Ruzicka dirigeert en geeft college

,,Dat de Wiener Varèse zou spelen is onvoorstelbaar; in Amsterdam zijn traditie en vernieuwing beide mogelijk.'' Zo beschreef Peter Ruzicka (1948) in deze krant ooit de positie van het Concertgebouworkest. Misschien een terechte karakterisering, maar vooral een uitdrukking van zijn eigen ideaal als artistiek adviseur van het orkest, een rol die hij van 1997 tot 1999 vervulde, aan de zijde van Chailly.

Ruzicka, nog tot eind 2006 intendant van de Salzburger Festspiele, is even terug in het Concertgebouw om twee concerten te dirigeren. Op het programma staat onder meer een wat ouder werk van zijn hand: Inseln, Randlos... (1995).

De dirigent/componist, ook werkzaam als professor, leidde het in met een uitgebreid college, inclusief klankvoorbeelden. Eigenaardig was dat wat hij de `kiemcel' van zijn werk noemde, in feite al een volledig uitgewerkte, ontkiemde gestalte is. Het werk zelf bleek, hoewel uitgebalanceerd van klank, dan ook wat eendimensionaal, met ijle flageoletpassages die op gezette tijden door varianten van de kiemcel worden doorbroken.

Theo Verbeys orkestratie van Alban Bergs Sonate voor piano, Op. 1 (1908) klonk Mahleriaans meeslepend. De klankpracht werkt niet alleen overrompelend, maar ook verhelderend aangaande Bergs romantische wortels. De klotsende golfjes in Rob Zuidams keurige Trance Figuration (1998) dienden als mooie verbinding tussen het Europa van Berg en Ruzicka en het Amerika dat Edgard Varèse in Amériques (1921) verklankte.

Chailly vierde grote successen met uitvoeringen en opnamen van de – gerestaureerde – oorspronkelijke versie. Ruzicka koos voor Varèses revisie uit 1927. Deze stak gisteren maar loom en zwaar af tegen de uitvoeringen van Chailly, die er een vlammend Amerikaans antwoord op de Sacre van maakte.

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Peter Ruzicka, met Benjamin Schmid, viool. Gehoord: 15/6, Concertgebouw. Herh.: 16/9. Radio 4: 18/9 14.15u.

    • Jochem Valkenburg