Man met borstkankergen krijgt vaker prostaatkanker

Door alle bekende Nederlandse BRCA2-families te onderzoeken op kanker, is duidelijk geworden dat ook onder mannelijke dragers van zo'n borstkankermutatie veel vaker kanker voorkomt. Zij hebben 2,5 keer zoveel kans op prostaatkanker en bijna 6 keer zoveel kans op alvleesklierkanker dan gemiddeld onder de bevolking. Het kwalijke effect van BRCA2 bij mannen was al bekend, maar de Nederlandse studie levert nauwkeuriger cijfers dan voorheen (Journal of Medical Genetics, sept). Alle negen Nederlandse klinisch genetische centra hebben aan het onderzoek meegewerkt.

Mutaties in de genen BRCA1 en BRCA2 (van BReast CAncer) vergroten niet alleen het risico op borstkanker bij vrouwen, maar ook dat op andere kankers bij zowel mannen als vrouwen. De mutaties zijn betrekkelijk zeldzaam; ze komen vermoedelijk voor bij één op de duizend mensen. In Nederland zijn tot nu toe 139 families bekend waarbinnen de mutaties voorkomen.

Vooral BRCA2 levert een verhoogd risico op prostaat- en alvleesklierkanker, maar de omvang van dat risico was totnogtoe waarschijnlijk overschat. Probleem is dat in families met bekende BRCA2-dragers vooral de familieleden mét kanker zich op de mutatie laten testen. Familieleden die geen kanker ontwikkelen, denken dat ze geen drager zijn en doen dus geen test. Daardoor lijkt de associatie tussen kanker en BRCA2 groter dan hij uiteindelijk is.

De Nederlandse onderzoekers keken daarom ook naar het aantal gevallen van kanker bij een grote groep naaste familieleden van een BRCA2-drager. Zo konden ze het kankerrisico inschatten zonder afhankelijk te zijn van mensen die een BRCA2-test wilden uitvoeren. Ze onderzochten alle familieleden met een kans van 50 procent om BRCA2-drager te zijn. Dat zijn alle broers en zussen van een BRCA2-drager, zijn of haar ouders, grootouders en zelfs oudooms en oudtante's.

In totaal kwam men zo op 1811 mensen. Bij hen kwamen bij elkaar 600 gevallen van kanker voor: 307 borstkankers (waarvan 13 bij mannen), 70 eierstokkankers, en nog 199 keer een ander type kanker. Daaronder waren 24 gevallen van prostaatkanker (2,5 keer zoveel als verwacht in de doorsnee-bevolking) en 14 alvleesklierkankers (5,9 keer zo vaak als verwacht). Eén keer vonden de medici zelfs alvleesklierkanker bij een kind van nog maar negen jaar.

    • Bart Meijer van Putten