Soms een beetje té vervelend

Duitse en Nederlandse agenten oefenden gisteren met het oog op het WK voetbal in 2006. De communicatie is op elkaar afgestemd, de tactiek niet. ,,Duitsers vinden ons te lief, wij vinden hen te hard.''

In het gezamenlijk Duits-Nederlandse commandocentrum op luchthaven Weeze zijn de lijnen letterlijk erg kort. Een commandowagen van de Nederlandse mobiele eenheid is haaks tegen de commandowagen van de Duitse politie geparkeerd. Ertussen staat een tafel met daarop een plattegrond van de voormalige Britse militaire basis.

De vroegere woonwijk van de militairen, met veel onkruid tussen de leegstaande huizen, is een denkbeeldige speelstad van het WK voetbal, dat volgend jaar in Duitsland wordt gehouden. Een vervallen garagebox met een dak van golfplaten fungeert als stadion en de 800 `supporters', overwegend Nederlandse studenten die een mbo-opleiding veiligheid volgen, is gevraagd zich vervelend te gedragen. Appels en takken vliegen door de lucht, middelvingers gaan de lucht in en een kruispunt wordt met een `sitdown-actie' bezet. ,,We kunnen een peloton sturen'', zegt de Nederlandse commandant Joost Vroege, die zich met zijn Duitse collega Peter Rempis over het strijdplan buigt. Een agente vertaalt het aanbod. ,,Direkt machen'', zegt Rempis, waarna Vroege met twee stappen terug is bij zijn eigen commandopost om de opdracht door te geven.

De grootscheepse oefening, waarbij samen 1.500 politiemensen en figuranten worden ingezet, is ,,alleszins reëel'', verklaart minister Ingo Wolf van de Duitse deelstaat Noordrijnland-Westfalen. Op relatief korte afstand van Nederland, in Dortmund, Keulen en Gelsenkirchen, worden 16 van de 64 WK-wedstrijden afgewerkt. In totaal zal het WK door zo'n drie miljoen supporters uit heel de wereld worden bezocht, en het is denkbaar dat voor de begeleiding ook Nederlandse agenten ingezet worden.

Duitsland en Nederland hebben in maart een verdrag ondertekend waarin bepaald wordt dat de grens bij calamiteiten geen blokkade meer vormt. Bij het WK kunnen Nederlandse agenten bijvoorbeeld Britse supporters die problemen dreigen te veroorzaken tot ver in Duitsland begeleiden. De oefening is daarom eigenlijk al begonnen in Zwolle, Elst en Arnhem, van waar agenten en marechaussees de supporters hebben opgevangen en begeleid, zelfs tot aan toiletbezoek in een benzinestation.

Omdat de Nederlandse agenten over de grens onder het Duitse recht en gezag vallen, is een goede afstemming vereist. ,,Mogen we prikken en geweld gebruiken'', wordt vanuit het oefenterrein aan de Nederlandse commandopost gevraagd. Na overleg volgt toestemming. ,,Ze slaan hartstikke hard'', roept een meisje dat zich verschrikt uit de voeten maakt. Omdat sommige supporters zich wat stoerder gedragen dan noodzakelijk is, vallen er soms rake klappen, met blauwe plekken en kneuzingen als gevolg. ,,Dit is een oefening hoor'', bijt een Duitse agent een supporter toe, terwijl deze geboeid wordt afgevoerd na het gooien van een steen. Hier en daar sneuvelt er een ruit van een woning. ,,Niet meer slaan, schoppen of gooien. Anders gaan we direct naar huis'', instrueert een politieman.

Alleen op het gezamenlijke commandocentrum staan de Duitsers en Nederlanders rechtstreeks met elkaar in contact. De Nederlanders krijgen geen opdrachten van Duitsers, en omgekeerd ook niet. Hoewel één communicatiekanaal in de praktijk lastig te realiseren is, is het ook tactisch niet wenselijk. De Nederlandse en Duitse politie denken namelijk fundamenteel anders over de inzet van de ME. Nederlanders willen de meute in beweging houden, terwijl Duitse agenten met een grote overmacht raddraaiers omsingelen, om daarna op te treden.

,,Duitsers vinden ons te lief, wij vinden hen te hard'', zegt een Nederlandse ME'er. Als Duitse agenten dwars door een Nederlandse linie oprukken richting enkele baldadige supporters, ontstaat er verwarring. ,,Drie jaar geleden wekte een dergelijk actie ergernis, nu weten we hoe ze erover denken'', zegt Rob Groener namens de Nederlandse leiding.

De oefening is bedoeld om inzicht te krijgen in de commandostructuren en om de onderlinge communicatie te verbeteren. Drie jaar geleden, bij een grote oefening op hetzelfde terrein, liet de communicatie te wensen over. Die ging over te veel schijven, terwijl er ook geen gezamenlijk commandocentrum was. ,,Ik moest met handen en voeten zien uit te vinden wie mijn Duitse collega was'', zegt de Nederlandse ME-commandant Vroege. Nu is er vooraf kennis gemaakt en hebben de commandanten de beschikking over een tolk. De agenten beschikken over een woordenboekje met daarin enkele Duitse en Nederlandse zinnen en woorden. Maar niemand lijkt er gebruik van te maken. ,,In de praktijk gebruik je al improviserend toch je eigen woorden'', zegt Willy Helmond, sectieleider bij de ME.

In afwachting van de officiële evaluatie is het oordeel van oefeningleider Rob Groener positief. ,,De onderlinge communicatie ging een heel stuk beter dan in 2002. Sneller vooral, al blijft de taal een handicap.'' Voor de supporters lijkt dit niet te gelden. ,,Schade Deutschland, alles ist vorbei'', zingen ze als ze worden afgevoerd naar de bussen.