Wij dringen achteruit

Twee broers en een zus met een Indische achtergrond spelen de twee broers en een zus met een Indische achtergrond uit de roman `Familiefeest' van Theodor Holman. ,,Wij zijn zo treiterig niet.''

wee broers en een zus staan ginnegappend op een podium. ,,Zullen we beginnen?'' vraagt de ene broer. ,,Laten we beginnen'', zegt de andere. ,,Ja'', knikt de zus, ,,toe maar.'' Carlo (1964), Ricci (1965) en Esther Scheldwacht (1968), spelen in het Amsterdamse Bellevue-theater de lunchvoorstelling Familiefeest, naar de autobiografische roman uit 1992 van Theodor Holman.

Twee broers en een zus met een Indische achtergrond spelen dat ze twee broers en een zus met een Indische achtergrond zijn, geschaard rond hun dode vader. In een sober decor van oude mannendingen – een leren fauteuil, een kruik jenever, een pickup en een alpinopet – komen zij bijeen om een begrafenis te regelen en te rouwen. Ze doen hun best `er te zijn' voor elkaar, maar achterdocht, competitiedrift en schaamte zitten in de weg. Is het verdriet echt? Wie is het verdrietigst? Ze willen zich uitspreken, maar kunnen het niet. Als de ene broer huilt, hoont de andere broer: ,,Je gaat er toch geen opera van maken, hè.''

De broers Holman, gespeeld door de broers Scheldwacht, schmieren en klieren en vangen elkaar vliegen af, net als in het boek. Maar eenmaal van het toneel af laten de Scheldwachts elkaar keurig uitspreken. ,,Wij zijn zo treiterig niet'', zegt Carlo Scheldwacht woensdag vlak voor de Amsterdamse première van het stuk, in de restauratie van het Amsterdamse Centraal Station. ,,Nee'', beaamt Ricci Scheldwacht, ,,zo zijn wij niet. Ik heb vroeger wel eens een tekening van je kapotgescheurd, maar daar bleef het bij.''

,,Wij zijn een beschaafde familie'', zegt Esther Scheldwacht glimlachend, een van de slotzinnen van de voorstelling citerend. Esther Scheldwacht speelt in het stuk behalve de Holman-zus ook de Holman-moeder, de Holman-tante, het Holman-dochtertje van drie en de begrafenisondernemer.

,,Het idee om Familiefeest op te voeren kwam van onze regisseur Annemarie Oster'', vertelt Ricci Scheldwacht. ,,Ze had een eerdere voorstelling van Carlo gezien, Sloom Bloed, gebaseerd op verhalen van onze familieleden over Indië. Mijn broer is acteur. Mijn zus is actrice. Maar ik ben journalist. Ik deinsde ervoor terug toen Oster zei: `En dan moet jij de rol van Holman doen.'''

,,In het begin, toen ik de roman voor toneel bewerkte, twijfelde ik een beetje'', zegt Carlo Scheldwacht. ,,Holman herhaalt zich vaak in het boek. Hij geeft ook veel voor toneel onbruikbare details. Tevens had ik moeite met de structuur, het boek begon en eindigde zomaar ergens, en ik vond het ook niet zo heel erg leuk, zo hard.''

,,Maar ik had de meeste scepsis'', zegt Esther Scheldwacht. ,,Ik vond het boek aanvankelijk zo zwartgallig, de humor, de deernis, die zag ik niet meteen, terwijl Ricci echt een fan is.''

,,Ik speel hem graag'', grijnst haar broer. ,,Ik wil best zijn als hij. Hij schaamt zich altijd en precies dat etaleert hij in zijn schrijven. Hij zet zichzelf te kijk, dat vind ik moedig.''

Champagne

Afgelopen juni voerden de Scheldwachts Familiefeest al op in Den Haag, waar ze zijn opgegroeid. In de kleedkamer stond een fles champagne klaar. Van Theodor Holman. `Ik was het, ik ben het', schreef hij daags daarna in Het Parool. `En ik ben het ook niet. Ik is een ander, terwijl de spelers meer spelen wat ik ben, dan ik daadwerkelijk ben – ik weet het, het klinkt idioot, maar toch is het zo.'

,,Zijn reactie verbaasde mij, want ik heb zijn mimiek en motoriek helemaal niet bewust afgekeken'', zegt Ricci Scheldwacht. ,,Ik doe eigenlijk maar wat. Tijdens de repetities had ik moeite in het stuk te blijven. Ik wou steeds een stap terug doen, de boel analyseren. Mijn broer en zus pakten me stevig aan. Nu ik eenmaal durf, zeggen ze: wij spelen, maar jij bént. Het gaat min of meer vanzelf.''

,,Ik kijk een beetje af'', zegt zijn zus. ,,Ik kijk een stukje moeder Holman – 's ochtends voor de voorstelling – uit de film Hoe ik mijn moeder vermoordde. Ik praat, als ik haar speel, net als zij voor in de mond, een beetje geaffecteerd. Ik beweeg met mijn handen net als zij. Het was een bewonderenswaardige, trotse vrouw. Ze blijft overeind, wat haar zoons ook zeggen, hoe ze haar ook aanpakken. En ze was koket. Ze koketteert met het Jappenkamp, met het doorstane leed – althans, volgens haar zoon. In het boek en in ons stuk wordt alles consequent bezien vanuit zijn perspectief. Het lukt hem noch zijn moeder om echt te vertellen over hun pijn. Ze laten er iets van zien maar het is net of het maar show is. Echt praten, uitwisselen wat ze voelen, doen ze niet. Dat lukt hun niet.''

Familiefeest gaat dus over Theodor Holman. Over het romanpersonage Holman en over wat hij van zijn leven maakt. `Zijn dochter ziet hij nauwelijks, zijn ex is er al vandoor en nu is zijn verloofde ook al weg, terwijl zijn vader net gestorven is' schalt op enig moment het personage dat zowel in het boek als in het toneelstuk consequent met `Broer' aangeduid wordt, `Kijk volgende week naar een nieuwe aflevering van Theo's potje, waarin Theo weer een potje van zijn leven weet te maken.'

Indo's

En toch is Theo's potje universeel, menen de drie Scheldwachts. Carlo Scheldwacht: ,,Na de voorstellingen komen wildvreemden ons vertellen over hoe het was toen hún vader stierf. Er blijven altijd raadsels over als een ouder sterft, vragen waarop geen antwoord meer komt.'' Esther Scheldwacht: ,,Het stuk gaat over het menselijk onvermogen om contact te maken.'' Ricci Scheldwacht: ,,En ook over Indo's. Mensen uit Nederlands-Indië. Indische Nederlanders. Holmans ouders, onze ouders.''

Er zijn veel gevoeligheden, benadrukt hij. Extra gevoeligheden, meer nog dan tussen andere ouders en kinderen. ,,Holman beschrijft hoe hij met zijn vader bij het oversteken op de Munt wordt teruggefloten door een agent: `Wil die Indische meneer teruggaan?' De vader loopt door, al trekt zijn zoontje nog zo aan zijn hand. Hij is geen Indische meneer. Hij is een Nederlander. Onze vader heeft net als Holmans vader een kamp overleefd. Hij vertelt er niets over, maar het is er natuurlijk wel. Onze moeder leefde net buiten het kamp, maar wel onder het regime van de Japanners. Daar weten we meer over.'' Carlo Scheldwacht: ,,Hoorden we bijvoorbeeld op bezoek bij oma over de marteling van een Brits-Indische soldaat die citroensap in een wond gedruppeld kreeg. Daar moesten kinderen, onder wie onze moeder, dan naar kijken. Ik vond dat als kind spannende verhalen. In de voorstelling komt het precies zo voor.''

,,Afkomst is wel belangrijk'', zegt Esther Scheldwacht, ,,maar het is voor mij persoonlijk niet hét belangrijkst. Het is niet wat mij definieert, al ben ik er trots op en ontken ik niets. Maar hierin verschillen wij, meer dan de Holmans – Ricci vindt het belangrijker dan ik, Carlo is er de laatste tijd mee bezig, maar minder dan Ricci.'' Carlo Scheldwacht: ,,Ik ging wel eens naar de Pasar Malam-besar in Den Haag. Maar het irriteerde me. Indië is niet alleen maar hapjes, drankjes, wajangpoppen, muziek. Dit is kitsch. Onze voorstelling heeft veel te maken met dat gevoel. We hielden er een lezing over op de besar vorig jaar, speelden een scène. Na afloop zei een man tegen ons: `Dat is géén Indische familie. Die vloeken niet.' Maar verder waren alle reacties positief, vooral van onze leeftijdsgenoten, van de tweede generatie. Eindelijk wordt het onzegbare benoemd, zeiden ze.''

In het stuk Familiefeest toont Esther Scheldwacht als `moeder Holman' de huisarts (Carlo Scheldwacht) de littekens op de enkels van haar overleden man (ook Carlo Scheldwacht, die simpelweg een been optilt om zijn broek te laten opstropen). Ze benadrukt dat ze precies weet wat een lijk is, wanneer het stijf wordt, hoe je het aflegt. Haar zoons zuchten dan en kijken weg.

,,Zo gaat dat bij ons thuis niet'', zegt Ricci Scheldwacht. ,,En zo ging het ook nooit. Maar de effecten van de oorlog, die als een onderstroom nog altijd aanwezig zijn in Holmans woorden, daar herkennen we veel van. Het indirecte, het overbeleefde. De vader in het stuk heeft de gewoonte `achteruit te dringen'. Hij laat eindeloos iedereen voorgaan in winkels. Dat doe ik niet. Maar wij zijn wel Indisch opgevoed. Ik zeg `nee' als iemand vraagt `wil je dit of dat hebben', als ik `ja' bedoel.'' Esther Scheldwacht: ,,Als er op een schaal één koekje overblijft, neem je dat niet. Dat is Indisch.'' Haar broers knikken.

`Familiefeest' door Carlo, Ricci en Esther Scheldwacht, tot 25/9 en van 13 tot 18/12 in theater Bellevue, Amsterdam, dagelijks om 12.30 u. Inl. 020-5305301 of www.theaterbellevue.nl

    • Judith Eiselin