Dwergstern

Langs de kust van Zeeland, aan de kop van Schouwen, reiken kribben de Noordzee in. Opeens flitst iets daarboven in de zomerlucht met kleine witte sikkels. Het is de dwergstern, een volwassen vogel met jong. De dwergstern (Sterna albifrons) is de kleinste bij ons broedende stern, helaas schaars. Onmiskenbaar zijn de spitse gele snavel met zwarte punt, gele poten en vooral het witte voorhoofd afgegrensd door een zwart kapje. De roep is een hoog en herhaald `kit-kit' of een hoog raspend `kri-kri'. In de vlucht is de dwergstern (24 cm) te herkennen aan een korte, schokkende slag, niet zo diep doorbuigend als bijvoorbeeld bij het visdiefje. Onze broedvogels overwinteren aan tropische kusten. In alles is de dwergstern een kustvogel. Het lijkt alsof de adulte vogel het jong jachtles geeft: opeens duikt hij omlaag om in het zeewater voedsel te verschalken. En keert zich meteen om naar het jong. Deze duikt ook, maar vangt niets. De ouder doet het nog eens voor: vleugels strak langs het lichaam, en pijlsnel met de gele snavel het water in.

Illustratie: Rein Stuurman (Zien is Kennen!)

freriks@nrc.nl

    • Kester Freriks