Bijl blijft actueel

Op haar achttiende was Martine Bijl een wat giechelig meisje uit Amsterdam-Zuid, dat liedjes bij de gitaar zong – met een ietwat precieuze voordracht, maar ook een diepdonker, strelend stemgeluid dat een subtiel soort expressie meegaf aan haar vaak uit het Frans vertaalde chansons. Ze maakte anno 1966 de indruk dat het succes haar min of meer had overvallen, maar leek tegelijk niet van plan te zijn zich het hoofd op hol te laten brengen – ook niet door de fikse somma van honderd gulden, die ze voor haar eerste tv-optreden had ontvangen. ,,Ik ga een klein bankrekeningetje openen, voor later,'' zei ze in het Vlaamse tv-programma Tienerklanken. Want in het luisterliedjesidioom van toen kon zelfs een bankrekening een verkleinwoordje worden.

Dat halfuurtje Tienerklanken van 1966 – wonderbaarlijk, dat zo'n lieftallig zangeresje destijds als tienermuziek werd gepresenteerd – was in Nederland nooit eerder te zien. Maar het is nu, als mooiste vondst, te vinden onder de extra's op de driedubbel-dvd Martine Bijl, hoogtepunten uit de televisie- en theatershows, waarvan de schijfjes slechts met moeite uit de verpakking loskomen. De eerste dvd wordt verder gevuld met scènes uit de tv-shows die ze in de jaren zeventig maakte, en op de andere twee staan veel opnamen uit haar theatershows van de jaren tachtig en negentig.

Nu dat alles – volgens haar eigen selectie – bij elkaar is gebracht, is goed te zien dat die tv-shows eigenlijk het oefenterrein voor de theaterprogramma's zijn geweest. In de liedjes, sketches en monologen komen al heel wat accenten en stembuigingen voorbij, die Martine Bijl later in het theater vervolmaakte. Met haar laconieke voordracht en onderkoelde ironie was ze bijvoorbeeld een volkse winkeljuffrouw die met dode ogen en een kauwgom kauwend mondje zingt over het plaatje dat ze heeft gemaakt, een boerin die zich tijdens haar vakantie steeds afvraagt hoe het thuis met de koe Rosa gaat, een verveelde goochelaarsassistente met Duitse tongval, en een dromerige snackbarhoudster die opeens Willem Ruis in de zaak krijgt – waarbij de toen uiterst populaire showmaster een opmerkelijke, keiharde parodie op zichzelf laat zien. Hoogst onrechtvaardig, en ook slordig, is trouwens het gebrek aan bronvermeldingen.

Maar daar staat dus veel tegenover. Waaronder, wat mij betreft, minstens twee klassiekers: de barse man die 's avonds thuiskomt en zijn vrouw niets dan dooddoeners te bieden heeft (,,natuurlijk hou ik van je, ik wóón hier toch?'') en de sardonische typering van de roddeljournaliste Agnes de Boer met haar onvervaarde hypocrisie. Twintig jaar oud, maar nog volkomen actueel.

Martine Bijl, hoogtepunten uit de televisie- en theatershows

(ACE 10504)

Scènes****

Extra's****