Metrobouw (1)

Vogeltjes die te vroeg zingen zijn voor de poes, zei mijn moeder. Ik dacht aan haar waarschuwing, vorige week, toen ik schreef dat ik me verheugde op het schrijven van dit stukje. Ik had een bijzondere excursie in het vooruitzicht: samen met wethouder Duco Stadig en historicus Geert Mak ging ik onder deskundige leiding naar de bouw van het metrostation onder het Centraal Station kijken. Al een paar jaar weten de Amsterdammers boven de grond dat onder de grond ontzettend hard gewerkt wordt. Maar het nadeel van de metrobouw is dat je niet kunt zien hoe het beneden opschiet en wat ze daar maken. Daar gingen we dus nu naar kijken.

De excursie was meeslepend en is feilloos verlopen. We kregen een helm, een fluorescerend vest en baggerlaarzen, zagen er meteen zo authentiek uit dat iedere leek dacht dat we erbij hoorden. De heren Bos en Smit, ingenieurs van het project, legden alles uit, tot in de finesses, en zoals dat bij vakmensen die van hun werk houden het geval is, waren ze goede vertellers. Schrijver dezes viel van de ene verbazing in de andere. Onder het station wordt grootschalig gemeten, gegraven, gepompt, geperst, gefundeerd, zoals je dat wel min of meer verwacht. Daar kom ik later op terug. De treinreiziger merkt er niets van, behalve dan dat hij van tijd tot tijd door een andere tunnel moet om de perrons te bereiken.

De aanschouwelijke les in metrobouw was afgelopen. Tot slot kregen we een cd-rom, getiteld Stationseiland met animaties die de belangrijkste fasen in de bouw van de Noord/Zuidlijn daar in beeld brengen. Dat spaarde me de moeite om aantekeningen te maken. Ik pakte mijn koffertje en vertrok naar een ver eilandje, waar ze ook een internet-café hebben. Daar zou ik het voor twee euro per half uur op een pc allemaal mooi kunnen zien en mijn stukje schrijven.

In dit café zaten een stuk of tien jongeren te bloggen of met vrienden in andere werelddelen te chatten. Er hing een sfeer van rustige bezigheid. Wetend dat zulke instellingen voorzichtig zijn met mensen die een cd in hun apparatuur willen stoppen – je weet nooit wat voor virus ze meebrengen – liet ik mijn cd aan de baas zien. Hij bekeek het schijfje, schudde vriendelijk zijn hoofd en zei dat dit programma met zijn apparatuur niet te lezen viel. Wat moet je doen? Eigenwijs zijn? Het toch willen proberen? Het voor je ogen op het scherm zien mislukken? Deemoedig bekennen dat hij gelijk had? Dat is een programma op zichzelf. Ik legde me bij zijn diagnose neer.

Er zijn mensen die van het vroegste begin de computer geweigerd hebben. Ze schrijven mooie stukjes in de krant. Dat doen ze op een schrijfmachine die hard tikkend laat weten dat ze aan het werk zijn. Is het klaar dan gaat het op de fax en u leest het, zonder te merken wat voor ouderwets handwerk eraan ten grondslag ligt. Omstreeks 1986 heb ik mijn Hermes Baby door een elektronische Canon schrijfmachine vervangen. Die werkte op vier dikke batterijen. Het schrijven op dit ding gaf toen een ultramodern gevoel, behalve in het Oostblok, toen de batterijen leeg waren en ik ontdekte dat ik daar geen nieuwe kon kopen. Ontgoocheling in machteloosheid.

Na een paar jaar kwamen de eerste laptops. Ik kocht een Toshiba die voorzien was van het ultramoderne WordPerfect 5.1. Er zat ook een faciliteit bij, de koppelaar, waarmee ik van overal stukjes naar de krant kon sturen. De koppelaar is een soort telefoonhoorn, met een draadje aan de laptop verbonden. Met klittenband moest je hem aan de gewone telefoon vastmaken en na een paar handelingen zag je dan je verhaal verstuurd worden. Dat was ongelofelijk. En alles wat op WP geschreven was, kon je op diskettes bewaren.

Toen kwam Bill Gates met zijn Word. Binnen een paar jaar had hij iedere concurrent behalve Apple verdrongen. Koppelaars kun je nu misschien nog in een technisch museum bezichtigen. Alles wat op diskettes met WordPerfect staat, moet aan een vertalingsprogramma worden onderworpen om het toegankelijk te maken. Gates is een perfectionist. Regelmatig komt hij met vernieuwingen. Ik durf het haast niet te zeggen, maar in de vijf jaar oude laptop waarmee dit stukje wordt getikt zit het programma Windows 98. Kunt u dat merken terwijl u het leest?

Ik zou dus verslag doen van mijn ervaringen onder het Centraal Station. Als ik gewoon met een pen op papier aantekeningen had gemaakt, had dat nu in de krant gestaan. De technische vernieuwing is ertussen gekomen. Over een paar weken. Maar er is één kleine ontdekking die ik nu opschrijf. Om het middelste gedeelte van het CS staat al een paar jaar een lange schutting. Veel mensen, onder wie ik, hebben een altijd sluimerende behoefte om achter schuttingen te willen kijken. Soms komen de bouwers daaraan tegemoet. Ze maken er kijkgaten in. Bij het CS is dat niet gedaan. Vorige week liep ik onvoorbereid plotseling over dit afgesloten Stationsplein. Wat een verrassing, wat een prachtige ruimte! Uw verslaggever herademde. Ik stel voor dat er een paar kijkgaten in die schutting worden gezaagd, met opstapjes voor kinderen die later zullen vertellen dat ze daar de metro hebben zien bouwen.

    • S. Montag