Slotakkoord in bankendrama

Het slotakkoord van het drama in de Italiaanse banksector komt eindelijk naderbij. Banca Popolare Italiana (BPI) heeft bekendgemaakt zijn belang van 29 procent in Antonveneta aan ABN Amro te willen verkopen, onder voorbehoud van goedkeuring door de Italiaanse toezichthouders.

Door deze transactie zou de Nederlandse bank de zeggenschap krijgen over Antonveneta, dat 7,6 miljard euro waard is. Dat lijkt misschien een passende oplossing voor een bitter conflict, maar geen van de deelnemers aan dit spektakelstuk komt ongeschonden uit de strijd tevoorschijn.

Voor BPI vormt de voorgenomen overeenkomst met ABN Amro een betere afloop dan de bank had mogen verwachten. Nu zijn bestuur nog immer verwikkeld is in justitiële onderzoeken en zijn belang in Antonveneta bevroren is door de openbare aanklager, mag de bank van geluk spreken als hij zich snel van deze netelige kwestie kan ontdoen. Bovendien betekent de prijs die ABN Amro bereid is te betalen een bescheiden kapitaalwinst.

ABN Amro zal waarschijnlijk de beloning oogsten voor zijn moed de dichtgetimmerde Italiaanse markt open te breken. Maar dit kan nog steeds op een Pyrrus-overwinning uitdraaien. De overnamestrijd heeft niet alleen veel managementtijd in beslag genomen, maar de Nederlandse bank moet nu ook een hoger bedrag dan zijn aanvankelijke bod op tafel leggen voor een bank die mogelijk is beschadigd door maanden van bestuurlijke chaos.

En als Antonio Fazio, de gouverneur van de Italiaanse centrale bank, zijn baan behoudt, krijgt ABN wellicht te maken met een toezichthouder die wrok koestert.

Nu ABN Amro en BPI tot een vergelijk zijn gekomen, zal er van alle kanten druk worden uitgeoefend om de resterende kwesties onder het tapijt te schoffelen. Dat mag niet gebeuren. Er zijn nog steeds te veel onbeantwoorde vragen, niet in de laatste plaats met betrekking tot de toekomst van Fazio, die krampachtig aan de macht probeert te blijven. Daarnaast wacht er nog een vracht aan onderzoeken naar het gedrag van andere deelnemers aan het drama, zoals Gianpiero Fiorani, de topman van BPI, en zijn bondgenoten, de financier Emilio Gnutti en de vastgoedmagnaat Stefano Ricucci. Als Italië zijn geloofwaardigheid wil herwinnen, is het van cruciaal belang dat deze onderzoeken voortvarend ter hand worden genomen.

Onder redactie van Hugo Dixon. Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com. Vertaling Menno Grootveld.

    • Camilla Palladino