Hollands dagboek: Hans Verhage

Wie Hans Verhage (39), schoolleider van het 4e Gymnasium in Amsterdam en docent geschiedenis. Verhage is ongehuwd.

Waarom Deze week begon in Amsterdam het 4e Gymnasium, een nieuw gymnasium voor leerlingen die op de al bestaande Amsterdamse gymnasia niet terechtkonden.

Schrijft `Het 4e Gymnasium moet in de eerste plaats een goede school zijn en pas in de tweede plaats een veelkleurige.'

Woensdag 7 september

Precies een week geleden stond ik op de steigers rondom mijn nieuwe school. Net terug van vakantie, ging ik met mijn boezemvrienden K. & N. 's avonds even kijken bij het gebouw aan het Johan van Oldenbarneveldtplein in Amsterdam-Westerpark. Tot mijn schrik zag ik een gebouw dat meer leek op een slooppand dan op een gerenoveerd monument waar een week later een nieuwe school moest beginnen. ,,De beamers hangen nog niet'', riep ik onderkoeld naar mijn vrienden op de grond.

Vanochtend zijn de steigers verwijderd. De bijgewerkte zandstenen decoraties glimmen in het zonlicht, terwijl binnen de laatste hand wordt gelegd aan de vijf lokalen die we vanaf maandag in gebruik gaan nemen: het Amsterdamse 4e Gymnasium is klaar om van start te gaan!

De ruim tachtig eersteklassers hebben vandaag hun eerste introductiedag. Op enkele uitzonderingen na zijn het leerlingen die zich oorspronkelijk hadden ingeschreven op één van de drie `oude' gymnasia in de stad, maar die het slachtoffer zijn van de jaarlijkse uitloting op het Barlaeus, het Vossius en het Ignatius. Om deze leerlingen een goed alternatief te kunnen bieden, riepen de bestaande gymnasia `ons' in het leven: het 4e Gymnasium.

's Middags belt de lokale tv-zender AT5. Of we nog een `leuke' opening hebben waar ze kunnen komen filmen? Ik denk aan morgen, als we met de eersteklassers gaan vliegeren op de Wassenaarse Slag. Als de betreffende journalist me op uitdagende toon vraagt waarom we eigenlijk het 4e Gymnasium heten – er begint deze week namelijk ook een ander gymnasium in de stad: het Cygnus – begrijp ik waar hun `journalistieke' interesse naar uit gaat: een opgeklopt relletje over de vraag wie de 4e is. Ik besluit hen buiten de school te houden, zeker zolang ons gebouw nog niet af is, en verwijs naar de officiële openingsplechtigheid in november, als wethouder Aboutaleb komt. ,,Dat heeft voor jullie vast ook meer nieuwswaarde'', zeg ik pesterig.

Donderdag

Vanochtend vertrek ik vroeg met alle eersteklassers naar Leiden: tijdens de tweede introductiedag bezoeken ze het Rijksmuseum van Oudheden. Ik heb nog nooit zo'n voorbeeldige groep leerlingen meegemaakt: twee uur lang wordt geconcentreerd gewerkt aan opdrachten over Grieken en Egyptenaren. Het kan iets te maken hebben met het ontbreken van `broertjes en zusjes' op onze (nieuwe) school. Familieleden krijgen sinds jaar en dag voorrang op de Amsterdamse gymnasia. Mogelijk hebben die eerder de neiging om zich te laten gelden dan leerlingen voor wie alles nieuw is?

Aansluitend gaan we naar het strand en laten de vliegers op die de leerlingen gisteren hebben gemaakt. Het is stralend weer en als alle vijfentwintig vliegers tegelijk de lucht ingaan, krijg ik een brok in m'n keel. Minder dan een jaar geleden initieerden de rectoren van de bestaande gymnasia het plan voor een 4e Gymnasium. In het Cartesius, een lyceum in Amsterdam-Westerpark met een cultureel gemengde leerlingenpopulatie, vond men een partner die het initiatief wilde dragen. Zo kwamen we terecht op onze huidige locatie: door een luchtbrug verbonden met het Cartesius. De docenten, inclusief ikzelf, zijn afkomstig van de vier deelnemende scholen.

's Avonds belt mijn moeder. Vandaag is Vrij Nederland verschenen met daarin een groot achtergrondartikel over het 4e Gymnasium. De overigens oprecht geïnteresseerde journalist heeft nogal eenzijdig ingezoomd op onze multiculturele toekomstplannen. Mijn ouders zijn enthousiast over het artikel en melden dat, als ze nog kinderen in die leeftijd hadden, ze die dadelijk aan ons zouden toevertrouwen. Hun enige punt van kritiek is dat onder al dat nobele streven om een nieuwe elite te kweken, ons hoofddoel dreigt onder te sneeuwen: het 4e Gymnasium moet immers in de eerste plaats een goede school zijn en pas in de tweede plaats een veelkleurige.

Vrijdag

Vanochtend sta ik voor de klas op het Vossiusgymnasium, mijn oude school waar ik de afgelopen tien jaar geschiedenisdocent en onderbouwcoördinator ben geweest. Uit sentimentele overwegingen blijf ik daar dit jaar nog één klasje lesgeven. ,,Hoe gaat het op het 4e?'', vragen mijn leerlingen en ik vertel ze met enig schuldgevoel dat op dit moment keihard wordt gewerkt om de lokalen in te richten.

`Mijn' andere kinderen, die van het 4e Gymnasium, brengen de ochtend door in Artis. Docent Tommie, afkomstig van het Barlaeus, houdt een presentatie in het planetarium, waarna de leerlingen zich wijden aan een vakoverstijgend project Biologie-Tekenen. Het is een van die momenten in het afgelopen halfjaar dat ik eigenlijk op drie plaatsen tegelijk zou willen zijn. Gelukkig weet ik dat de excursie van vandaag bij Pauline, de klassenmentor met wie ik al jarenlang samenwerk, in goede handen is.

Het introductiefeest 's avonds vindt nog plaats op het Cartesius; vanaf maandag zitten we in ons eigen gebouw. Ik heb de sleutel van de tijdelijke voordeur en om half negen knijp ik er, samen met de vijf mentoren, even tussenuit voor een stiekeme rondgang door onze nieuwe school. Overweldigd door alle indrukken, zijn we het er roerend over eens dat dit het mooiste schooltje van de héle wereld gaat worden.

Terug op het feest hebben de leerlingen de laatste restjes schroom afgeworpen en gaan uit hun dak. Ik besluit dat zelf ook maar te doen en dans de rest van de avond. Leerling S. wil een rondje op mijn schouders, waarna anderen zijn voorbeeld volgen.

Zaterdag

Zoals ieder weekend, ga ik squashen met E. Behalve een goede vriend en voormalig studiegenoot is hij toevallig ook de schoolleider van het Cygnus, het andere gymnasium dat deze week is gestart. Onderweg stellen we onszelf de vraag of we nu concurrenten zijn geworden. Uit angst dat dit onze vriendschap onder druk zou zetten, komen we uit op een stellige ontkenning. Wij zijn het verlengstuk van de drie gevestigde gymnasia, terwijl zij zichzelf juist als een alternatief presenteren.

Met K. & N. ga ik 's avonds naar Zielen van Napels, een film over het contrast tussen arm en rijk in een Napolitaanse achterbuurt en tussen licht en donker op een doek van Caravaggio. Anderhalve maand geleden stonden we gedrieën in díe achterbuurt voor dát schilderij.

Zondag

Op het terrein waar ik gisteren Zielen van Napels zag, de Westergasfabriek, houdt stadsdeel Amsterdam-Westerpark vandaag open huis. In een variant op Koot en Bie's Keek op de Week is de jaarlijkse manifestatie Kijk op de Wijk gedoopt. Ingeklemd tussen een modeshow en een seniorenvereniging voor line-dancing, presenteert ook het 4e Gymnasium zich. Samen met Annette, rector van het Cartesius en een van de initiatiefnemers van het 4e Gymnasium, loop ik een rondje en stel me voor aan directeuren van basisscholen in het stadsdeel. Willen we in de toekomst niet afhankelijk blijven van uitgelote leerlingen van het Barlaeus, Vossius en Ignatius, dan zijn die contacten van levensbelang.

Even later lopen we de stadsdeelwethouder van onderwijs tegen het lijf. Hij is zichtbaar opgetogen dat ons gebouw vanaf morgen in gebruik kan worden genomen, maar al na drie zinnen komt de definitieve locatie voor het 4e Gymnasium ter sprake: bij een gezonde groei van de school zal ons gebouw over een paar jaar alweer te klein zijn. ,,We willen ons híer wel vestigen'', zeg ik half schertsend. ,,Onmogelijk', is de eerste reactie van de wethouder, maar even later is hij het met ons eens dat ,,het wél mooi zou zijn.'' ,,Was dit nou lobbyen?'' vraag ik me de rest van de middag af.

Maandag

Dit is de allereerste lesdag van het 4e Gymnasium en daarmee de belangrijkste. Om half acht schrijf ik op ieder schoolbord een welkomstboodschap voor de betreffende klas en een uur later stromen de leerlingen allemaal tegelijk naar binnen.

Omdat mijn kamer, in tegenstelling tot de vijf lokalen die echt noodzakelijk zijn, nog niet gereed is, posteer ik me achter een tafel middenin de entreehal; een tijdelijke oplossing die borg staat voor een daglang aanspraak van leerlingen, docenten en werklui. 's Middags komt ook de rector van het Barlaeus langs: een van de geestelijke vaders van het 4e Gymnasium. Tijdens de rondleiding wordt hij herkend door leerlingen die zich aanvankelijk op zijn school hadden ingeschreven, maar door de notaris tot het 4e Gymnasium zijn `veroordeeld'. ,,Bedankt voor het uitloten'', zegt leerling Y. Bij het uitgaan van de school vraag ik hem of hij dat nou meende of een grap maakte. ,,Nee hoor, dat meen ik echt. Ik ben achteraf blij dat ik hier zit en niet daar!''

Dinsdag

Sinds vanochtend is de school telefonisch bereikbaar, maar tot mijn verbazing worden we niet eenmaal gebeld. Al na een dag draait de school alsof hij er altijd heeft gestaan. Heel even vraag ik mij vertwijfeld af wat ik nu eens zal gaan doen.

Rond het middaguur krijg ik bezoek van een redactrice van VPRO's Tegenlicht. Ze overweegt een documentaire te maken over het 4e Gymnasium en wil ons een jaarlang volgen. Opnieuw is het thema het 4e Gymnasium als kweekvijver van een nieuwe elite in Amsterdam. In het oriënterende gesprek stelt ze kritische vragen over hoe we dat willen aanpakken. Ik realiseer me plotseling dat, nu aan de basisvoorwaarden is voldaan, het echte werk pas gaat beginnen.

Zoals elke week dineer ik bij S. en haar gezin. Ooit zaten wij samen in de eerste klas van het gymnasium en ik wens mijn leerlingen niet alleen zo'n hechte vriendschap-voor-het-leven toe, maar ook zo'n klein en veilig schooltje als wij hebben gehad.

Woensdag 14 september

De eerste lesuren sta ik, voor het eerst op mijn nieuwe school, zelf voor de klas. Kronos vermoordt zijn vader en verslindt vervolgens zijn eigen kinderen. Tijdens het vierde kind, de godin Demeter, komt de rector van het Vossius ons lokaal binnen. Ze heeft het gebouw nog niet eerder gezien en is onder de indruk. Ik stel haar voor aan de klas, maar de gehoopte reactie – die van maandag toen de rector van het Barlaeus langskwam – blijft uit; het kan niet elke dag feest zijn. De klas gaat misschien ook te zeer op in het verhaal: uren later komen leerling F. en haar vriendin nog vragen naar de verschillen tussen Griekse en Romeinse goden.

Na de enigszins hectisch verlopen vergadering van het bouwteam, vast een gevolg van de enorme inspanningen die de afgelopen tijd zijn verricht, blijk ik terecht te kunnen op mijn eigen werkkamer. Ik slaag er vanmiddag voor het eerst in om alle punten op m'n lijstje af te werken. Zou nu langzamerhand de routine de overhand krijgen? Dat zou jammer zijn.