Docenten hebben te weinig bagage

Leraar, schrijver en essayist Cyrille Offermans luidde in Opinie & Debat van vorige week zaterdag de noodklok over de teloorgang van de leescultuur op scholen – niet alleen leerlingen, ook leraren lezen niet meer. Die reageerden en leggen uit hoe dat komt. Hoewel, één van hen voelt zich geminacht door Offermans' betoog.

Cyrille Offermans heeft volstrekt gelijk wanneer hij klaagt over de ongeletterdheid binnen de scholen. En hij heeft ook gelijk met de opmerking: ,,Buitenstaanders hebben er geen idee van hoezeer de ongeletterdheid binnen de scholen is opgerukt, de mensen die het kunnen weten houden wijselijk hun mond.'' Allicht: het past niet binnen de collegiale verhoudingen om over intellectuele onvolkomenheden en omissies van je vakgenoten te spreken. En vakkennis is al lang geen criterium meer voor wat dan ook in een middelbare school.

Laat ik proberen ,,de ongeletterdheid binnen de scholen'' te verklaren in plaats van de docenten als schuldigen aan te wijzen (zoals Offermans impliciet doet).

De docent met een volledige baan werkt 1.659 uur per jaar, te verdelen over 40 schoolweken. Geen reden tot klagen tot zover. Niet opgenomen in dit gegeven is een aantal zaken waarvan ik er één noem: het gebruik van de computer. Terwijl iedereen op zijn werkplek daarmee werkt, zit de leraar thuis, na zijn werktijd achter de computer. Niemand geeft/gaf hem daarin les. Hij zocht dat zelf uit en als het mis ging, dan zat hij er uren en avonden langer achter dan nodig was/is als hij een aantal collega's direct zou kunnen raadplegen. Minder leestijd dus, want die computertijd is pas beschikbaar nadat zijn schoolwerk af is.

Behalve de tijd die hieraan opgaat, is er een andere factor die te maken heeft met de ontlezing/ontintellectualisering van de leraren als groep. Een toenemend aantal docenten, en de oudsten van hen zijn de veertig allang gepasseerd, komt met een havo-achtergrond de middelbare school binnen. En iedereen weet dat de havo-leerling niet het studiehoofd heeft waarop we binnen de scholen zitten te wachten. De havist is een doener, maar in het algemeen geen intellectueel ingesteld iemand. Als je in 5 havo vraagt aan leerlingen welke vervolgopleidingen ze gaan volgen, schrik je. Niet alleen van het zeer geringe aantal dat naar een lerarenopleiding gaat, maar nog meer van de kwaliteit van de toekomstige collega's. Een toekomstige pabo-leerling merkte op toen hij een literair werk ter lezing kreeg: `Shit, wat een hoop letters.'

En dit gaat nog erger worden want de huidige groep instromende collega's komt niet meer van havo-tweedegraadsopleidingen maar van vmbo-mbo-pabo plus een aanvullende cursus van een jaar – te volgen terwijl ze al voor de klas staan. Vakkennis is geen item meer.

De tijd die leerlingen nog zouden moeten lezen, wordt door hen beperkt door wat te googelen. Op internet jatten ze alle werkstukken die nodig zijn. Lezing van het werk zelf is iets voor Gekke Henkie. En wij docenten slikken dat, want de bewijslast van jatwerk is aan ons. En o wee als de school in opspraak komt vanwege processen, reeksen onvoldoendes et cetera. De zo geroemde concurrentiepositie waar mevrouw Netelenbos zo dol op was, nietwaar? Wie denkt dat leesonderwijs door leerlingen met vrucht genoten zal worden, is al net zo onnozel als de bedenkers van het studiehuis en van de basisvorming.

De nog wel lezende docenten zakken weg in het moeras van ongeïnteresseerdheid bij leerlingen, van halfgeletterde leraren en wegkijkende directies enerzijds en wegbezuinigde mogelijkheden anderzijds. Op school wordt alles gejat, behalve leesboeken. Want die zijn er nauwelijks.

Dat is erg, want zo komen leerlingen nooit uit hun puberale wereldje. En wat betreft de allochtone leerlingen: hun taalregister is eendimensionaal en dat zal het blijven ook. Met dank aan onze onderwijshervormers.

Drs. A.J.Reijnders is docent Nederlands in Venlo.