VAN DE LEZER

Du Perron stort de lezer in de opening van deze autobiografische roman niet alleen in een persoonlijke situatie, maar ook nog eens in een roerige complexe tijd. Het valt niet mee om Du Perron hier in te volgen, als je zelf beschikt over beperkte kennis van een tijd die schreeuwt om nadere achtergrondinformatie. Daar laat Du Perron het echter niet bij, hij vergast de lezer ook op pittige intellectuele discussies. Daar heb ik absoluut geen bezwaren tegen. Maar het blijft zwaar als je met zoveel thema's tegelijkertijd wordt geconfronteerd, wat doet denken aan Doctor Faustus van Thomas Mann, alleen gaat het daar geleidelijker.

De eerste kennismaking ging dus stroef en veranderde pas toen Ducroo (Du Perron) over zijn jeugd in Nederlands-Indië begon uit te weiden. Het duurde ook lang voordat ik aan de stijl gewend was geraakt; Du Perron schrijft in een toch wel afstandelijke, vaak zakelijke, stijl, die mij op dat moment te nuchter aandeed. Maar bij de beschrijvingen van het familieleven daar in het verre land, begon de waardering voor de schrijver op te bloeien. De hoofdstukken over Europa bleven knagen, want ik kon ze tot dan toe alleen als een storende factor ervaren. De verhalen uit Indië en de gebeurtenissen en gesprekken in Europa lagen voor mij in het boek mijlen ver uit elkaar. Ze leken twee verschillende werelden, die elkaar nooit nader zouden komen. De zakelijke aangelegenheden van Ducroo in Europa vond ik nogal taai, al besefte ik tegelijkertijd dat ze wel een belangrijke bijdrage leverden aan de totstandkoming van het portret van deze complexe man. Gelukkig doken er later ook passages uit Europa op die mij een bijna even groot genoegen bezorgden als de Indië-passages. Maar de fragmenten uit een jeugd in Indië wisten zowaar bij mij een zekere sympathie op te roepen.

Dat de agressieve vader en de mysterieuze moeder hem uit elkaar proberen te trekken, was voor de jonge Ducroo geen sinecure. We zien Ducroo opgroeien en we zijn getuige van zijn experimenten in de liefde. Dan komt er het moment dat hij uit Indië vertrekt en valt er een gat. Er is geen aansluiting tussen zijn jeugd in Indië en zijn verblijf in Europa, sterker nog: de lezer wordt de chaos van het roerige Europa ingetrokken en Indië lijkt ineens ver weg.

Hoewel ik de laatste zeventig bladzijden, die zich in Europa afspelen, uiterst geboeid en soms zelfs in een roes heb gelezen, lukt het Du Perron niet die verschillende werelden bij elkaar te brengen. Is het boek wel een roman? Ik zou het eerder een `open roman' willen noemen, omdat het boek door het hoge autobiografische gehalte vooral uit flarden herinneringen bestaat. Du Perron heeft dit slot te weinig de vorm van een roman gegeven. Wat natuurlijk overeenkomt met zijn opvatting dat hij meer voor de `vent' voelde dan voor de vorm. Dat neemt niet weg dat dit boek boordevol staat met prachtige beschrijvingen, boeiende discussies en spitse intellectuele bespiegelingen.

    • R.B.G.M. Steverink