Niet alle Polen werken

Veel Nederlandse en Duitse boeren dromen van een groot bedrijf in Oost-Europa, waar de grond nog spotgoedkoop is. Carsten Castedello werd zo'n grootgrondbezitter – maar wel eentje zonder personeel. Economische hervormingen in de Poolse praktijk.

Carsten Castedello is een frisse Duitse boer. De blos op zijn wangen lijkt geschilderd. Als hij lacht, wat hij vaak doet, worden zijn kaarsrechte, witte tanden zichtbaar. Hij draagt een vrolijk oranje T-shirt, een rode overall, met iets te korte broekspijpen en daaronder een paar reusachtige werkschoenen. Zijn lievelingszin is: ,,Ik ben een optimist.'' Maar de blik in zijn ogen zegt iets anders.

Het is alweer bijna tien jaar geleden dat de nu 39-jarige Castedello in het noordoosten van Polen eigenaar werd van een grote, voormalige staatsboerderij, in Pools jargon `PGR', die samen met het communisme kopje onder was gegaan. ,,Van de prijs die ik in Polen betaalde kon ik in Duitsland misschien net een dure auto kopen.'' Hij loopt de keuken uit en komt terug met een plastic wasmand waarin hij opgerold de tientallen landkaarten van het Poolse kadaster bewaart. Castedello is hier wat hij in eigen land nooit had kunnen worden: grootgrondbezitter. Hij lacht, trots.

Maar hoeveel grootgrondbezitters moeten bijklussen om de eindjes aan elkaar te knopen? Het grote boerenbedrijf dat Castedello in 1996 voor ogen had is nooit echt van de grond gekomen. Zijn erf is leeg, zijn huis een bouwput. Het verlies dat hij maakt, wordt net goedgemaakt door de Europese subsidies die hij sinds vorig jaar krijgt. De wintermaanden moet de Duitse boer besteden aan het verdienen van een extra zakcentje. Dat doet hij in zijn eigen Duitsland, waar hij veel meer kan verdienen dan in Polen. ,,Ik werk in de Duitse bossen, als bosbeheerder.'' Hij lacht, gegeneerd.

Aan de landbouwgrond in het noorden van Polen ligt het niet: het is niet de beste grond, maar chemicaliën doen wonderen. Aan de machines ligt het ook niet: hij heeft genoeg machines, in alle soorten en maten, die nu levenloos geparkeerd staan in de koeienstallen van de vroegere staatsboerderij.

Waar het aan ontbreekt zijn werknemers. Castedello heeft er nu zes, in plaats van de tientallen van wie hij droomde. De werkloosheid in deze streek is veel hoger dan het Poolse gemiddelde (20 procent), maar het vinden van gemotiveerde mankracht is een ware lijdensweg gebleken. ,,Ze willen gewoon niet'', zegt Castedello. Hij lacht, vertwijfeld.

`Ze' zijn de inwoners van Sigajny. Castedello kan het dorpje vanuit zijn keukenraam zien liggen. Het is eigenlijk geen dorp. Het is een groepje woonblokken, dat verloren uit het zacht glooiende landschap steekt. De 71 families die er wonen werkten in betere tijden op de PGR-boerderij. Na de val van het communisme in 1989 veranderden Sigajny en de zesduizend andere PGR-nederzettingen in Polen in beruchte armoedehuizen. Castedello kocht land en kreeg het grootste sociale drama van Polen cadeau.

Rommeltje

Eliasz Malik draagt alleen een broek, slippers, een vieze pet en een wandelstok. De oude man is bitter en boos, allereerst op Castedello, die volgens hem gewoon geen goede boer is. ,,Waar is hij in godsnaam mee bezig? Zijn bedrijf loopt voor geen meter. Heb je z'n erf gezien? Het is een rommeltje. Hij verbouwt alleen maar graan en heeft geen eens koeien. Wij hadden vroeger honderden koeien. Wat wij nodig hebben in Sigajny is een échte boer.''

Maar ook zijn dorpsgenoten spaart hij niet. ,,Ze zitten daar maar, op hun bankjes, de hele dag te niksen. Hoe houden ze het vol? Ik zeg: ga grasmaaien, zet een mooi bloemetje neer, begin een groenteveldje. Maar ze willen niks meer. Ze zijn volledig gedemoraliseerd. En de kinderen zijn nog erger dan hun ouders.''

Malik was 17 toen de PGR werd opgericht, in 1952, en werkte er vanaf het begin. Soldaten liepen destijds voor de landarbeiders uit, omdat de velden mogelijk vol met landmijnen lagen. Sigajny ligt in het oude Duitse Oost-Pruisen, vlakbij Hitlers oostelijke hoofdkwartier, de Wolfsschanze. Na de oorlog werden Duitse gebieden aan Polen toegevoegd, als compensatie voor territorium dat Polen aan de Sovjet-Unie (nu Litouwen, Wit-Rusland, Oekraïne) moest afstaan. De Pruisen werden naar Duitsland geduwd. De Polen uit het oosten werden hier neergekwakt. Bijna iedereen in Sigajny komt oorspronkelijk uit wat nu Oekraïne is.

In de vroegere Duitse gebieden werden meer dan tweeduizend staatsboerderijen opgericht, geënt op die uit de Sovjet-Unie. De `staatslandbouwbedrijven' gaven werk aan 450.000 mensen. Inclusief families waren zo'n twee miljoen Polen (5 procent van de bevolking) van de PGR's afhankelijk. In de rest van Polen wilde het regime ook het PGR-systeem invoeren, maar dat lukte nauwelijks. De kleine boeren daar verzetten zich fel tegen collectivisatie, anders dan de Polen in de voormalige Duitse gebieden. Die Polen in het oude Oost-Pruisen hadden geen binding met de grond. Het waren mensen zonder verleden, die verlegen zaten om een toekomst.

,,Je verdiende niet veel'', zegt Malik. ,,Maar je kreeg een aardappelveld en gratis melk en elektriciteit.'' Het was de vleesgeworden communistische droom: met kinderopvang, gratis gezondheidszorg, sportfaciliteiten. Werkers konden kredieten krijgen, iedereen kon elk jaar op vakantie, in vakantiecentra in de bergen, en op de Dag van het Kind (1 juni) werden cadeautjes uitgedeeld. Malik: ,,Lummelaars en zuiplappen werden opgepakt door de politie en aan het werk gezet. Dat waren tijden.''

Maar nu is het al lang geen eer om in Sigajny te wonen. Het is een straf, levenslang, voor een misdaad die nooit is begaan. ,,We zijn na 1989 zo verschrikkelijk bedonderd'', zegt de oude man. ,,Ik heb hier alles gegeven, mijn tanden, mijn gezondheid, maar waarvoor?''

Staatsboerderij

Andrzej Abramowski heeft de vuilste kleren van het dorp, maar draagt een glimmend polshorloge. De besnorde veertiger is een van de twee dorpsbewoners die nog voor Castedello werken. Hij is de voorman van de Duitse boer. Eigenlijk is hij geen dorpsbewoner meer. Met zijn gezin is hij uit de woonblokken vertrokken, naar een klein boerderijtje ver buiten het dorp. Zijn associatie met Castedello is hem niet in dank afgenomen. Abramowski is eens door drie dorpsgenoten, mensen die hij sinds jaar en dag kende, lelijk in elkaar geslagen.

Desondanks kan de voorman zich de diepe frustratie van de voormalige PGR-werkers heel goed voorstellen. Abramowski werkte op een andere, nabijgelegen staatsboerderij, ook al als een soort voorman. Hij had 130 man onder zich, heel wat anders dan de zes man die hij nu voor Castedello aanvoert. Hij was toen een belangrijk man. ,,We zijn echt alles kwijtgeraakt. Onder het communisme sloeg niemand ooit een vakantie over. In de afgelopen vijftien jaar is niemand meer op vakantie geweest.''

Het einde van de Poolse staatsboerderijen is een onderwerp dat steeds meer in de belangstelling staat van economen en sociologen. Want daar werd de kiem gelegd voor wat nu nog steeds een van de grootste sociale problemen van het land is. Ruim 60 procent van de families in de voormalige PGR-nederzettingen leeft onder het sociale minimum en eenderde daarvan heeft niet eens de helft van dat minimum.

In de afgelopen weken vierde Polen uitbundig de geboorte van vakbond Solidariteit, precies 25 jaar geleden, op de scheepswerf van Gdansk, een gebeurtenis die uiteindelijk vrijheid en democratie zou brengen. Maar in Sigajny, hemelsbreed nog geen 120 kilometer ten oosten van Gdansk, vervloeken ze de naam van Lech Walesa. ,,De staatsboerderijen werden gesloten omdat Walesa het zo had bepaald'', zegt Abramowski. ,,De oude directie werd verketterd als communistisch. Er werd een nieuwe directie aangesteld en die had maar één taak: liquidatie.''

Abramowski was de laatste van zijn PGR die werd ontslagen, in 1993. ,,Ik had vier kinderen. Ik heb jarenlang voor boeren in de buurt kleine klusjes gedaan, waarvoor ik met etenswaren werd betaald.'' Als hij kon, zou hij de klok terugdraaien. Alleen de winkels zijn tegenwoordig beter, zegt hij. ,,De tijden van toen met de winkels van nu. Dat zou mooi zijn.''

Lamlendigheid

De zesduizend PGR-nederzettingen in Polen staan symbool voor de allergrootst denkbare lamlendigheid. Het woord `PGR' wordt tijdens gesprekken gebruikt om iemand mee aan te duiden die wel kan werken, maar het niet wil. PGR betekent luiheid, drankmisbruik, onverantwoordelijkheid, passiviteit. Het spreekwoordelijke opgehouden handje.

,,Geen enkele andere sociale groep is op zo'n nietsontziende manier behandeld tijdens het transformatieproces in Polen en vreemd genoeg krijgen ze nu zelf de schuld van hun toestand'', zegt econoom Wlodzimierz Dzun, die net een boek heeft geschreven over de staatsboerderijen. ,,Niemand ontkent dat de boerderijen moesten worden hervormd, maar de veranderingen zijn onnodig snel doorgevoerd, op een hele algemene manier, zonder naar specifieke situaties te kijken.''

Volgens Dzun waren veel staatsboerderijen begin jaren negentig economisch heel waardevol. Paradoxaal genoeg was dit te danken aan een door de communisten doorgevoerde hervorming, in 1981, hetzelfde jaar waarin de oppositiebeweging van Walesa door het regime met harde hand de kop werd ingedrukt. Door die hervorming kregen de staatsboerderijen een grote mate van zelfbestuur en eigen verantwoordelijkheid.

En dat werkte. Aan het einde van de jaren tachtig was de netto arbeidsproductiviteit van PGR-bedrijven 25 procent hoger dan die van private boerenbedrijven, zo blijkt uit onderzoek van Dzun. ,,We waren misschien niet héél efficiënt'', zegt voorman Abramowski. ,,Maar mijn PGR was zonder twijfel winstgevend. We kregen geen cent uit de staatsbegroting. Van de winst konden we machines kopen en huizen bouwen. En dan hadden we nog geld over.''

Na 1989 hadden de nieuwe, democratische machthebbers van Polen geen oog voor deze prestatie. De staatsboerderijen waren een erfenis van het communisme en moesten daarom dicht. ,,Dat was een ideologische beslissing'', zegt Dzun. ,,Er lag geen grondig economisch onderzoek aan ten grondslag.'' De `rationalisatie van de economie', indertijd een populaire kreet, begon volgens de econoom met een flinke dosis irrationeel beleid. De werkloosheid in Polen is hierdoor tot op heden veel hoger dan nodig. Veel staatsboerderijen hadden in de vrije markt kunnen overleven, zegt Dzun, Maar ze kregen geen enkele kans.

Initiatieven en wensen van PGR-werkers werden genegeerd. De handelsrelaties met Rusland werden, ook om ideologische redenen, eenzijdig afgebroken, waardoor de markt voor PGR-producten instortte. De banken verloren het vertrouwen, zij het pas toen duidelijk werd dat de PGR-sector hoe dan ook geliquideerd zou worden. De machines en de landbouwgrond werden ondergebracht bij een speciaal agentschap, dat belast werd met de verkoop. Maar de belangstelling viel zwaar tegen. Poolse privé-boeren bleken veel te arm en konden zich niets veroorloven. Veel grond ligt tot op heden braak.

,,De situatie in de PGR-nederzettingen, die vaak geïsoleerd ergens op het platteland staan, is schrijnend'', zegt Dzun. ,,Onder de PGR-werkers waren dynamische jonge mensen en veel van hen zijn vertrokken. De achterblijvers zijn door de politiek en door God vergeten.'' De armenhuizen op het platteland zijn ook geen thema tijdens de campagnes die op dit moment worden gevoerd voor de Poolse parlementsverkiezingen (over een week) en de presidentsverkiezingen (over drie weken).

Econome Irena Topinska beschreef twee jaar geleden, in een rapport voor de Verenigde Naties, hoe de voormalige PGR-werkers twee keer zijn gestraft. Eerst werden ze door de oude communistische machthebbers aan hun haren uit het oosten weggesleept, naar een vreemd gebied, onder een vreemde hemel. En vervolgens werd alles wat ze hadden opgebouwd weer van ze afgenomen, door de nieuwe democratische machthebbers. Een onderklasse zonder verleden en zonder toekomst.

De Duitser

En toen kwam de Duitser. De dorpsbewoners van Sigajny noemen hun buurman steevast `Niemiec', ofwel `de Duitser', nooit Carsten of meneer Castedello. De verkoop van `hun' staatsboerderij aan een buitenlander hebben ze niet goed verteerd. In het begin werd er een kleine terreur uitgeoefend: spullen op het erf van Castedello werden gestolen of vernield. 's Nachts werden stenen naar zijn huis gegooid. En voorman Abramowski kreeg die bloedneus geslagen.

Toen bleek dat de grootmoeder van de Duitse boer van Pruisische origine is en oorspronkelijk uit de omgeving komt, was het hek van de dam. Kwam hij soms de geschiedenis terugdraaien? Castedello bezweert dat hij hier niet is vanwege zijn oma, maar vanwege de goedkope grond. Maar hij is trots op het Pruisische verleden van deze streek. ,,De huizen die toen gebouwd zijn, staan er nog steeds, hoewel ze zestig jaar lang slecht zijn onderhouden. Dat is toch ongelooflijk?'' Castedello woont zelf in zo'n stevig roodbakstenen huis, een voormalige Pruisische militaire kazerne.

Ondanks de intimidatie was de boer vastbesloten om de mensen uit het dorp in dienst te nemen en ooit werkten er 21 dorpsbewoners voor hem. Nu zijn dat er nog twee. Alle anderen heeft hij één voor één ontslagen. ,,Ze werkten niet goed'', zegt Castedello. ,,Zo is ze dat geleerd. En ze dronken tijdens het werk.'' De Poolse onderklasse is verloren. De boer slaakt een diepe zucht.

Castedello's enige vrienden in de buurt zijn buitenlandse boeren, die net als hij voor de goedkope grond zijn gezwicht. In de buurt wonen een Belg en nog een Duitse boer. Ze gaan samen uit eten of stappen in de dichtstbijzijnde stad en helpen elkaar indien nodig met het boerenbedrijf. Een buitenlandse enclave in vijandelijk gebied. Castedello's Duitse vrouw kon het isolement in Sigajny niet verdragen en keerde terug naar Duitsland.

Sinds kort heeft de Duitse boer een Poolse vriendin. Jola is 26, haar vader is een succesvolle zakenman, in het gereedschap. Dankzij haar staat Castedello nu met één been in de Poolse samenleving. Zojuist is de hele Poolse schoonfamilie gearriveerd. De achterbak van de auto gaat open: een dood varken. Een beest van 120 kilo voor omgerekend 110 euro. ,,Dat zijn nog eens prijzen'', zegt Castedello tevreden. Ze gaan het varken nu met z'n allen slachten. Lapjes voor in de vriezer, een goede Poolse traditie. Castedello wil het voortouw nemen en begint uit te leggen hoe ze dit in Duitsland aanpakken. Maar Jola houdt hem tegen. Ze zegt. ,,Dit doen we op de Poolse manier.'' De optimist lacht.