Kabel-tv mag niet meer kosten dan 6,60 per maand

Commerciële kabelmonopolies worden slapend rijk van slechte service, vindt Maarten Huygen die als commentator reist door de samenleving.

Alleen al het bellen naar de Goudse kabelmaatschappij Rekam is een verademing. Geen 0900-nummer te vinden, want daar houden abonnees niet van en die zijn de baas van deze niet-commerciële stichting. Het lokale Goudse telefoonnummer staat bovenaan de homepage. Een levende vrouw met een warme menselijke stem neemt op en ze verbindt je direct door met de directeur, ir. H.J.M. Grooten. De meeste taken heeft hij uitbesteed zodat hij verantwoordelijk is voor slechts tien werknemers. Hij heeft niet veel te doen, zegt hij, tenzij er storing is. Dan kunnen de getroffen kijkers hem zelf bellen. Het is nog niet voorgekomen dat alle 50.000 abonnees hem tegelijk wilden bereiken. ,,De telefoon gaat nauwelijks'', zegt hij.

Kom daar eens om bij de peperdure commerciële kabelmaatschappijen UPC of Casema. Daar zitten werknemers verschanst achter automatische telefoon-beantwoorders die de machteloze abonnee op keuzemenu's trakteren. In de regel gratis als je een abonnement wilt hebben, tien eurocent per minuut als je met een klacht komt of service verlangt. Het gaat bij UPC of Casema niet om service maar om winst, zolang de Nederlandse overheid dat toelaat. In een interview met de Financial Times gaf John Malone, de Amerikaanse baas van UPC, hoog op van de winsten in de Nederlandse videomarkt. Dataverkeer levert zelfs 80 procent winst op. Malone erkende wel dat in markten die door echte concurrentie worden geplaagd minder winst wordt gemaakt dan in Nederland. Maar hier betekent marktwerking dat de bevolking wordt ingedeeld in een kleine nomenklatoera met bonusbaantjes en vele sukkels die daarvoor betalen. Toezichthouders als Opta, de Mededingingsautoriteit, zakenmensen en politici blijven tegen beter weten in gezellig met elkaar polderen. Boze Kamermoties baten niet. Het ene overheidsmonopolie na het andere gaat onder de hamer, miljarden wisselen van eigenaar, slimme tussenpersonen krijgen de vette hapjes of vertrekregelingen en de lasten stijgen.

De Rekam in Gouda is altijd een gewone centrale antennebeheerder gebleven. Grooten geeft zo goedkoop mogelijk signalen door. Digitaal, internet, telefonie, wat hij zelf niet kan, besteedt hij uit aan bedrijven die op zijn net willen concurreren. Hij dringt bij de tv niet ook een telefoon- of internetabonnement op. Het basisabonnement voor 60 radiozenders en 56 tv-kanalen (anderhalf tot twee keer zoveel als bij commerciële kabelaars) kost slechts 6,60 euro per maand, inclusief BTW. Mijn mond valt open.

In zijn bescheiden kantoortje legt Grooten uit hoe dat kan. Als ingenieur en liefhebber van techniek laat hij zich geen oor aannaaien voor dure investeringen. Rekams lage tarieven zijn te danken aan de orthodox protestanten in Gouda en omgeving. Omdat die niets zagen in televisie, bemoeide de lokale politiek zich er niet mee. Uiteindelijk besloten de centrale antennediensten van woningcorporaties en wijken samen te gaan en zo ontstond later de Rekam. De stichtingbestuurders delen geen geld aan elkaar uit maar vergaderen onbezoldigd. Ah, het bestaat nog. Sancta sobrietas, wat jammer dat ik geen abonnement kan nemen. Maar de commerciële kabel is nu eenmaal geen vrije markt. Ik woon niet in Gouda.

Toen de Nederlandse gemeenten hun met belasting gefinancierde kabels voor miljoenen euro's verkochten, kondigde ook de burgemeester van Gouda in de krant plechtig de verkoop van de kabel aan. Misschien wilde hij ook een zweeflijn aanleggen. Daarna kwam hij er achter dat zijn gemeente niets had om te verkopen, want de kabel was van de abonnees zelf. En aangezien de stichting is opgericht om de kosten zo laag mogelijk te houden, is verkoop niet aan de orde.

In de meeste andere gemeenten betaalden de abonnees opnieuw voor hun centraal-antennesysteem, want de bedrijven moesten de hoge aankoopprijzen terugverdienen. De tarieven vlogen omhoog en UPC kwam in financiële problemen. Malone van Liberty Media wist zijn UPC voor een prikje helemaal over te nemen, zodat voor hem een mooie tijd is aangebroken zonder veel afschrijvingskosten. Omdat hij er zo rijk van is geworden, wordt hij alom bewonderd. Als beloning krijgt hij misschien vrijwel het hele Nederlandse kabelmonopolie in handen. Hij wil nu ook inhoud gaan verkopen, Malone-tv op de Malone-kabel.

Als je aan zo'n centraal-antennesysteem wil verdienen, moet je het aantal te ontvangen kanalen schaars maken, legt Grooten uit. Je moet mopperen als iemand signalen op je kabelnet wil doorgeven of via je net wil ontvangen. Sommige commerciële tv-kanalen (RTL, SBS) betalen om te worden opgevangen, andere (Discovery) krijgen er geld voor. Een bizarre onderhandelingsgeschiedenis. Rekam betaalt in principe niet voor doorgifte, dus valt Discovery af. Wel claimen auteursrechtenorganisaties met succes geld van kabelmaatschappijen, ook al worden ze voor hun prestaties reeds door de zenders betaald.

Met vernuftige juridische en economische tolpoortjes wordt de centrale-antenneabonnee extra belast. De nieuwste heffing heet digitale televisie, een manier om omroepsignalen compacter te maken. De techniek is in principe niet duurder en niet mooier maar er onstaat wel meer ruimte voor kanalen en dataverkeer. Dan kunnen kleinere doelgroepen aan bod komen. Maar omdat kabelmaatschappijen het onderling niet eens zijn over één digitaal systeem, kunnen gewone televisietoestellen geen digitale signalen ontvangen en moet de consument voor elke kabelmaatschappij een ander kastje kopen. Dat maakt digitaal duur. Het is wel voordelig voor de kabelmaatschappij want als de klanten al het ene kastje hebben, kopen ze minder gemakkelijk een ander ontvangstsysteem, satelliet bijvoorbeeld.

Grooten verzendt allang digitale signalen naar klanten die dat wensen maar in tegenstelling tot commerciële kabelaars wil hij ze niet tegen meerprijs opdringen. De abonnees mogen hun oude niet-digitale pakket tegen 6,60 per maand houden.

De commerciële kabelaars vragen zeker 15 euro per maand. Rekam bewijst dat dit bedrag meer dan twee keer te hoog is.

    • Maarten Huygen