De lezer schrijft over naamsvermelding De krant antwoordt

Ik heb me erg gestoord aan de kop op de voorpagina van 13 september waarin met grote letters de naam van het meisje vermeld staat dat in 2000 in het Beatrixpark in Schiedam is vermoord. Het moet voor de ouders van dit meisje verschrikkelijk zijn om iedere keer geconfronteerd te worden met de naam van degene die hun zo lief was en die ze hebben verloren. Gelukkig zijn er ook mensen die dit inzien en het afschuwelijke misdrijf aanduiden als de Schiedammer parkmoord. Ik begrijp niet waarom deze krant dat fatsoen niet opbrengt.

Hester Wichers Hoeth, Barchem

Ik kan mij de reactie van de lezer goed voorstellen, die zich inleeft in de gevoelens van de ouders, waarvan ik overigens feitelijk niet op de hoogte ben. Eigennamen in zulke grote letters brengen de zaak dichtbij en kunnen opdringerig werken. De redactie probeert vooral neutraal te blijven zonder overigens ongevoelig te willen zijn. Duidelijkheid en herkenbaarheid in de berichtgeving spelen een hoofdrol. Als in de media en de voorlichting algemeen sprake is van de `Puttense moordzaak', of de zaak-`Savanna' of `Erik O.' dan volgen we daarin het algemene spraakgebruik.

In de zaak-`Nienke' ligt dat minder duidelijk. In onze eigen krant hebben we de voornaam tot nu toe zeventien keer in koppen gebruikt. Maar we hebben ook vier keer het woord `parkmoord' in de kop vermeld. Het rapport dat deze week over de kwestie uitkwam refereerde in de titel ook aan de `Schiedammer parkmoord' en niet aan de naam van het slachtoffer. Ook andere kranten spreken afwisselend over `parkmoord' en `de zaak-Nienke'. Er is dus geen dwingende reden voor onze krant om te volharden in de voorkeur voor de voornaam. De brief van de lezer maakt ons in ieder geval attent op de weerstand die dit kan oproepen.

De fatsoensregels bij het noemen van namen van slachtoffers in de krant heb ik eerder toegelicht in deze rubriek over een vermist Chinees meisje uit Eibergen in mei 2004. We vinden als regel dat we volledig en feitelijk correct moeten zijn bij het noemen van namen en plaatsen. Bij namen van slachtoffers handelen we `naar bevind van zaken'. Het noemen van de naam hangt af van het belang van het nieuws en het belang van de betrokkene of zijn nabestaande. De verslaggever weegt eventuele vervolgschade door vermelding van de naam af tegen de informatieve waarde van de identiteit van het slachtoffer. De willekeurige burger die is verkracht, beroofd of aangereden kan makkelijk extra schade lijden als de krant zijn of haar naam lichtvaardig vermeldt. Achternamen van slachtoffers in grote kwesties vermijden we zoveel mogelijk.

Een naam kan bij frequente aanduiding van de zaak met die naam ook een andere lading krijgen. De kwestie, en daarmee de naam `Savanna' staat inmiddels voor falende kinderbescherming. `Erik O.' staat voor wereldvreemdheid van justitie. De naam is dan een etiket voor een kwestie geworden dat er bijna niet meer af kan. In de kwestie-parkmoord zijn we naar mijn gevoel nog niet zover. De redactie kan daar bijsturen. En waarom zouden we dat nalaten?

vragen over redactioneel beleid: lezerschrijft@nrc.nl

    • Folkert Jensma