`Bij een goede flow versla je elke tegenstander'

Winnen en verliezen zijn voor volleybalcoach Avital Selinger abstracte begrippen. Positief denken, daar gaat het om. ,,Wie niet bereid is te incasseren, moet niet gaan boksen.''

Geen onzinniger bezigheid dan wedstrijden voorbeschouwen, vindt Avital Selinger, de bondscoach van het Nederlands vrouwenvolleybalteam. Wat moet hij aan de vooravond van het Europees kampioenschap in Kroatië zeggen? Dat de speelsters in vorm zijn en de verwachtingen hoog zijn gespannen? ,,Als ik de gave had de toekomst te voorspellen, was ik geen volleybalcoach geworden, maar zou ik in aandelen zijn gaan handelen.''

Selinger denkt niet in termen van winnen of verliezen. In de toeristenplaats Pula, waar Nederland zijn groepswedstrijden afwerkt en vandaag tegen Bulgarije speelt, vertelt hij waarom. ,,Een topsporter wil altijd winnen, dat is normaal; daar praat ik dus niet over. Evenmin over verliezen. Positief denken, daar gaat het om. Wie niet bereid is te incasseren, moet niet gaan boksen.''

De bondscoach wil dat de speelsters steeds hun maximale niveau halen en de wedstrijden in een flow, een soort trance, beleven. Selinger: ,,Zodra de ploeg mooi, gecoördineerd teamwerk creëert, is elke tegenstander te verslaan. Maar die flow, die state of mind, is ongrijpbaar. Bij recente oefenwedstrijden tegen Polen was de flow verdwenen, waarna hij in de daaropvolgende twee duels met Duitsland bij vlagen terugkeerde. Ja, ik verwacht dat speciale gevoel terug tijdens het EK. Omdat we veel wedstrijden spelen, hetgeen de flow stimuleert. En omdat het een mentaal proces is waarmee we de afgelopen, drukke zomer veel ervaring hebben opgedaan.''

Kansberekeningen laat Selinger, niet zonder cynisme, aan de buitenwacht over. Hij weet dat de verwachtingen groot zijn door de goede resultaten van het team. ,,In Nederland wordt heel simpel geredeneerd: Bulgarije is zwaar, maar moet kunnen; Turkije hebben we altijd met 3-0 van gewonnen, kan hooguit 3-1 worden; Italië hebben we dit jaar al twee keer verslagen, dus nu lukt dat ook. En Spanje? Och, wat stelt die ploeg voor. Alleen Rusland is gevaarlijk. Goed, dan worden we tweede en staan we in de halve finale. Maar die andere groep stelt niets voor, zodat we in feite al in de finale staan. En als we die verliezen, worden de messen geslepen. Zo werkt dat. Natuurlijk chargeer ik. Bewust, omdat het in wezen nergens om gaat. Volleybal is maar een spelletje – waarin ik weliswaar helemaal opga. Maar zodra ik terugkeer uit de hal zet ik de televisie aan en kijk ik hoe het de slachtoffers van de orkaan Katrina vergaat. En dan weet ik weer dat we nederig moeten zijn.''

Die levensopvatting brengt Selinger dagelijks in de praktijk. Hij is geen opgewonden coach die zijn speelsters toeschreeuwt. Of het nu bij een training is of vanaf de bank bij een wedstrijd, de oud-international observeert en analyseert om zo nu en een speelster apart te instrueren. Van hem moéten ze niet, maar willen ze zelf. ,,Ik bekijk het EK niet per wedstrijd, maar per bal. En in de training per tweetal, drietal of zestal. Hoe verloopt de samenwerking en hoe vertaalt zich dat naar het team. De ploeg zie ik als een piramide: het topje mag er best eens afwaaien, zo lang het fundament maar onaangetast blijft.''

Maar houdt Selinger dan nooit rekening met de tegenstander? Gaat hij altijd uit van de eigen kracht? Niet helemaal, omdat de speelsters volgens hem nog niet zo ver zijn dat ze zich die houding kunnen permitteren. Selinger: ,,De Cubanen kunnen dat. Wij zijn zo ver dat we het grote China onlangs tot een aanpassing dwongen. Maar zij hebben vijf opties, wij hooguit één. Ik ben soms dus wel gedwongen tot aanpassingen, al zijn dat alleen tactische. Aan mijn opvattingen over de werkwijze met het team zal ik geen concessies doen.''

Belangrijk onderdeel van die visie is om alle internationals bij elkaar te brengen in het clubteam van Martinus uit Amstelveen. Selinger denkt dat internationaal succes pas haalbaar is als hij de speelsters dagelijks tot zijn beschikking heeft en buiten de clubcompetitie een zwaar internationaal programma kan afwerken.

Van de EK-selectie hebben er inmiddels zes voor Martinus gekozen, maar spelen de andere zes, onder wie de belangrijke speelsters Riëtte Fledderus, Ingrid Visser en Francien Huurman, komend seizoen nog verspreid over de wereld. Ziet hij dat als een probleem? ,,Niet voor mij'', zegt Selinger. ,,De speelsters moeten een keus maken. En als die afwijkt van de mijne, is het de vraag of hun droom haalbaar is.''

    • Henk Stouwdam