De euro werd Joh. Enschedé bijna fataal

Niet China, maar oneerlijk concurrerende staatsdrukkerijen in West-Europa brachten gelddrukker Joh. Enschedé zware klappen toe. Multimedia moet de toekomst worden van het bedrijf.

Het waren hectische tijden rond de eeuwwisseling voor Joh. Enschedé. De Haarlemse drukkerij, die al sinds 1814 het Nederlandse papiergeld drukt en een capaciteit heeft van 1,2 miljard bankbiljetten per jaar, moest extra persen inzetten om te kunnen voldoen aan de vraag naar eurobiljetten.

Sindsdien is het stil geworden in de geldsector van Joh. Enschedé, die ook ander beveiligd papier als strippenkaarten en postzegels drukt. Het eeuwenlange monopolie op de papieren gulden was met de komst van de euro verdwenen. Voortaan mochten dertien Europese drukkerijen het nieuwe geld leveren. Bovendien had Europa na de introductie in 2002 voor jaren genoeg nieuwe eurobiljetten. ,,We wisten dat er een dip in de productie zou komen, maar niet dat die zo groot zou zijn'', vertelt Arie Piet, algemeen directeur van het ruim driehonderd jaar oude Joh. Enschedé. ,,De vervangingsvraag zal pas dit jaar weer op het niveau van de gulden uitkomen.''

Om de geldpersen toch te kunnen laten draaien, richtte Joh. Enschedé zich na de eurohausse met extra energie op markten buiten de eurozone. Maar ook daar wachtte een onaangename verrassing. ,,Overal ontmoetten we Europese concurrenten die met dezelfde overcapaciteit kampten als wij en tegen dumpprijzen bankbiljetten aanboden'', aldus Piet. Het ging veelal om staatsdrukkerijen die altijd uitsluitend eigen nationale biljetten hadden gedrukt en zich nu op de buitenlandse markt begaven. ,,We kwamen de Oostenrijkse staatsdrukkerij tegen in Singapore en de Spaanse in Slowakije, twee klanten van ons. In beide gevallen werden bankbiljetten zo'n 50 procent onder de marktprijs aangeboden. Het ging om prijzen waar wij nog niet eens het papier voor kunnen kopen. Maar het ging die staatsdrukkerijen er puur om hun personeel aan de slag te houden. Winst hoeven ze niet te maken.''

De nood werd zo hoog dat Joh. Enschedé, een van de weinige particuliere gelddrukkers in de eurozone, vorig jaar 6,7 miljoen euro operationeel verlies leed. Dit voorjaar maakte de drukkerij bekend dat van de tweehonderd medewerkers op de afdeling bankbiljetten er honderd moesten vertrekken. ,,Was de oneerlijke concurrentie in dit tempo doorgegaan, dan was er geen private bankbiljettensector in Europa meer overgebleven'', volgens Piet. ,,En juist daar vindt de innovatie qua papier, druktechnieken en machine- en inkttechnologie plaats.''

Samen met twee Duitse, een Franse en een Britse particuliere gelddrukkerij besloot Joh. Enschedé begin 2003 al om een klacht in te dienen bij de Europese Commissie. ,,Een wanhoopsdaad'', volgens Piet. ,,We zijn tientallen miljoenen euro's omzet misgelopen door oneerlijke concurrentie.'' Maar Brussel gaf weinig prioriteit aan de klacht. Immers, de oneerlijke concurrentie speelde zich af buiten de eurozone.

De klacht mocht dan weinig prioriteit krijgen in Brussel, er kwam wel een oplossing, zij het pas op de lange termijn. Brussel verwees de klacht namelijk door naar de Europese Centrale Bank (ECB), die besloot tot een nieuw aanbestedingsbeleid vanaf 2008. Piet: ,,De nieuwe regeling is heel simpel. Een staatsdrukkerij mag alleen euro's voor eigen land drukken. Een particuliere onderneming mag euro's voor nationaal gebruik drukken èn klanten werven buiten de eurozone.'' Bovendien zal de ECB op enig moment tussen 2008 en 2012, zodra de helft van alle euro's bij geprivatiseerde drukkerijen kan worden gedrukt of de helft van de eurolanden zijn drukkerijen heeft geprivatiseerd, de geldproductie openbaar gaan aanbesteden. ,,Die grens wordt bijvoorbeeld al bereikt als de Spaanse staatsdrukkerij wordt verzelfstandigd'', aldus Piet. ,,Maar daar zit 'm nu juist het probleem. Hoe zuidelijker je komt in Europa, hoe meer men geld drukken beschouwt als een staatstaak.'' Toch helpt de maatregel al, volgens Piet. ,,We komen minder dumping door staatsdrukkerijen tegen.'' Voor dit jaar verwacht hij weer winst voor het bedrijf.

Om de klappen van de concurrentie op te vangen, is Joh. Enschedé flink aan het diversifiëren. ,,We zijn aan de slag gegaan met beveiligde geldtransacties op internet, maar dat werd geen succes. Andere partijen bleken daar beter in.'' Wel succesvol werd de irisscan bij grenscontrole, in een joint venture met Schiphol. Piet: ,,Het risico was wel dat er te veel technische dingen van ons als drukkerij werden verlangd, zoals reparatie en onderhoud van de irisscanpoortjes. Daarom hebben we de de hardware en de organisatie aan Schiphol overgedaan en de technologie in eigen hand gehouden, zodat we in de toekomst nieuwe toepassingen kunnen bedenken.''

Totdat de privatisering van het vereiste aantal staatsdrukkerijen een feit is, houdt Joh. Enschedé, dat na de reorganisatie bijna vierhonderd werknemers telt, zich vast aan de status van huisdrukker van De Nederlandsche Bank. ,,De ECB bestelt eurobiljetten bij de nationale centrale bank, die weer offertes aanvraagt bij een aantal drukkerijen. Engelse en Duitse drukkers hebben ook wel eens papiergeld gemaakt voor Nederland, maar in de praktijk komt de bestelling vaak bij ons terecht'', aldus Piet. Joh. Enschedé haalt circa 30 procent van zijn omzet uit opdrachten van De Nederlandsche Bank. ,,Maar in slechte jaren is dat niet meer dan 20 procent.'' De hechte band tussen de centrale bank en een particulier bedrijf is niet zo vreemd, vindt Piet. ,,Ons pand is streng beveiligd met oog op de geldproductie en in overleg met de centrale bank ingericht. Dan is het logisch dat daar een langdurige relatie aan vastzit.''

    • Friederike de Raat