`Proza vereist geen perfectie'

Of ze nu in China spelen of driehonderd jaar geleden, de verhalen van de Hongaarse schrijver László Darvasi krijgen altijd een nare wending. ,,Het is de wreedheid die mij altijd weer fascineert.''

De hondenjagers van Luoyang van de Hongaar László Darvasi (1962) is een bundel met uiterst verontrustende verhalen die zich afspelen in een imaginair China. Net als in zijn eerdere bundel Het treurigste orkest is Darvasi's toon niet opgewekt, eerder dreigend, en je wordt er als lezer door gegrepen. De compacte, raadselachtige gebeurtenissen, staan vol onverwachte en meestal nare wendingen. De verhalen in het eerste deel worden losjes bij elkaar gehouden door het plaatsje Luoyang, waar dingen gebeuren of waar iemand vandaan komt. De verhalen in het tweede deel met de titel `De Qin-academie', zijn nóg korter, poëtischer, geheimzinniger.

Ondanks zijn sportieve, gespierde lichaam heeft Darvasi een gebogen rug, alsof hij alle ellende van de wereld op zijn schouders draagt. Als twintiger nog, kort na de val van het IJzeren Gordijn, begon hij zijn literaire loopbaan met het publiceren van gedichten. Zonder dat het zijn bedoeling was, werd het zijn springplank naar het schrijven van proza. ,,De meeste, rechtschapen schrijvers beginnen hun loopbaan als dichter en maar weinigen zijn zo brutaal dat ze meteen aan een roman beginnen. Het gedicht is wat vorm betreft van alle tijden en het heeft een beperkte omvang. Je hoeft maar een beetje afwijkend gevoelsleven te hebben of je zit al op de weg van de poëzie. Ik sloeg destijds met veel toewijding aan het dichten en ik deed een eeuwigheid over elke regel, terwijl eigenlijk meteen al duidelijk was dat mijn verzen een epische lading hadden. Na mijn tweede bundel wist ik dat ik nooit dichter zou worden.''

Het schrijven van proza vereist meer snelheid, zegt Darvasi. ,,Maar ik kan het niet laten om verhalen of romanfragmenten zelfs na hun publicatie te herschrijven. In proza bestaat geen perfectie zoals in de poëzie. Bij een versregel voel je wanneer die af is, maar een zin in een verhaal of een roman kan altijd nóg nauwkeuriger en nóg beknopter.'' Dat laatste is bij de verhalen uit De hondenjagers van Luoyang uitgesloten – zo summier als ze al zijn. Ze staan vol wreedheden, curieuze gedachtewendingen en ze hebben een rare, onaangename afloop. Darvasi is er duidelijk niet op uit om de lezer op zijn gemak te stellen.

,,Ik geef toe dat het zware kost is. Maar het klassieke verhaal heeft als voornaamste doel te intrigeren en te verontrusten. Het is een kleine eenheid, je hebt maar vijf bladzijden om een ingewikkelde gebeurtenis te vertellen, dus het moet ook als een flits inslaan. Bovendien draagt een verhaal vaak een mysterie in zich, iets wat we niet kunnen benoemen, zoals we ook bij Borges of García Márquez of Ádám Bodor zien. En soms is het inderdaad vervelend dat we het ingesloten geheim steeds maar niet kunnen duiden.''

Hyperrealistisch

De verhalen spelen zich af in China, maar het is geen reëel, historisch China. Uit kleine, subtiele aanwijzingen valt af te leiden dat ze niet uitsluitend over China gaan. Alleen al deze tweeledigheid is verwarrend en soms huiveringwekkend. ,,Ik heb me altijd aangetrokken gevoeld tot het sprookjesachtige van de geschiedenis en probeer dan zelf op een hyperrealistische manier het verleden weer te geven. Ik ga steeds op zoek naar de werkelijke inhoud van sprookjes, niet naar het heroïsche maar naar de wreedheden die schuilgaan achter mythes en heldenverhalen. China is geweldig groot, heeft een uiterst verfijnde cultuur en is tegelijk zeer barbaars. Ik heb gewone, tragische lotgevallen genomen en om ze nog sprookjesachtiger te maken, plaats ik ze in het China van drieduizend jaar geleden.'' Hele planken in Darvasi's boekenkast worden in beslag genomen door naslagwerken over de kunst van China, over de filosofie, geschiedenis en mythologie van dat immense land. ,,Op sommige mythologische verhalen heb mijn eigen personages geënt. De Chinese cultuur gebruik ik dan als sier, zoals ik ook Spaanse en Franse vertellingen schrijf, maar de verhalen zelf gaan in wezen over instincten en passies die altijd en overal bestaan.''

Sommige verhalen stellen in eerste instantie gerust, omdat ze ver weg en lang geleden gebeurd zouden zijn. Zoals dat over een keizer die de machtigste man van de wereld wil worden door het machtigste bouwwerk op de wereld te laten verrijzen. Hij laat zijn boodschappers de mooiste vrouwen en de slimste mannen van zijn rijk opsporen om een jongen te verwekken die, om de keizerlijke droom te kunnen waarmaken, wordt opgevoed zonder waarden: niemand mag met hem spreken over goed en kwaad. Waar haalt Darvasi deze gruwelijke logica vandaan? ,,Soms heb ik het gevoel dat ik de verhalen niet zelf bedenk, maar dat ze me toevallen. Ik houd van deze toestand, van het optekenen van de eerste versie, alsof ik in mijn hoofd een film afdraai waar ik ook zelf de afloop niet van ken. Maar als ik onderzoek doe naar een bepaalde periode in de geschiedenis, blijkt toch dat de werkelijkheid keer op keer de fantasie weet te overtreffen.''

Zijn roman De legende van de tranengoochelaars, die volgend jaar in het Nederlands verschijnt, speelt tijdens de Dertigjarige Oorlog, in de 17de eeuw, een tijd die volgens Darvasi veel parallellen vertoont met de twintigste eeuw. Bijna een kwart van de Europese bevolking kwam om bij een serie oorlogen tussen de grote Europese mogendheden. Er staan episodes in waar zelfs Darvasi van moet rillen. ,,In het boek komt een Italiaanse humanist voor, die Dante en Petrarca leest en die in 1686 bij Boeda vecht om de burcht te bevrijden van de Turken en de barbarij. Achter een raam ziet hij een beeldschoon Turks meisje nieuwsgierig naar buiten kijken. Hij grijpt naar zijn wapen en, boem, hij knalt haar neer. Daar blijft het niet bij, de humanist schrijft zijn `heldendaad' ook nog trots op in zijn memoires. Dan denk je toch `wie is hier de barbaar eigenlijk?' ''

Goulashcommunisme

Darvasi is opgegroeid in de saaie, lauwe jaren van het zogenaamde `goulashcommunisme'. Men was weliswaar niet vrij, maar de onderdrukking was toch niet zo openlijk en hard als daarvoor. Is er een bindende factor, zou zijn generatie een gezamenlijk thema hebben, zoals Nádas en Esterházy bijvoorbeeld, die over de vader, of eigenlijk over het ontbreken van de vader schrijven? ,,Ik weet niet of er nou sprake is van een op zichzelf staande generatie – het gaat maar om een paar jaargangen. Daar zitten inderdaad belangrijke auteurs tussen, zoals László Garaczi en Gábor Németh, die voornamelijk met postmodern gereedschap werken. Wat opmerkelijker is, is de politieke rol van mijn leeftijdgenoten: de vorige premier (Viktor Orbán, G.D.) is in hetzelfde jaar geboren als ik. Hij en zijn volgelingen, jonge mensen, die in dat lauwe communisme opgroeiden en nooit harde repressie meemaakten, proberen nu uit alle macht de periode van vóór 1989 gelijk te stellen met de keiharde dictatuur van de jaren vijftig – dat vind ik pas huiveringwekkend!'' Volgens Darvasi, die in de jaren tachtig zelf ook wel eens op het politiebureau werd vastgehouden, stelde de onderdrukking toen relatief weinig meer voor. ,,Uiteraard was het systeem moreel verwerpelijk, maar laten we even niet vergeten dat diezelfde ex-premier van dit verwerpelijke systeem een beurs kreeg om in Oxford te studeren.''

Hongaarse schrijvers als László Márton, János Háy en de uit Transsylvanië afkomstige Zsolt Láng houden zich, net als Darvasi zelf, bezig met een realistischer en toch verhalende geschiedschrijving. Op dit moment werkt Darvasi aan een roman over de negentiende eeuw, die in eigen land als glorieus te boek staat. ,,Ik heb besloten om geen enkel kopstuk in het verhaal te laten figureren en alleen maar te laten zien wat er in de onderste lagen van de maatschappij speelde. Ik stond versteld van de haat en nijd tussen de verschillende bevolkingsgroepen die ik ook daar ontdekte. Dat fascineert mij het meest: de huiveringwekkende wreedheid die toch iets van een archaïsche, rituele poëtiek inhoudt. Want wat we ook doen of laten, dit zijn de gevoelens en hartstochten die in ons wezen zijn vastgelegd.''

László Darvasi: De hondenjagers van Luoyang. Uit het Hongaars vertaald door Frans van Nes. Wereldbibliotheek, 192 blz. €14,90

    • Györgyi Dandoy