Unieke sleutelstukken

Met de aanschaf van twee werken, een bijzondere Rubens en een dramatische Van Ruisdael, blijft het Haagse Mauritshuis een prinselijke verzamelaar.

Het komt niet vaak voor dat een middelgroot museum als het Haagse Mauritshuis op hetzelfde moment twee belangrijke zeventiende-eeuwse schilderijen weet te verwerven. Alleen al daarom was vorige week de aankoop van Oude vrouw en een jongen met kaarsen (circa 1616) van de Antwerpenaar Pieter Paul Rubens en Gezicht op kasteel Bentheim door de Haarlemse meester Jacob van Ruisdael (circa 1652) opzienbarend.

De tien miljoen euro die de twee werken samen hebben gekost, zijn afkomstig van de rijksoverheid, de BankGiroloterij, de Vrienden van het Mauritshuis, de Vereniging Rembrandt en verschillende andere fondsen en particulieren.

Maar zijn de aanwinsten ook gelegitimeerd in het Nederlandse museale landschap waarin, zoals onlangs naar aanleiding van de aankoop van een schilderij van Mondriaan door het Rijksmuseum, de ene conservator de andere verwijt niet doelmatiger gebruik te maken van de `collectie Nederland'?

Het schilderij van Rubens (1577-1640) toont een intiem tafereel van een oude vrouw in een donker decor met in haar hand een brandende kaars, waarvan ze de vlam met haar andere hand afschermt. Over haar schouder kijkt een jongen die met zijn hand, waarin ook hij een kaars vasthoudt, reikt naar de vlam. Het spel van licht en donker op de gezichten en de handen van de twee figuren is zeer indrukwekkend. Een dergelijk realisme en clair-obscur heeft Rubens leren kennen tijdens zijn verblijf in Italië (1600-1608), in werk van Caravaggio en diens navolgers.

Rubens maakte dit schilderij niet in opdracht, maar voor zichzelf. Het wordt vermeld in zijn nalatenschap, en het paneel waarop het is geschilderd, is samengesteld uit goedkope stukken resthout.

Naast een voorstelling van de zondeval, een olieverfschets voor een altaarstuk en twee magnifieke portretten die het Mauritshuis twee jaar geleden verwierf, illustreert de nieuwe Rubens een heel ander, en in Nederland nergens vertegenwoordigd, aspect van het ongehoord veelzijdige talent van de meester.

De Van Ruisdael die, verstopt in een Engelse particuliere verzameling, tot voor kort zo goed als onbekend was, markeert op zijn beurt een breekpunt in het oeuvre van deze schilder. Jacob van Ruisdael (1628/29-1682) maakte in 1650 tijdens een reis door het Duits-Nederlandse grensgebied tekeningen van kasteel Bentheim in Westfalen.

Opvallend is het monumentale effect dat het schilderij sorteert – ondanks de bescheiden hoogte van ruim een halve meter. Van Ruisdael heeft daartoe de natuur gemanipuleerd; de majestueuze berg waarop het kasteel ligt, is in werkelijkheid een bescheiden heuvel. Maar ook de wolkenlucht, waardoor het zonlicht in plasjes op burcht en landschap valt, draagt bij aan het dramatische effect.

Na zijn reis naar Bentheim heeft Van Ruisdael zich steeds meer toegelegd op het weergeven van overweldigende landschappen, waarvan er enkele in Nederlandse collecties worden bewaard. Maar het beginpunt van deze nieuwe richting in zijn schildersloopbaan was hier nog niet vertegenwoordigd.

Gezien de unieke positie die beide werken innemen in zowel de museumcollectie als in het grotere geheel van de `collectie Nederland', benadrukt directeur Frederik Duparc van het Mauritshuis het belang van de recente aankopen.

Die sluiten overigens ook goed aan bij de ambities van het Mauritshuis. De kern van de verzameling wordt gevormd door de oude collecties van de prinsen van Oranje, stadhouders van Holland. De geëxposeerde werken weerspiegelen die oorsprong van particuliere kunstliefhebberij: de formaten van de schilderijen passen bij de betrekkelijke intimiteit van een stadspaleis, en in de keuze van de werken is niet gestreefd naar een encyclopedisch volledig beeld van de kunst van een bepaalde school of periode

In zijn aankoopbeleid is het Mauritshuis zich blijven gedragen als een prinselijke verzamelaar, door uitsluitend belangrijke schilderijen te kopen van de meest toonaangevende schilders.

De twee recente aanwinsten voldoen bij uitstek aan die criteria. Het zijn sleutelstukken in de oeuvres van Rubens en Van Ruisdael, maar ook in het verhaal van de ontwikkeling van de schilderkunst in de 17-eeuwse Nederlanden dat het museum aan de hand van topwerken vertelt.

    • Bram de Klerck