New Orleans en de rampenbestrijding

Ruim twee weken na de orkaan Katrina heeft president Bush de machtige federale overheid ingezet om de schade in de getroffen zuidelijke deelstaten op te ruimen en te herstellen. Troepen en hulpverleners zwermen uit over de getroffen locaties, stapels goederen worden afgeleverd. Ondanks een omvangrijk begrotingstekort heeft Bush in een paar weken niet minder dan zestig miljard dollar van het Congres weten los te krijgen. Voor de vierde keer landde hij in het getroffen gebied om de op gang gekomen hulp met een ferme toespraak te begeleiden vanuit het oude centrum van New Orleans.

De benzinetoevoer is voorlopig veilig gesteld. Van hamsteren van benzine en lange rijen voor de tankstations die leeg raken – zoals in 1979 onder president Carter gebeurde – is nog geen sprake. Dergelijke paniektaferelen speelden zich wel al af in Groot-Brittannië.

Met de late federale hulpinspanning zijn de meer dan 700 doden in het gebied niet gered. Zoals zo vaak bij dit soort rampen kan al gauw blijken dat veel hulp overbodig is geworden of op de verkeerde plek terecht komt. Andere noodlijdende gebieden komen dan weer tekort. De federale overheid en president Bush waren te laat met hulp na de orkaan maar daarvoor dragen ook de gouverneur van Louisiana en de burgemeester van New Orleans een deel van de verantwoordelijkheid. Verscheidene autoriteiten werkten elkaar tegen. In andere getroffen deelstaten met meer ervaring in orkanen verliep de hulpverlening beter.

Toch is federaal doorzettingsvermogen onmisbaar bij dergelijke rampen. Die kan snel hulp mobiliseren en in geval van nood tussenbeide komen als lokale overheden onderling steggelen. In landen zonder gecentraliseerde autoriteit blijft de verdeeldheid meestal lang voortduren.

In Nederland ontbreekt het bij rampenbestrijding aan communicatie tussen de verscheidene diensten en autoriteiten. Dat bleek bijvoorbeeld bij een rampenoefening eerder dit jaar in de Amsterdamse Arena. Ook aan de hulpverlening na de ontploffing in Enschede, na de vliegtuigramp in de Bijlmer en de overstroming bij Wilnis kleefden ernstig gebreken. Deze rampen waren – hoe gruwelijk ook – klein vergeleken bij de schade na de orkaan Katrina.

De trage hulpverlening na de orkaan Katrina is niet typisch Amerikaans. Zo'n reusachtige natuurramp met overstroming is in Nederland minder waarschijnlijk maar niet ondenkbaar. Snelle evacuatie zou in het dichtbevolkte Nederland kunnen ontaarden in lange files, zoals die zich voordeden bij de hoge rivierwaterstanden in 1995. Als de dijk tijdens de massale opstopping was gebroken, zouden er vele doden zijn gevallen. De Nederlandse waterbeheerders hebben er verstandig aan gedaan om de Nederlandse dijken nog eens te inspecteren. Die zijn sterker dan de rivierwallen rond New Orleans, maar er blijken nog heel wat zwakke plekken te zijn. Ook in Nederland verandert het klimaat en dat uit zich in meer stormen en zwaardere regenval. De evacuatieplannen voor dreigende watersnood verdienen nadere inspectie.

Elke westerse regering ziet de bescherming tegen rampen en de hulpverlening als ze zich onverhoeds hebben voorgedaan als een kerntaak. Ideologie speelt daarbij geen rol, de Amerikaanse regering voelt zich niet minder verantwoordelijk dan de Nederlandse. Europeanen die snel waren met hun leedvermaak over gebrekkige Amerikaanse hulp lijken te geloven in een perfect rampendraaiboek. Dat zal in ieder geval niet van hun eigen regering komen. Als politicus mag Bush verwachten dat hij wordt afgerekend op zijn fouten. Maar politieke verantwoordelijkheid voorkomt niet dat hulp na een ramp kan uitdraaien op teleurstellingen, pech, fouten en misverstanden. Daar valt van te leren.