`Het is geen verhoor, maar hersenspoeling'

De zaak Nienke voedt het verwijt dat justitie niet uit is op waarheid, maar op bekentenissen. Advocaten moeten verdachten bijstaan tijdens verhoren, wordt geopperd. De politie verzet zich daartegen.

Alleen in een ,,justitiële bananenrepubliek'' wordt een advocaat niet toegelaten tot een verhoor van zijn cliënt. Bovendien kan daar een proces-verbaal van iemand die bekent als dragend bewijs dienen, ook als het pas een maand ná dat verhoor op schrift is gesteld. Willem Albert Wagenaar, hoogleraar psychologie en recht, gaf die kwalificatie tien jaar geleden al eens aan de rechtsstaat Nederland. Na de ophef rond de zaak-Nienke zegt hij: ,,Het is alleen maar slechter geworden''.

De bekentenis van een verdachte wordt in het recht aangeduid als regina probationis – de koningin van het bewijs. Maar telkens komen er weer zaken boven water waar juist dít bewijsmiddel niet blijkt te kloppen. En als de koningin is onttroond, vaak door DNA-onderzoek, heeft de veroordeelde er meestal enkele jaren celstraf opzitten.

Het is ook niet voor het eerst dat de manier van verhoren in opspraak raakt, getuige de Puttense moordzaak of de `Zaanse verhoormethode', waarbij gruwelijke foto's verdachten moesten prikkelen tot `herbeleving' van het delict. Welke methoden worden in Nederland toegepast? Wat mag wel en niet?

,,Als minister Donner zegt: er zijn geen regels overtreden in de zaak-Nienke, dan is dat voor de goede verstaander een platitude, want er zíjn geen regels die je kunt overtreden'', zegt Wagenaar. Hij is mede-auteur van het deze week verschenen boek The Popular Policeman and Other Cases.

De belangrijkste regel waaraan een verhoor moet voldoen staat in het Wetboek van Strafvordering: ongeoorloofde druk is verboden. ,,Er worden allerlei methoden gebruikt om druk uit te oefenen'', zegt professor Peter van Koppen, die onderzoek deed naar de zaak-Nienke. ,,Officieren en politiemensen zijn gericht op het krijgen van een bekentenis, niet op waarheidsvinding.''

Volgens Van Koppen en Wagenaar zijn er allerlei manieren om een onschuldige een bekentenis te laten afleggen, zeker bij iemand die wekenlang in afzondering is opgesloten en in tientallen verhoren geconfronteerd wordt met dezelfde vragen. ,,Je laat het licht aan, zoals bij Cees B. gebeurde, je maakt lawaai, je verhoort iemand zes maal per dag, dag in dag uit. Die verdachte is uitgeput en wordt letterlijk gek van dezelfde vragen: heb je haar vermoord?''

Wagenaar roept de Puttense moordzaak in herinnering, waarbij twee onschuldigen werden veroordeeld. ,,Daarbij wordt gezegd tegen de verdachte: `Je hebt het niet gedaan, maar beeld je nou 's in hoe de moordenaar te werk is gegaan. Je gaat dat huis binnen - wat zie je allemaal?' Zo wordt hij gedwongen beelden te construeren, beelden die hij opslaat. Na een tijdje gaat hij lijden aan waanvoorstellingen en flashbacks die hij niet kan duiden. Dan zeggen de rechercheurs: `Je hebt de moord waarschijnlijk verdrongen, dat gebeurt vaak bij misdrijven. We zullen het je helpen herinneren.' Na een tijd gaat hij die beelden interpreteren als herinneringen.'' ,,Het heet verhoren'', zegt Wagenaar, ,,maar het ís hersenspoeling''.

De Politieacademie in Zutphen leert dergelijke methoden niet, verzekert docent Henny Grolman, co-auteur van Handleiding verhoor die onlangs verscheen. ,,Wij leren de politiemensen binnen het juridische stelsel te blijven. We gaan uit van waarheidsvinding, `fair play': politiemensen moeten open en eerlijk zijn, zonder trucs, manipulatie of uitlokking. Fysiek geweld is uit den boze. Niet schreeuwen, niet zachtjes praten. Het nemo tenetur-beginsel is bij ons heilig: niemand hoeft mee te werken aan zijn eigen veroordeling.''

Toch zegt de docent dat ,,door de hectiek van de praktijk'' wel eens een ,,ongewilde scoringsdrift'' kan ontstaan bij politiemensen. ,,Er kan ontzettend veel maatschappelijke druk op een zaak komen. Wij zeggen: wees je daarvan bewust, rechercheur, hou je aan de feiten. Je moet met die druk kunnen omgaan.'' Om te garanderen dat er in de verhoorkamers van de politie geen ontoelaatbare druk wordt uitgeoefend moeten van alle verhoren in strafzaken audio-visuele opnamen worden gemaakt, vindt Grolman. ,,Als er dan iets niet goed gaat, kan de rechter het zelf bekijken.''

Een voorbeeld uit de zaak-Nienke leert dat Cees B. tijdens een verhoor werd gevraagd of Nienke een donkerkleurig dan wel een lichtkleurig T-shirt over haar hoofd had. ,,Cees B. antwoordde hierop dat het een lichtkleurige was'', staat te lezen in het evaluatierapport. ,,De rechercheurs antwoorden met: `Nee Cees, je weet best wat de kleur van het T-shirt was.' Hieruit maakte Cees B. op dat het dus een donkerkleurig T-shirt moest zijn geweest.''

Zo'n verhoor lijkt in strijd met de lesstof op de Politieacademie, waar onderwezen wordt dat zoveel mogelijk ,,open vragen'' moeten worden gesteld. Volgens de evaluatie van het openbaar ministerie gaf Cees tijdens zijn verhoren ,,vaak'' aan dat hij had bekend wegens de druk, en ,,om van het gezeur af te zijn''.

Dat hoeft niet te betekenen dat de verhoorders over de schreef zijn gegaan, zegt prof. Jan Naeyé, hoogleraar strafrecht aan de Vrije Universiteit. ,,De man is onder zware druk gezet om die bekentenis af te leggen. Dat hij bekende was stom van hem. Er zijn daders die ontkennen, en er zijn onschuldigen die bekennen. Heel vaak gaat het natuurlijk om daders die ontkennen. Bij zware moordzaken worden verdachten onder zware druk gezet. De rechter accepteert een stevige ondervraging, mits de betrouwbaarheid van de verklaring niet in het geding komt.''

Maar volgens Wagenaar en Van Koppen verkiezen onschuldige verdachten die uitgeput zijn door eindeloze verhoren en gedesoriënteerd zijn geraakt door de afzondering, vaak de kortetermijn oplossing van een bekentenis boven het volharden in hun onschuld. Zij gaan ervan uit dat de waarheid in de loop van het onderzoek alsnog boven water zal komen. Hoe vaak in Nederland valse bekentenissen worden afgelegd is niet bekend, maar Wagenaar stelt dat er in Nederland ,,beduidend minder slachtoffers van terrorisme zijn dan van het justitieapparaat''.

Wagenaar en Van Koppen pleiten voor prudentie bij de bekentenis als bewijs. Van Koppen: ,,Toen er eenmaal een bekentenis was van Cees B. verdween elk kritisch vermogen. De bekentenis moet het begin zijn van een onderzoek. Een onderzoeksteam wordt nu meteen afgeschaald na een bekentenis.'' En, zegt Wagenaar: ,,Als een bekentenis zo belangrijk is dat je hem écht nodig hebt, betekent dat dat je niks anders kunt vinden. Dat is in een zaak als die van Nienke wel heel raar.''

Ook de Politieacademie doceert dat een bekentenis pas waarde krijgt als hij is getoetst aan de tactische aanwijzingen. ,,Ik heb op plekken gewerkt waar altijd dezelfde persoon opbelde om te zeggen dat hij het had gedaan'', zegt Henny Grolman.

Wagenaar en Koppen pleiten ook voor regels bij het verhoren. Ze moeten worden opgenomen, niet audio-visueel, maar op geluidsband. Wagenaar: ,,Anders gaat men weer allemaal studio's bouwen die over tien jaar klaar zijn. Morgen kun je beginnen met een bandrecorder, zodat je kunt vaststellen wanneer het verhoor plaatsvond, hoe lang het duurde, wie erbij waren en wat er is gezegd.'' Volgens hem hebben opeenvolgende ministers van justitie zich verzet tegen opnamen in de verhoorkamer. ,,Men wil niet op de vingers gekeken worden.'' Om die reden, vermoedt hij, mag ook de advocaat niet aanwezig zijn bij het verhoor, terwijl dat in veel andere Westerse landen wel mag. ,,Als de verhoren van Cees B. waren opgenomen, of er was een advocaat aanwezig geweest, was hij nooit veroordeeld.'' Van Koppen: ,,Als een verdachte nu zegt dat hij onder druk is gezet, en twee agenten ontkennen dat, dan houdt het op.''

Maar politiemensen zien er niets in om een advocaat toe te laten. ,,Met een advocaat bij het verhoor zegt een verdachte niks'', zegt een oud-politieman die anoniem wil blijven. ,,,Voor politiemensen is de strijd tegen de criminaliteit een heel harde strijd. Het is de bedoeling dat de samenleving blijft winnen in die strijd. De politie gaat niet haar eigen hindernissen opwerpen door er advocaten bij te halen.''

Wagenaar: ,,Minister Donner blijft zeggen dat dit een incident is. Maar dit soort fouten is aan de orde van de dag. Er moeten geen aanwijzingen komen, of richtlijnen, maar een wet waaraan de rechter gebonden is.''