Invloed Raad voor Cultuur wordt beknot

De invloed van de Raad voor Cultuur op de toewijzing van kunstsubsidies wordt verminderd. Kleine culturele instellingen moeten hun vierjarige subsidies niet meer aanvragen bij de Raad maar bij de sectorale fondsen. De subsidie van enkele grote kunstinstellingen wordt door de staatssecretaris vastgezet.

Dat stelt staatssecretaris Medy van der Laan (Cultuur) voor in haar gisteren gepresenteerde plan Verschil maken. Het plan beoogt een `herijking' van de wijze waarop de verdeling van rijkssubsidies aan culturele instellingen is geregeld. Voor de periode 2005-2008 ging het om 400 miljoen euro.

Het huidige systeem, waarbij de Raad voor Cultuur via commissies oordeelt over de culturele instellingen en vervolgens aan de staatssecretaris adviseert over de toekenning van een vierjarige subsidie in de Cultuurnota, noemt Van der Laan een ,,verbureaucratiseerde en ontzielde procedure'', die ,,niet het goede debat'' oplevert en te weinig verschuivingen in gang zet.

De Raad voor Cultuur zou zich vanaf 2007 alleen nog maar mogen buigen over de subsidieaanvragen van middelgrote en grote instellingen. Het geld voor de naar schatting 100 à 150 kleine instellingen, goed voor tien procent van het budget voor de cultuurnota, wordt overgeheveld naar fondsen zoals de Mondriaan Stichting en het Fonds voor de Podiumprogrammering en Marketing. Anders dan de Raad voor Cultuur, die de overheid slechts adviseert over de toe te kennen subsidies, keren fondsen zelf het geld uit.

Van der Laan vrijwaart drie groepen instellingen van beoordeling door de Raad voor de Cultuur: de sectorinstituten (nog in oprichting), de orkesten en de twee landelijke operahuizen, en musea met een rijkscollectie. De precieze hoogte van hun subsidie wordt om de vier jaar vastgesteld, zij het dat de instellingen geen al te grote schommelingen hoeven te verwachten. Elke vier jaar leggen de instellingen verantwoording af aan een internationale visitatiecommissie die aan het ministerie rapporteert. De staatssecretaris leverde bij de presentatie van haar plan kritiek op het debat over het kunstbeleid. ,,Het inhoudelijk gesprek met de sector wordt gevoerd via juridische procedures.'' Voor de huidige Cultuurnota 2005-2008 kwamen achthonderd aanvragen bij de raad binnen. De helft werd afgewezen. Een deel van de instellingen ging daartegen in beroep.