Maria, Agnes en de rest

De gevestigde orde in het CDA toont van tijd tot tijd gebrek aan inzicht en politieke strategie. Het is een betreurenswaardige ontwikkeling: van wat een principieel debat zou moeten zijn over waarden en normen, naar zinloze dweperij met het christendom en de islam. Is hier sprake van een soort religie-relativisme? Als alle religies hetzelfde zijn, waarom bezoeken de CDA'ers dan niet ten minste één keer per maand een moskee en bidden ze niet tot Allah? Of is hier sprake van een politieke tactiek om via de islam het christendom een nieuwe plaats te geven in de maatschappelijke machtsstructuren?

Een tijdje geleden verraste de minister van Onderwijs, Maria van der Hoeven, ons met haar beweringen over Intelligent Design. Zij wilde een debat over de evolutieleer van Charles Darwin versus een bewust ontwerp achter het leven op de aarde. Zij wilde met wetenschappers praten, zo meldden de kranten, over de mogelijkheid om religie en wetenschap met elkaar te verzoenen. Volgens de vooraanstaande biologen is Intelligent Design geen wetenschappelijke theorie. Heeft Van der Hoeven nooit gehoord van het principieel democratische onderscheid tussen macht, recht en weten (kennis)? Premier Balkenende moest weer een minister redden, die met haar optreden het hele kabinet belachelijk had gemaakt. Helaas maakte Balkenende het nog erger. Hij beweerde dat juist moslims gebaat zijn bij zo'n debat. Het komt bij mij zo over: de meeste Nederlanders moeten denken volgens de wetenschap, maar de moslims – ja, dat zijn wel moeilijke mensen – mogen aannemen dat er sprake is van zoiets als een bewust ontwerp. Dit gereformeerde fenomeen heet apartheid: de zuil van bijgeloof, achterlijkheid en politiek geweld naast de zuil van moderne, democratisch denkende mensen.

In The Scramble for Africa schrijft Thomas Pakenham dat David Livingstone (1873), een `celebrated missionary-explorer', van mening was dat de kolonialisatie van Afrika met behulp van drie C's moest plaatsvinden: Commerce, Christianity and Civilization. Nu maakt ook de CDA-minister van Ontwikkelingssamenwerking, Agnes van Ardenne, de verbinding tussen missie en de politiek voor de voormalige koloniale gebieden: ,,De westerse hand is de hand van een missionaris. Voor mij als kind was een missionaris het gezicht van ontwikkelingssamenwerking.'' Natuurlijk zal de minister stellig ontkennen dat zij zieltjes wil winnen, maar toch is het zonneklaar dat elke religieuze missie beoogt zieltjes te winnen. Moeten met belastinggeld zieltjes gewonnen worden in de voormalige koloniën? Nee, we moeten de minister niet verkeerd begrijpen, het gaat hier immers om ostalgie naar het romantische verleden waarin de broeder met een geciviliseerde en gekerstende neger langs kwam.

We moeten rekening houden met religie, zonder welke goede ontwikkelingssamenwerking niet mogelijk zou zijn. De minister wil geen zieltje maar levens redden. Dan zou je denken dat de minister het zou hebben over het verbod op condoomgebruik door de kerk, en over de miljoenen Afrikaanse aids-patiënten – de meest indrukwekkende ervaring van religie in ziekenhuizen en op kerkhoven van Afrika. En ander voorbeeld is Afghanistan, waar de religieuze fanaten van de Talibaan het land totaal hadden verwoest. Of de koran waarin ondubbelzinnig wordt gediscrimineerd tussen man en vrouw, moslim en niet-moslim en tussen gelovige en niet gelovige, met alle gevolgen vandien. Waar zelfs Allah de bevoegdheid verleent aan mannen om, als vrouwen niet gehoorzamen, hen te slaan. Daarvoor heeft minister Van Ardenne geen belangstelling. Wat haar interesseert, zijn armen en zwakkeren. Dit noemt mijn collega Mohsen Haydarian in Zweden, `Bande nawazi': het aaien van slaven dan wel liefde voor slaven.

Van Ardenne is bezig met stemmingmakerij. Zo beweert zij dat ik, samen met Ayaan Hirsi Ali, Leon de Winter en Herman Philipse de religie uit het publieke domein wil verbannen. Wie dat waar heeft beweerd is mij niet bekend. En wanneer heeft Ayaan Hirsi Ali gezegd dat niemand op straat een hoofddoek mag dragen? De discussie ging en gaat over de scheiding tussen staat en religie. Zoals Paul Cliteur schrijft: ,,De staat moet namelijk geloofwaardig zijn als arbiter die boven de partijen staat. De neutrale staat is daarom een noodzakelijk complement op de multiculturele samenleving.''

Maar mevrouw Van Ardenne wil geen neutrale, maar een christelijke staat vertegenwoordigen. Hier hebben we een serieus probleem: in de Grondwet ontbreekt een bepaling ten aanzien van de identiteit van de Staat der Nederlanden. Van Ardenne moet Nederland niet met het Vaticaan verwarren. Wanneer een minister zo in strijd met de geest van de Grondwet spreekt, is het dan een wonder dat een immigrant niet weet waar die aan toe is? Van Ardenne is ook een liefhebber van hoofddoeken. De juridische (dus niet de maatschappelijke) discussie over de opzichtige religieuze tekens betreft slechts de staat en niet de samenleving als geheel. Mag een rechter met een hoofddoek of een opzichtig kruisbeeld verschijnen? Mag een ambtenaar met een hoofddoek of een opzichtige davidster verschijnen?

Terwijl religieuze groeperingen in Gaza een synagoge in brand steken, en in Pakistan en Indonesië regelmatig aanslagen worden gepleegd op kerken, schrijft minister Van Ardenne zo'n lichtvaardige stuk. Tolerantie jegens elkaar is de uitkomst van de strijd tegen de heerschappij van een intolerante religie. Velen beginnen langzamerhand een paars kabinet te missen dat zich verre hield van dit soort amateuristische levensbeschouwelijke discussies. Het zou goed zijn wanneer Balkenende de ministers Van der Hoeven en Van Ardenne op missie naar Afrika zou sturen en hen zou vervangen door competentere bestuurders.

    • Afshin Ellian