Man met gebruiksaanwijzingen

CORVARA IN BADIA/ARABBA/COGNOLA/BELGIRATE. Twee jaar geleden stuurde ik de reisgenote voor haar verjaardag een kaart waarop stond `Protect me from what I want.' De ansichtkaart was gekocht in een museum in Basel en hij vatte veel samen.

De reisgenote had een wil en wat voor een, groot en sterk en op zijn tijd ook wel onverbiddelijk. Ik wist vooral wat ik niet wilde en zo was het hoge woord in Trento er op een lauwwarme dag in augustus voor de zoveelste keer uitgekomen. Geen kind, geen toekomst, geen huis, vooral dat niet, maar wel een vakantie.

Niet kunnen is de hoffelijke vorm van niet willen.

Een enkele keer vroeg ik mij nog af wat dat precies was wat niet wilde en wat wel wilde. Een verzameling hormonen, sociale druk, misschien een strategische overweging die achteraf niet zo strategisch bleek te zijn? Of was het, zoals al in Prediker te lezen is, ijdelheid, en was de wil weinig anders dan een instrument van de ijdelheid?

Uiteindelijk bleken dergelijke vragen afleidingsmanoeuvres.

Want zo was het: ik wilde niet en de reisgenote wilde wel en dat, op wat onderbrekingen na, vier jaar lang. Zoiets schept, het verbaast mij ook, een band.

Om te beginnen heb je altijd wat om over te praten. Waarom wil je niet? Maar waarom wil jij wel? Als je je laat behandelen door een goede psychiater zou je dan wel willen? Als jij je laat behandelen zou je dan niet willen?

De patstelling heeft niet alleen iets vertrouwds, maar ook iets intrigerends. Steeds weer denk je een opening te zien.

Hoe dan ook, toen eenmaal besloten was dat de reisgenote en ik geen kinderen zouden maken en dat we dus na afloop van de reis twee verschillende richtingen zouden uitgaan, om het in bijbelse termen uit te drukken, als zij naar het westen zou gaan zou ik naar het oosten trekken en omgekeerd, werd de reis onverwachts toch nog aangenaam. Zeg maar plezierig, of leuk, voor mijn part.

Alles ging vanaf dat moment makkelijker, de ergernis nam af, flakkerde hooguit nog een enkele keer midden in de nacht op wanneer de reisgenote mij toebeet: ,,Ik kan niet slapen, daarom zul jij ook niet slapen.'' Maar langer dan anderhalf uur heeft de slapeloosheid nooit geduurd en bij het ontbijt in het familiehotel bestudeerden wij de andere gasten als twee bejaarden die in sociologische observaties de redding van hun huwelijk hebben gevonden.

Wij wandelden, ik met de bijbel onder mijn arm, namen een stoeltjeslift naar een bergtop en daar stelde de reisgenote de vraag: ,,Is het misschien koudwatervrees?''

Koudwatervrees, het was een woord dat ik lang niet had gehoord. Een mooi woord. En graag had ik `ja' gezegd, `ja, dat is het, koudwatervrees.'

Maar niet willen is geen koudwatervrees, niet willen is wat het is, niet willen. En hoewel ik er niet aan twijfel dat de mens bang is voor de vrijheid, betrapte ik mijzelf op de angst voor onvrijheid. Vrees het offer te brengen dat ouderschap nu eenmaal is. En bovendien: als je moeite hebt met je eigen tekortkomingen te leven, hoe leef je dan met de tekortkomingen van je kind?

Ik denk dat het geen koudwatervrees is, het is iets intuïtiefs.

Daarna daalden wij met de stoeltjeslift weer af naar het dorp en hoewel dit gesprek anders doet vermoeden was het gezellig.

In het familiehotel was een Italiaanse barpianist ingehuurd, met een synthesizer, die ons allebei bekoorde en avond aan avond bekeken wij hem en zijn blonde vriendin die hij, vermoedden wij, had opgepikt in het hotel.

Zij zat hem in een discrete hoek van de bar aan te staren en wij staarden naar het geluk van derden, tot ze een paar avonden later plotseling met een boek verscheen waarin ze zich verdiepte. Iets van zijn glans had de barpianist kennelijk al verloren. Dat gaat snel en het hoeft ook niet erg te zijn, als je dan maar netjes afscheid neemt en verdergaat.

De reisgenote en ik gingen verder, maar samen, naar het dorp Arabba, dat wellicht lieflijk is als het er warm is en de zon schijnt, maar dat vermoedelijk ook onder die omstandigheden iets dreigends houdt. Het dorp is omgeven door sombere bergen, bestaat uit weinig meer dan wat huizen en een kerk langs een weg die vooral populair schijnt te zijn bij motorrijders.

Talloze motorrijders hebben wij voorbij zien komen en op vrijwel ieder café stond een bordje waaruit bleek dat motorrijders welkom waren. De wandelwegen in de buurt van Arabba dienden voornamelijk als openbaar toilet voor de motorrijders, maar wie niet te beroerd is over menselijke uitwerpselen en gebruikt maandverband heen te stappen, kan genieten van stilte, kou en rust.

En wij waren daar niet te beroerd voor.

Ook het Sporthotel in Arabba had een barpianist, zij het een iets oudere, met een snor dit keer, en zonder vriendin. Zijn moraal was misschien gebroken, zo zag hij er wel uit, maar zijn muziek had onder die gebroken moraal niet geleden, hij speelde beter en vooral aangrijpender dan zijn jongere collega uit Corvara in Badia en 's avonds laat zongen de bejaarden uit het Sporthotel. Het Sporthotel trok voornamelijk bejaarde Italianen, de motormuizen zochten elders onderdak, met hem mee.

En de reisgenote zei: ,,Ik ga misschien iets eerder weg, want nu we geen kind gaan maken is drie weken vakantie wel een beetje veel, samen.''

Na enig rekenen kwamen we uit op twee weken.

De reisgenote zou naar haar zus gaan en die zus had al allerlei mannen voor de reisgenote in de aanbieding. Daar zou vast wel een bij zitten met een lief karakter en een kinderwens.

Ik wil niet, maar voor opvolgers interesseer ik me altijd enorm en als het kind dan eenmaal gemaakt is, ben ik er als de kippen bij om me als peetvader aan te melden.

Je kunt het ziek noemen, maar een lichtvoetige oplossing is ook mogelijk. Zeg dat ik een man ben met gebruiksaanwijzingen. Als je de gebruiksaanwijzing eenmaal door hebt loopt de machine gesmeerd.

Misschien dankzij de barpianist van het Sporthotel gingen we toch met elkaar naar bed. Zo kon er natuurlijk nooit een vader voor het toekomstige kind van de reisgenote worden gevonden.

We zeiden tegen elkaar: ,,Dit is slecht, dit is heel slecht.''

Maar later sprak ik een moeder van een zeventienjarge dochter die het seksleven van haar kind becommentarieerde met de woorden ,,er bestaat slechter entertainment dan seks''.

En dat opende mij de ogen.

Als moeders de vrijpartijen van hun dochter aanschouwen met het welwillende kennersoog van het entertainment, moet ik mijn eigen seksleven dan hoger inschalen? Nee, dank je.

En daarom gingen we nog een keer met elkaar naar bed.

Voorin de bijbel, die ik nog altijd aan het lezen was, noteerde ik plaats en datum, want als je je memoires aan het schrijven bent komt het aan op precisie.

Nabij Trento, in het dorpje Cognola, opende de reisgenote mijn laptop terwijl ik de bijbel aan het bestuderen was, en zij las al mijn e-mails, waardoor ze erachter kwam dat ik met iemand had gezoend met wie ik niet had mogen zoenen. Maar ook onze moraal was gebroken, ik kreeg de traditionele fles water over me heen, en daarna deden we alsof er niets was gebeurd.

Het afscheid in Belgirate, vlakbij Stresa, was tegen alle verwachtingen in melancholisch.

De reisgenote ging naar haar zus die een man voor haar had en ik ging naar een journaliste van de Berner Zeitung die al een man bleek te hebben.

,,Als je die jongen ziet'', zei ik nog tegen de reisgenote, ,,vraag hem dan of we met zijn drieën op vakantie kunnen.''

Sommige mensen denken dat ik een adder ben. Maar dat is onzin. Veeleer ben ik een spin die vasthoudt wat in zijn web is komen vliegen. Dat is mijn idee van veiligheid.

    • Arnon Grunberg