kleine eeuw op zich wachten. Waarom nu? Directeur Guus van den Hout: ``Het Catharijneconvent zoekt bewust naar thema's die actualiteitswaarde bezitten, een duidelijke relatie met het christendom hebben en aanspreken bij een breed publiek. Het thema Kruistochten, waarin de rechtvaardiging van een heilige oorlog van het christendom tegen jodendom en islam ligt verscholen, is actueler dan ooit. Het westen wordt zelfs beschuldigd van een nieuwe kruistocht tegen de islam.'' Volgens Van den Hout leert de tentoonstelling een les: ``Een heilige oorlog is een contradictio in terminis.'' De evenwichtige behandeling van deze bij moslims gevoelige materie leverde een subsidie op van het Utrechtse Fonds voor Sociale Integratie.

Wat niet zo goed uit de verf komt in de tentoonstelling, is het ontbreken van een duidelijke casus belli voor de Eerste Kruistocht. Waarom begonnen die kruistochten? Jeruzalem was al ruim vierhonderd jaar in islamitische handen en in die vier eeuwen hadden christenen en moslims in het Midden-Oosten met elkaar leren leven. Christelijke bedevaartgangers werd weinig in de weg gelegd. Over de aanleiding is de catalogus genuanceerder dan de expositie. Die laatste rept van ``verwoesting van de Heilig Grafkerk in 1009 door een sultan''. Dat was de Egyptische Fatimidensultan Al-Hakim, in de islamitische historiografie bekend geworden als `dwaze kalief'. De door hem bevolen gedeeltelijke afbraak van de kerk schokte zowel christenen als moslims. Het incident had destijds geen gevolgen en kan moeilijk gelden als aanleiding voor de eerste kruistocht, bijna 90 jaar later.

Hedendaagse historici zoeken de motieven voor de Eerste Kruistocht vooral in West-Europa zelf. De paus die in 1095 opriep tot deze `gewapende bedevaart', Urbanus II, wilde het pauselijk gezag versterken ten koste van leken en vorsten en hoopte op een hereniging, onder zijn leiding, met de Oosterse kerk van Byzantium. De Byzantijnse keizer had de paus enkele malen te hulp geroepen tegen de vanuit Azië oprukkende, islamitische Seldjoeken. Urbanus II stelde de kruisvaarders vergeving van zonden in het vooruitzicht en brak voor het eerst in de geschiedenis van het Latijnse christendom een lans voor een `heilige oorlog'.

    • Dirk Vlasblom