Ook de fiscus houdt informatie achter

Kent de fiscaliteit haar eigen rechtszaken waarbij de rechter op een verkeerd been wordt gezet doordat de overheid hem belangrijk materiaal onthoudt? Volgens fiscaal advocaat Hans Hertoghs maakt de fiscus het veel bonter dan de politie en het openbaar ministerie. ,,De fiscus ziet de belastingheffing vaak als oorlog en daarin ga je de tegenpartij niet helpen. Dat kan zo ver gaan dat de belastingdienst zelf onrechtmatig handelt en zelfs verantwoordelijk wordt voor een verloedering van de rechtspraak'', zegt Hertoghs desgevraagd.

,,Ik maak me al een tijd zorgen over berichten dat de fiscus wel eens de wettelijke plicht om stukken aan de rechter te geven aan zijn laars lapt'', zegt Tweede-Kamerlid Ineke Dezentjé Hamming (VVD). In april heeft zij daar staatssecretaris Joop Wijn (Financiën) nog op aangesproken. De wet verplicht de inspecteur in belastingprocedures binnen een maand zijn hele dossier aan de rechter te sturen, dan gaat het om alle gegevens die van belang kunnen zijn. Joop Wijn erkent dat dit lang niet altijd zo gebeurt. Soms komt een rechter daar tegen in opstand, zoals in februari dit jaar de Arnhemse belastingrechter Kooijmans. ,,Het is niet toelaatbaar dat de inspecteur in verband met zijn procespositie en de verdeling van de bewijslast tussen partijen stukken achterhoudt'', zo luidt de reprimande in de uitspraak van het Arnhemse gerechtshof. Dat vindt die handelwijze vooral unfair omdat belastingbetalers vaak zelf, zonder belastingadviseur of advocaat, een belastingprocedure voeren. Dan is het moeilijk een berekenende houding van de fiscus te doorzien. ,,Van de inspecteur mag een meer neutrale proceshouding worden verwacht'', aldus rechter Kooijmans in zijn uitspraak.

Vroeger straalde de inspecteur nog wel een `magistratelijke', neutrale houding uit. Belastingadviseurs waren vaak oud-inspecteurs en haalden van hun kant ook geen streken uit. De afgelopen decennia zijn de verhoudingen verhard. Nu kijken de inspecteurs wel uit om de tegenstander informatie in handen te spelen die hun positie verzwakt. Dat doet de andere partij toch ook niet?

De wetgever denkt daar anders over. Die verplicht de inspecteur in de Algemene wet bestuursrecht (Abw) al sinds 1992 zijn dossier open te leggen, niet alleen voor de rechter maar ook voor gewone belastingbetalers. Sindsdien is er gesteggel over de vraag hoe ver die openheid moet gaan. De Hoge Raad kijkt daar heel zuinigjes tegenaan: men moet bij de zogenoemde hoorzitting om inzage in het dossier vragen. Wie dat moment zonder protest voorbij laat gaan, heeft voor later zijn inzagerechten verspeeld. Een hoorzitting bij de inspecteur vindt op verzoek van de belastingbetaler plaats na het opleggen van een betwiste aanslag.

Deze magere interpretatie van het inzagerecht is de Hoge Raad op veel kritiek van fiscalisten komen te staan. Zonder goede belastingadviseur staat men al snel op achterstand tegenover de deskundige fiscus. Uiteindelijk kan de rechter eraan te pas komen. Men kan vanaf dat moment het dossier inzien dat de inspecteur naar het gerecht heeft gestuurd. De praktijk leert dat verscheidene rechters er niet zo moeilijk over doen als de inspecteur slechts onderdelen van het dossier in de procedure inbrengt. De burger staat dan machteloos.

Dat alles gaat nog maar om een simpele belastingsaanslag. Fair play wordt extra belangrijk als de inspecteur naast de aanslag ook een boete oplegt. Zo'n actie vormt een onderdeel van de normale belastingheffing; de officier van justitie en de strafrechter komen er niet aan te pas. Maar de betrokken belastingbetaler heeft wel de rechtsbescherming van een `gewone' verdachte. Hij mag zijn dossier al inzien zodra de inspecteur de boete oplegt. De inspecteur heeft slechts zeer beperkte mogelijkheden stukken (deels) geheim te houden. De fiscus heeft lange tijd het standpunt verdedigd dat hij alleen de stukken hoeft te geven waarmee hij de boete kan rechtvaardigen. Dat accepteert de rechter niet. Als er straffen worden uitgedeeld moet de inspecteur echt alles op tafel leggen: zijn strategie, zijn onderzoeksresultaten en ook al het ontlastend materiaal voor de schuld van de belastingbetaler.

Neem de strijd van de fiscus tegen mensen met een zwarte bankrekening in Luxemburg. Ook de verdachten daarvan moeten zich tegen de opgelegde boete kunnen verdedigen; gewoon aan de hand van het hele dossier. Tot schrik van de fiscus heeft de Bossche bestuursrechter Koopman in mei dit jaar beslist dat de betrokkenen ook recht hebben op inzage van allerhande interne stukken. Bijvoorbeeld de draaiboeken en de interne nieuwsbrieven van de actie, inclusief de opdrachten en tactische tips die de controleurs meekregen en het verzamelde statistische materiaal. Hoewel de inspecteur betoogde dat het écht om vertrouwelijke gegevens gaat, koos de rechter voor openheid. ,,Als de burger in het verkeer met de overheid informatie over zijn zaak wordt onthouden, wordt wantrouwen jegens die overheid gekweekt en zal de burger geneigd zijn ook geen open kaart te spelen'', aldus de uitspraak. Daarin benadrukt hij het belang van eerlijk spel ,,in tijden waarin het vertrouwen in de overheid op de tocht staat en in het algemeen achterdocht en wantrouwen de maatschappelijke samenhang ondergraven''. Een visie die Wijn als verdediger van normen en waarden moet aanspreken. De rechter droeg de belastingdienst op binnen twee weken de gegevens te overhandigen. De dienst weigert dat. Het ziet ernaar uit dat de fiscus dit bevel blijft negeren.

De belastingdienst is een van onze belangrijkste rechtshandhavers. Het is dus beschamend als die zelf, al naar het hem uitkomt, een gerechtelijk bevel negeert. Daarmee verliest de dienst een deel van het noodzakelijke gezag om anderen voor soms kleine fouten fors te straffen.

    • Aertjan Grotenhuis