Uitspraak inzake SGP leidt tot onbalans

Het VN-Vrouwenverdrag eist van de deelnemende staten appropriate measures om seksediscriminatie te stoppen. In het woord `appropriate' (geschikt, passend) liggen de beleidsruimte en de beoordelingsmarge besloten die de staten gegund zijn. Bijvoorbeeld om te oordelen of gezien het gewicht van de zaak een optreden buitenproportioneel zou zijn. Of dat het nemen van maatregelen te zeer andere grondrechten (bijvoorbeeld de verenigings- of godsdienstvrijheid) in de weg zou staan. De Haagse rechters vinden het SGP-verbod van vrouwenlidmaatschap van de partij discriminatie in de zin van het verdrag en veroordelen daarom de lijdzaamheid van de Nederlandse staat in dezen en hebben de klagende partij in het gelijkgesteld.

De vraag is hoe het nakomen van verdragsverplichtingen afgedwongen kan worden. Een bevel aan de staat om via het openbaar ministerie een rechterlijke verbodverklaring van de SGP te vorderen? Die weg is rechtens onbegaanbaar. Kan de rechter de staat dwingen – alweer via het OM – strafvervolging terzake van discriminatie tegen de SGP te beginnen? Dit kan in zeldzame gevallen, maar hier niet. De rechtbank heeft daarom voor een andere weg gekozen: de staat moet per direct de wettelijke subsidie aan de SGP grotendeels stoppen.

Curieus, want de Wet subsidiëring politieke partijen bevat juist op dit punt een gedetailleerde regeling, die erop neerkomt dat een subsidie alleen gestopt kan worden in het geval van discriminatie door een partij, die in een onherroepelijk strafrechtelijk vonnis is vastgesteld.

De zaak heeft vérstrekkende consequenties. De rechtbank heeft een zekere onbalans in het Nederlandse democratisch proces aangebracht. Het Duitse recht kent vanaf 1948 als politiek grondrecht de `kansengelijkheid' van politieke partijen, die uitsluit dat een of meer partijen met een handicap worden opgescheept, zodat een zuivere politieke representatie uitgesloten is. Ook al kent onze wetgeving deze regel niet, toch lijkt het goed dit democratisch beginsel zo veel mogelijk in acht te nemen.

    • Dr. J.A.O. Eskes