Redt de Wagner-decors

De Nederlandse Opera gooit binnenkort de decors van Wagners `Der Ring des Nibelungen' weg. Uit ruimte- en geldgebrek. Oprichting van een speciaal operamuseum zou dit drama kunnen voorkomen.

Tachtig ritten met trailers waren in juli nodig om de immense decors voor Wagners Der Ring des Nibelungen uit een loods in Brabant te transporteren naar het Amsterdamse Muziektheater. Daar voert de Nederlandse Opera de vier opera's waaruit de Ring-cyclus bestaat vanaf maandag na een lange repetitieperiode elk drie keer uit. Daarna, zo is nu het plan van de Opera, worden de reusachtige decors definitief weggegooid. Ze zijn deels versleten en het is te duur ze te bewaren voor eventuele volgende voorstellingen.

Het is de tweede keer in de historie van de Nederlandse Opera dat de Ring – in 1876 in première gegaan in Wagners eigen Festspielhaus in Bayreuth – compleet wordt uitgevoerd. De eerste vier cycli vonden plaats in 1999. De uitvoering van de nu komende drie cycli duurt bijna een maand. De eerste opvoering van Das Rheingold is op 19 september, de laatste, Götterdämmerung, op 16 oktober.

De vorige en ook de huidige cycli werden in eerdere seizoenen voorafgegaan door losse uitvoeringen van de vier afzonderlijke opera's. Als de vier Ring-decors over een maand worden weggegooid, zijn ze elk slechts 21 keer gebruikt.

Ingo Metzmacher, sinds 1 september de nieuwe chef-dirigent van de Nederlandse Opera, stond perplex toen hij er vorige week over hoorde bij een bezoek aan de repetities onder leiding van regisseur Pierre Audi en dirigent Hartmut Haenchen. En ook de zangers kunnen zich niet voorstellen dat de decors nog maar drie keer zullen worden gebruikt.

De decors van de Russisch-Amerikaanse ontwerper Georg Tsypin zijn immers uniek in de uitvoeringsgeschiedenis van Der Ring des Nibelungen. Niet eerder werden voor de vier Ring-opera's vier geheel verschillende decors van deze omvang gebouwd. Vrijwel altijd worden delen en elementen van het decor van de ene opera hergebruikt in de enscenering van de andere opera's. Bovendien hebben de decors een unieke maat, want het podium van het Amsterdamse Muziektheater is een van de grootste ter wereld. De breedte is maximaal 32 meter, de maximale diepte is 48,5 meter.

Dat reusachtige podium met zijn vele technische voorzieningen schept ongekende mogelijkheden om Der Ring des Nibelungen op een waarlijk Wagneriaanse schaal te presenteren. Het decor van Die Walküre bestaat bijvoorbeeld voor een deel uit een houten ring, bijna zo groot als een wielerbaan. Die ring is concentrisch opgebouwd, als het ringenstelsel rond de planeet Saturnus. Daarachter lijkt men miljarden lichtjaren terug te kijken naar de peilloos wazige grenzen van het universum. Die suggestie is onontkoombaar, terwijl daar toch vlak achter het Muziektheater niet het heelal begint. Daar is de alledaagse werkelijkheid van de Waterloopleinmarkt en de Mozes en Aäronkerk in Amsterdam.

Deze Ring is wars van actualisering of een gemakkelijke maatschappelijk-relevante duiding van de complexe handeling. De enscenering van Pierre Audi, de decors van Tsypin en de kostuums van Eiko Ishioka, verbeelden een mythische wereld en een universum dat alle tijden omvat, van het verste verleden tot de oneindige toekomst.

Dirigeerstokje

Das Rheingold begint in de versie van Audi en Haenchen als het bijbelboek Genesis over de schepping van de wereld. In het volkomen duister hoort men het langzaam en donker aanzwellende voorspel. Slechts het dirigeerstokje van Haenchen is te zien, dankzij een oplichtend puntje. Dan wordt het langzaam lichter in het heelal – de lampjes in het zaalplafond van Peter Struycken beginnen als sterren te pinkelen en de wereld wordt zichtbaar, verlicht door een stralende zon.

Verderop zijn er archaïsche scènes met de reuzen Fasolt en Fafner en de Nibelungen Alberich en Mime, die zich afspelen in het tijdperk van de dinosauriërs. In Siegfried klutst Mime in zijn morsige mannenbedoeninkje, diep in het oeroude woud, een reuzenei van een Jurassicsaurus Rex. De wereld waarin de goden en helden veelal opereren, lijkt met steriele glazen vloeren en high-tech stalen constructies op de onvoorstelbaar grote ruimteschepen in Star Wars.

Bijzonder zijn de decors van Tsypin vooral ook vanwege het totale concept. Wat men op het podium ziet vormt één geheel met de halfronde zaal van het Muziektheater. Het technische plafond met al die zwarte stangen en beweegbare delen voor de belichting, lijkt al bij de bouw van het Muziektheater in 1986 speciaal voor deze Ring te zijn aangebracht. De twee halfronde witte balkons, ontworpen door architect Cees Dam, zien eruit als melkwegstelsels.

Delen van het decor, zoals een aantal reusachtige en loodzwaar ogende granieten balken, steken vervaarlijk ver de zaal in of hangen aan kabels boven het publiek. In deze Ring is de scheiding tussen zaal en podium opgeheven. De operagangers zijn in Amsterdam een onderdeel van de voorstelling, die ze van dichtbij bekijken als voyeurs.

Een select deel van het publiek zit zelfs hoog boven het podium in een half open bak op `adventure-seats' en bekijkt de voorstelling van bovenaf. Die toeschouwers verkeren in een goddelijke positie. Ze zijn ver verheven boven de voortdurende verwikkelingen rond het gestolen Rijngoud en de strijd om de wereldmacht, waarvan de gouden ring van de Nibelung Alberich het symbool is.

De orkestbak is hier afgeschaft. Tijdens de vier Ring-voorstellingen heeft het orkest steeds een andere, maar altijd prominente plaats in de scène. Zo wentelt de Ring zich tijdens de cyclus om het orkest en om de muziek van Wagner. Alles aan deze Ring is hier rond en bol. Aan het slot van Götterdämmerung, de afronding van de Ring, loopt dat uit op een overweldigend effect. Als Brünnhilde de brandstapel van de gedode held Siegfried aansteekt, kleuren de scène en de zaal rood. De balkons zijn halve cirkels van felrood tl-licht. Het universum staat in brand, het publiek bevindt zich midden in een vuurbal.

Verbluffend

Eigentijds zijn de vele projecties en de oplichtende glazen platen. Verbluffend is vaak de techniek: zo ontbranden kringen van vuur in de houten ringen in Die Walküre. Delen van de decors verschuiven als bij aardbevingen, ze komen omhoog, glijden langs elkaar of zinken weg. Andere decorstukken bewegen automatisch. Om alles op te bouwen en telkens weer af te breken en te transporteren moest destijds de technische uitrusting van het Muziektheater worden aangepast. Er werden lieren aangeschaft die 3000 kilo kunnen optillen. In Das Rheingold hangt er negen ton klas, zeven ton ijzer en twee ton aan `adventure seats'.

Geen wonder dat de vele buitenlandse operacritici zich in 1999 eerst verbaasd waren over het feit dat de Ring voor het eerst in een Nederlandse productie ging en vervolgens stomverbaasd waren over wat ze in Amsterdam kregen te zien. Zoiets was nog nooit vertoond en ook de mythische oerdramaturgie van Pierre Audi werd door velen gezien als een breuk met allerlei tradities, een nieuwe weg in de kunst van de Wagner-enscenering. Deze monumentale productie is daarmee niet alleen een monument in de Nederlandse operahistorie, maar heeft ook internationaal groot belang. En nu zal die historische en unieke Ring dus worden weggegooid en terechtkomen op de kunstschroothoop.

De Nederlandse Opera heeft daarvoor een groot aantal argumenten, elk op zich rationeel en begrijpelijk. Er zijn nog geen plannen voor nieuwe series voorstellingen, die met de uitvoerige zangersbezettingen ook bijzonder kostbaar zijn. De Ring-voorstellingen verhinderen ook andere voorstellingen in het Muziektheater, dat volstaat met Ring-decors. Pas op 25 oktober is er weer een balletvoorstelling. De opslag van de decors voor onbepaalde tijd is ook duur. En her en der zijn ze beschadigd of zijn de bewegende delen versleten, zodat ze zouden moeten worden gerestaureerd.

Elders worden zulke historische producties gekoesterd. De Nationale Reisopera kwam dit voorjaar met voorstellingen van The Rake's Progress van Stravinsky in de dertig jaar oude beroemde `getekende' decors van David Hockney. De Londense Don Carlo van Luchino Visconti uit 1956 is nog in het Amsterdamse Muziektheater vertoond. De ooit revolutionaire `witte Wozzeck' van Hans Neugebauer is vele jarenlang in tal van theaters uitgevoerd. En de legendarische Tosca van Franco Zeffirelli uit 1964, waarin Maria Callas haar laatste voorstelling zong, werd pas vorig jaar door Covent Garden afgeschaft en doorverkocht naar Chicago.

Nederland moet breken met het idee dat iedere keer altijd alles weer nieuw moet zijn. De Amsterdamse productie van Der Ring des Nibelungen moet worden gered en hoort in het depot van een op te richten Operamuseum. En als daarvoor geen geld is, moeten we maar komen tot een vorm van Operamonumentenzorg.

Der Ring des Nibelungen: 19 sept. t/m 14 okt. drie maal in het Amsterdamse Muziektheater. Voor de eerste cyclus is nog een klein aantal kaarten beschikbaar. Res. (020) 6255455. Radio 4: 8, 9, 11 en 14 okt.

    • Kasper Jansen