Dwang geldt nu minder migranten

De brede inburgeringswet voor alle migranten en Nederlanders die buiten de Europese Unie (EU) zijn geboren, is van de baan. Nu zijn 500.000 in plaats van 775.000 migranten verplicht zich in te burgeren.

Minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie, VVD) maakte dat gisteren na afloop van de ministerraad bekend. Het voorstel voor de nieuwe Wet op inburgering in Nederland wordt maandag naar de Tweede Kamer gestuurd.

Verdonk komt deels tegemoet aan de Raad van State die op 1 juli oordeelde dat haar oorspronkelijke voorstellen juridisch niet houdbaar waren. De minister richt zich nu op alle vreemdelingen in Nederland – migranten die niet de Nederlandse nationaliteit hebben. Ze ziet af van een inburgeringsplicht voor Nederlanders die buiten de EU zijn geboren, en voor genaturaliseerde Nederlanders (312.000) mits ze geen uitkeringsgerechtigde of geestelijk leider zijn, dan wel opvoeder van jonge kinderen.

Verdonk zei gisteren dat ze deze drie groepen wel kan verplichten zich alsnog in te burgeren. Als reden voerde ze de maatschappelijke noodzaak daartoe aan. ,,Met name in deze groepen kampen veel allochtonen met grote achterstanden die hun integratie in Nederland verhinderen'', aldus de minister. Verdonk vindt dat het kabinet ,,om die reden de moed moet hebben om in een wet vast te leggen dat deze mensen inburgeringsplichtig zijn''. Ze zei af te wachten ,,of een rechter in dit land er wellicht anders over denkt''.

Verder vallen Antillianen en Arubanen (die de Nederlandse nationaliteit hebben) ook niet onder de nieuwe wet. Voor hen gaat Verdonk een aparte regeling maken ,,omdat de noodzaak tot inburgering van deze groepen wel groot is'', aldus de minister.

De Tweede Kamer had er op aangedrongen om ook Surinamers niet tot een inburgeringsexamen te verplichten. Maar daar wil Verdonk niet aan. Ze verklaarde met de Surinaamse overheid te hebben afgesproken dat alleen de Surinamers die met diploma's kunnen aantonen dat ze de Nederlandse taal spreken en kennis hebben van de Nederlandse samenleving uitgezonderd worden van de inburgeringsplicht.

De inburgeringscursus moet straks grotendeels door de migranten zelf worden betaald en het verplichte inburgeringsexamen moet binnen vijf jaar met succes worden afgelegd. Nieuwkomers die dat niet halen krijgen geen permanente verblijfsvergunning.

Met het indienen van het wetsvoorstel bij de Tweede Kamer komt een voorlopig einde aan een jaar van juridisch gesteggel over de uitvoering van een nieuw, verplichtend inburgeringsstelsel. Eerst floot haar eigen adviesraad, de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken, Verdonk terug. De commissie vond dat de minister een ontoelaatbaar onderscheid maakte tussen autochtone en genaturaliseerde Nederlanders, en Antillianen en Arubanen. De commissie adviseerde haar niet naar nationaliteit of plaats van geboorte te kijken maar iedereen die minder dan acht jaar in Nederland heeft gewoond gedurende de leerplichtige leeftijd inburgeringsplichtig te maken. Dat vond de Raad van State vervolgens weer discriminerend. De Tweede Kamer stemt in met de uitgangspunten van het nieuwe inburgeringsstelsel.