Een gure wind heeft het leesplezier kapotgemaakt

Sinds de jaren tachtig waait een gure wind door de lerarenopleidingen, een wind die vakkennis heeft weggeblazen en docenten de scholen binnenstuurt die hun vak niet of nauwelijks beheersen en wie is voorgehouden dat lezen niet belangrijk is.

Een gestaag afkalvende lessentabel voor de talen, met name Duits en Frans, ministers (Wallage en Netelenbos) die hun eigen kortetermijnvisie belangrijker achtten dan het behoud van waardevolle verworvenheden als het lezen van boeken en het overdragen van kennis zorgden voor de rest.

`Ontlezen' is een traag proces dat niet of nauwelijks te stoppen is. Tenzij de minister de moed op kan brengen per direct opleidingen te verplichten `het vak' weer centraal te stellen. Wie mevrouw Van der Hoeven kent, weet dat zulks waarschijnlijk een vrome wens zal blijven.

Maar gelukkig: er zijn nog docenten die het aandurven `literatuur' te geven en die met hun leerlingen nog een behoorlijk aantal boeken lezen.

Mijn eigen meer dan veertigjarige onderwijservaring leert dat `het lezen van boeken' iets verrijkends is, iets waar leerlingen met plezier (mits goed begeleid) mee aan de slag gaan. Lezen, een aanzet tot een dialoog over boeken, schrijvers, filosofen, stromingen en ideeën. Misschien is dat niet iets voor iedereen, maar dan nog geen reden het lezen af te schaffen.