Omgekeerde weg

De opening van het academisch jaar werd door de meeste sprekers aangewend om het belang van internationalisering te benadrukken. Nederland, zo luidde de collectieve klacht, loopt wat dit betreft achter. Ter illustratie daarvan werd verwezen naar de situatie in Duitsland, Frankrijk en Engeland.

Voor elk van die landen geldt evenwel dat, buiten de eigen landsgrenzen, sprake is van landen of uitgebreide regio's waar dezelfde taal wordt gesproken en waar men zich verwant voelt met de betreffende cultuur. Daarom gaan bij voorbeeld veel Afrikanen en Canadezen naar Parijs. Voor studie, taal en cultuur. Duitsland heeft er, na de val van de muur, in het vroegere Oostblok een uitgebreid achterland met oude culturele banden bij gekregen. En wat Engeland betreft, dat spreekt vanzelf. Die landen hoeven dus wat de internationalisering van het onderwijs betreft, geen specifiek beleid te voeren. Als resultaat van de global village komen de buitenlanders, gedreven door interesse en eigenbelang, vanzelf. Kortom, de vergelijking van Nederland met die landen gaat behoorlijk mank.

Willen wij buitenlanders dan zullen we hun komst actief moeten bevorderen. Een zinnige reden om dat te doen is het gebrek aan Nederlands talent om onze onderzoeksprogramma's op het gebied van de bèta-wetenschappen uit te voeren. Het daartoe noodzakelijke talent moeten we er dus toe verleiden hier naar toe te komen. Dat vereist een doordacht en selectief beleid. Dat wordt door de betreffende onderzoekers, vaak op basis van persoonlijke contacten, overigens al gevoerd en het is een schande dat die mensen zoveel voetangels en klemmen op hun weg vinden dat eerder gesproken kan worden van een ontmoedigingsbeleid. Minister Brinkhorst pleit er in zijn academische jaaropening voor die belemmeringen weg te nemen en daar is hij op zijn zachtst gezegd rijkelijk laat mee.

Nu bepleiten de universiteiten de komst van meer buitenlandse studenten en docenten niet alleen om onderzoeksknelpunten op te lossen. Zij vinden dat een kwart tot de helft van de universitaire gemeenschap uit buitenlanders moet bestaan om de Nederlandse jongeren voor te bereiden op een wereld die steeds meer internationaliseert. Dat lijkt me niet de meest efficiënte weg om dat doel te bereiken. Ik zou willen pleiten voor een heel andere aanpak. Niet het buitenland naar de student toe brengen, maar andersom, de student naar het buitenland.

Karakteristiek voor Nederlanders is dat zij sterk op het buitenland gericht zijn. Waar je ook komt, in de meest afgelegen streken, je treft er Nederlanders. Veel meer dan bijvoorbeeld Belgen, Fransen of Duitsers. Die drang om de wereld in te trekken zouden we moeten gebruiken als vertrekpunt voor ons internationaliseringsbeleid. Overigens wordt dit beleid al gevoerd. Niet door de overheid of de universiteiten, maar door veel ouders die het belang daarvan inzien, en die dat kunnen betalen. Die weg zouden we moeten openstellen voor alle studenten. Maak tot verplicht onderdeel van elke studie dat de student een plan ontwikkelt ter internationalisering van zijn eigen opleiding. Dat plan wordt opgesteld in nauw overleg met de docenten die de student daarbij intensief begeleiden. Dat vereist veel meer begeleiding en persoonlijke aandacht dan universiteiten nu bieden. Daar zou ik het geld aan besteden en aan de kosten van het verblijf van onze studenten in het buitenland. En dus niet aan het hier naartoe halen van meer buitenlanders. Dat lijkt me de omgekeerde weg.

lgm.prick@worldonline.nl

    • Leo Prick