Onvrijwillig transseksueel

Sommige mannen denken dat ze een vrouw zijn, een vrouw opgesloten in het lichaam van een man. Ze gedragen zich daarom zoals ze denken dat een vrouw zich gedraagt. Ze treuzelen bijvoorbeeld bij het verlaten van het huis.

Ze lachen met een hoger stemgeluid, kunnen geen kaartlezen maar onthouden wel de verjaardagdatum van Jan en alleman. En ze kijken in iedere spiegelende winkelruit of hun haar nog wel goed zit.

Er zijn ook vrouwen die denken dat ze een gevangen man zijn. Die lopen bijvoorbeeld wijdbeens en tuffen af en toe op straat. Ze hebben ook vaak belangstelling voor vrachtauto's, zeevissen en bouwputten. En ze kijken in iedere spiegelende winkelruit of hun haar nog wel goed zit. Want ijdelheid, daar lijdt iedereen aan.

Sommige mannen of vrouwen voelen zich zó opgesloten dat ze hun lijf, hun gevangenis, door een dokter laten verbouwen. Ze veranderen van geslacht, zo heet dat. Na een hoop pijnlijk snijwerk en akelige hechtingen zien ze dan voor de spiegel geen verschil meer tussen het lijf dat ze wilden hebben en het lichaam dat ze hadden. Nou ja, bijna geen verschil.

Zulke mensen heten transseksueel. Transseksuelen kunnen geen kinderen maken.

Bij dieren komt dit verschijnsel ook veel voor. Garnalen bijvoorbeeld, mannetjes en vrouwtjes, voelen zich allemaal tijdens hun leven om de zoveel tijd niet meer thuis in hun eigen lijfje. Moeder Natuur verandert de mannetjes dan vanzelf in vrouwtjesgarnalen, of de vrouwtjes in mannetjesgarnalen. Garnalen zijn, zo heet dat met een moeilijk woord, hermafrodiet.

En nu iets geks: sommige zeeslakken aan onze stranden zijn onvrijwillig transseksueel. Dat zit zo: het spulletje dat op boten wordt gesmeerd om de aangroei van algen tegen te gaan, maakt van alle vrouwtjesslakken mannetjesslakken. En omdat die in hun eentje geen kinderen kunnen maken, sterven de slakken uit.

Die verf, tributyltin genoemd, heeft misschien nog wel veel meer gemene eigenschappen.

De minister van transseksuele slakken heeft nu een slim plan bedacht om te zien of er veel van dat goedje in het zeewater zit. Op plekken waar veel zeeschepen passeren, leggen de mannetjes van de minister kooien neer met zulke slakken. Daar doen die slakken ongeveer hetzelfde als lang geleden kanariepieten in kolenmijnen. Mijnwerkers zetten kooien met kanaries neer op de bodem van mijnschachten. De vogeltjes moesten waarschuwen voor giftig mijngas. Dat gas is zwaarder dan lucht, dus dat verzamelde zich op de bodem. Als de kanaries van hun stokje gingen maakten de mijnwerkers zich snel uit de voeten.

Als er na een tijdje alleen maar mannetjesslakken in de zeekooien zitten, dan zit er dus te veel tributyltin in het water.

    • Menno Steketee