Lippendienst aan Moskou

Rumoer hoort bij de Nobelprijs voor Literatuur. In de aanloop naar de bekendmaking van de nieuwe laureaat een korte serie over controversiële winnaars. Deze week: Jean-Paul Sartre, die de prijs in 1964 weigerde.

Zomer 1964: Jean-Paul Sartre viert met Simone de Beauvoir vakantie in Rome als een journalist hem tot zijn schrik overvalt met de vraag wat hij gaat doen als hij in oktober de Nobelprijs voor Literatuur krijgt.

Zo vreemd is die vraag niet. De 59-jarige filosoof en schrijver staat op het hoogtepunt van zijn roem en als internationaal vermaard filosoof, romanschrijver, dramaturg, criticus en essayist behoort hij zeker tot de kanshebbers. Ware het niet dat hij tot dat moment ieder eerbetoon heeft afgewezen.

In 1945 weigerde hij de Légion d'honneur voor zijn verzetsdaden in de Tweede Wereldoorlog, vier jaar later wees hij het lidmaatschap van de Académie Française af en een keur aan literaire onderscheidingen liet hij aan zich voorbijgaan. Maar de Nobelprijs, de hoogste eer die voor een schrijver is weggelegd, is andere koek. Iedereen is benieuwd wat Sartre gaat doen.

De enige bron die we voor zijn allereerste reactie hebben is Simone de Beauvoir, zijn levensgezellin en belangrijkste vertrouwelinge. Aan haar biografe Deirdre Bair vertelde zij in 1982 dat Sartre haar in Rome vroeg of hij de kans op de prijs serieus moest nemen. `Ja', antwoordde De Beauvoir. Zij vond dat hij al veel eerder aan de beurt had moeten komen, in elk geval vóór Camus, die hem al 1957 had gekregen. Geen moment overwoog ze ook maar de mogelijkheid dat Sartre zou weigeren en ze was dan ook ontsteld dat hij dat niettemin opperde. Ook Sartres andere intimi, onder wie de redactie van zijn tijdschrift Les Temps Modernes, konden dat niet geloven.

Sartre, die zichzef als de meest politiek geëngageerde linkse schrijver ter wereld beschouwde, meende dat het Nobelprijs-comité er alleen op uit was hem in te lijven bij rechts. Volgens De Beauvoir was Sartre in die tijd vaak beneveld door drugs, waardoor hij leed aan hallucinaties en aanvallen van paranoia. Misschien dat dit meespeelde, maar overtuigen doet dit argument niet.

Vóór Sartre pleit dat zijn voornemen om te weigeren niet was ingegeven door belustheid op een publiciteit genererende rel. Toen op 14 oktober duidelijk werd dat de prijs hem niet meer kon ontgaan, schreef hij het Nobel-comité per direct: `Om persoonlijke redenen en om andere redenen van meer objectieve aard [...] wens ik niet geplaatst te worden op de lijst van mogelijke laureaten en kan, noch wil ik deze eervolle onderscheiding accepteren – noch in 1964, noch op een later tijdstip.'

Door een samenloop van omstandigheden arriveerde deze brief te laat en zo werd op 22 oktober bekendgemaakt dat de Nobelprijs voor Literatuur 1964 toegekend was aan Jean-Paul Sartre `voor zijn gehele oeuvre dat, door de geest van vrijheid en het zoeken naar waarheid waar het van getuigt, grote invloed op onze tijd heeft uitgeoefend.'

Dolle jacht

Annie Cohen-Solal heeft in haar Sartre-biografie beschreven hoe de officiële aankondiging een dolle jacht op Sartre door Parijs in gang zette. Een bonte stoet van journalisten zat achter hem aan om zijn commentaar te vernemen. Uiteindelijk werd besloten tot één interview met de in Parijs wonende Zweedse schrijver Carl Güstav Bjurström. Deze nam een door Sartre opgestelde verklaring op die hij ten huize van De Beauvoir door haar en Sartre liet autoriseren. `De schrijver dient te weigeren zich tot instelling te laten transformeren, zelfs al gebeurt dat met de meest eerbare bedoelingen zoals hier het geval is', gaf de laureaat als persoonlijke reden op voor zijn weigering. Daarna kwamen de `objectieve redenen' aan de orde: `In de huidige situatie lijkt de Nobelprijs objectief beschouwd een onderscheiding die is voorbehouden aan schrijvers uit het westen of dissidenten uit het oosten... Ik weet heel goed dat de Nobelprijs op zichzelf geen prijs is van het westerse blok, maar hij is wat men ervan maakt... De enige strijd die op het moment mogelijk is op het culturele front is die voor het vreedzaam naast elkaar bestaan van de twee culturen, die van het oosten en die van het westen... Ik ervaar persoonlijk de tegenstrijdigheid tussen deze twee culturen. Toch hoop ik natuurlijk dat ``de beste wint''. Dat wil zeggen het socialisme.'

Sartres weigering was, zoveel is duidelijk, een direct gevolg van de Koude Oorlog, waarin de filosoof van de individuele vrijheid aan de kant van de Sovjet-Unie stond. Weliswaar was hij nooit lid geweest van de Communistische Partij en had hij in 1956 samen met andere intellectuelen geprotesteerd tegen de Russische inval in Hongarije, maar hij liet zich nog regelmatig fêteren in de Sovjet-Unie en andere Oostblok-landen.

Een latere biograaf van Sartre, de filosoof Bernard-Henri Lévy veegt om die reden terecht de vloer aan met de `objectieve redenen' van de laureaat om van de prijs af te zien. Hij stelt in De eeuw van Sartre – Een filosofische zoektocht (2000) dat Sartre vooral bedankte voor de eer uit protest tegen de eerdere toekenning van de Nobelprijs aan Boris Pasternak. Deze om dubieuze redenen als dissident afgeschilderde schrijver van Dokter Zjivago was in 1958 door de Sovjet-autoriteiten gedwongen de prijs te weigeren omdat die volgens hen toekwam aan de partijgetrouwe Michaïl Sjolochov. Hij kreeg hem – toeval of niet – in 1965, een jaar na Sartres protestdaad, die vervolgens gemakkelijk kon worden uitgelegd als lippendienst aan Moskou.

De politieke sfeer waarin de Nobelprijs voor de literatuur – zoals alles in die jaren – werd getrokken, moet sceptici heben gestijfd in hun overtuiging dat gedurende de Koude Oorlog `alleen communisten en meelopers' (zoals W.F. Hermans zei), ervoor in aanmerking kwamen. Zowel Hermans als Lévy beschouwde Sartre als meeloper. Daarom konden zij voor zijn politieke redenen om de prijs te weigeren weinig respect opbrengen.

Meer begrip hadden beiden voor Sartres persoonlijke motivatie: de angst om te worden verheven tot instituut. `Sartre heeft de Nobelprijs geweigerd omdat hij niet wilde dat de mensen zijn boeken kochten omdat hij de Nobelprijs had gewonnen', zei Hermans in 1966 instemmend in Vrij Nederland. En Lévy roemt in zijn biografie Sartres afwijzing van de prijs als een uiting van diens `eeuwige wantrouwen tegen alles wat hem in een standbeeld veranderen en dus verstikken kan.'

In 1964 waren de meningen over Sartres wereldschokkende weigering verdeeld. `Sartre op de brandstapel', kopte schrijver/columnist Robert Escarpit op de voorpagina van Le Monde. De grote rechtse kranten waren echter vooral trots dat een Fransman de eer te beurt viel. Thierry Maulnier van de Académie Française zei in Le Figaro: `Of men het nu met Sartres denkbeelden eens is of niet, zeker is dat geen enkele Franse schrijver van zijn generatie op de hele wereld, onder de hedendaagse intelligentsia ooit zo'n reputatie en belangstelling heeft genoten als hij.'

Hilarisch is, achteraf beschouwd, het commentaar van de gewezen collaborateur Lucien Rebatet, die Sartre in Rivarol uitschold voor alles wat slecht is, maar daaraan toevoegde: `Wat men Sartre moet nageven is, dat hij zich nooit door geld heeft laten beïnvloeden.'

Obsessie

Laat nu juist dat geld, 250.000 Zweedse kronen, het enige geweest zijn dat Sartre dwarszat aan zijn weigering. Het geld obsedeerde hem. Niet omdat hij het in eigen zak wilde steken, maar omdat hij er bevrijdingsbewegingen mee had kunnen steunen, zoals de Uruguyaanse Tupamaros. Lévy roept in herinnering dat Sartre van alle kanten verwijten kreeg omdat hij niet, zoals G.B. Shaw vóór hem, de prijs accepteerde en het geld ter beschikking stelde van een goed doel. De biograaf toonde zich echter trots en blij dat de `onverzettelijke, onbuigzame Sartre' niet voor geld was gezwicht. Wat zal Lévy gevloekt hebben toen, vlak na het verschijnen van zijn biografie in 2000, bekend werd dat zijn held in 1975 het aan de Nobelprijs verbonden geldbedrag alsnog heeft opgeëist. Lars Gyllensten, oud-lid van de Zweedse Academie, onthulde dit in zijn memoires. De Academie weigerde op Sartres verzoek in te gaan, omdat het geld inmiddels was opgenomen in het fonds van de Nobel-stichting.

Het Nobelprijs-comité had in 1964 waardig gereageerd op Sartres botte weigering. `Het feit dat hij deze onderscheiding afslaat brengt natuurlijk geen verandering in de geldigheid van de toekenning.' En daar gaat het natuurlijk om. Er was pas een schandaal geweest als men op Sartres wens was ingegaan hem de prijs niet toe te kennen, zodat de grootste Franse schrijver van de twintigste eeuw op de Zweedse erelijst zou ontbreken.

Hij schijnt tegenwoordig niet meer gelezen te worden, noch in Frankrijk, noch elders, maar op vele generaties heeft zijn werk een bevrijdende invloed gehad. Vrijwel niemand kent alles van Sartre, vermoed ik, maar titels als Over het existentialisme, De Walging, De muur, Met gesloten deuren en De wegen der vrijheid behoren tot veler persoonlijke canon. Les jeux sont faits (De teerling is geworpen) was tot de invoering van de mammoetwet verplichte kost op middelbare scholen.

Tot de hoogtepunten in Sartres werk behoort zijn autobiografie Les mots (De woorden) die in het voorjaar van 1964, vlak voor de toekenning van de Nobelprijs, verscheen en een storm van loftuitingen deed losbarsten. Fantastisch dat dit boek vandaag de dag weer in vertaling beschikbaar is. Omdat Sartre precies honderd jaar geleden werd geboren, leven we in een heus Sartre-jaar, ter gelegenheid waarvan er tal van herdrukken zijn verschenen. De woorden is opnieuw uitgebracht, maar ook een boek met bekende verhalen onder de titel De Muur. Deze verzamelbundel is voorzien van een inleiding door Connie Palmen, waarin zij tussen neus en lippen door laat weten hoe Sartre samen met feministe Simone de Beauvoir moderne liefdesrelaties heeft helpen vormgeven. `Als [...] de man van wie ik houd angstig oppert dat het toch niet zo moeilijk hoeft te zijn, een liefde, en voorstelt dat we het misschien zoals Sartre en Simoontje moeten doen, begrijp ik precies wat hij bedoelt', aldus Palmen anno 2005. Het is niet de minste reden om het werk van 's werelds beroemdste weigeraar maar weer eens ter hand te nemen.

Jean-Paul Sartre: `De woorden. Memoires van een mislukt wonderkind', uitg. Erven J. Bijleveld, €16,50

Jean-Paul Sartre: `De muur en ander proza.' Met een inleiding van Connie Palmen, uitg. De Bezige Bij, €34,90

    • Elsbeth Etty