Levensloopregeling is een blijvertje

Werknemers mogen over drie maanden gaan sparen in een levensloopregeling. Maar in nog geen derde deel van de CAO's zijn afspraken gemaakt.

,,Stel dat Wouter Bos - zijn tweede kind wordt in januari verwacht - na de verkiezingen van 2007 een time-out wil om meer tijd voor zijn gezin te hebben. Hoeveel moet hij dan vanaf 1 januari opzij gaan leggen?'' Met voorbeelden als deze probeerde minister De Geus (Sociale Zaken, CDA) deze week voor een zaal vol werkgevers in Amsterdam inzichtelijk te maken wat de levensloopregeling behelst.

Die regeling werd vorig jaar zomer door het kabinet gepresenteerd als vervanging voor VUT en prepensioen: vervroegde uittredingsregelingen die niet langer fiscaal worden gestimuleerd. Vervolgens bleef het lang stil rond de levensloopregeling.

Het naderen van de ingangsdatum zet het kabinet echter aan tot daadkracht. Een week geleden besloot de ministerraad definitief dat de levensloopregeling per 1 januari 2006 doorgaat. En op 1 oktober begint een `multimediale voorlichtingscampagne'. ,,Met een interactief rekeninstrument op het web kan straks iedereen voor zichzelf uitrekenen wat de levensloopregeling oplevert'', kondigde De Geus aan.

De aanwezige werkgevers klonk dit als muziek in de oren. Zij waren massaal naar de bijeenkomst in Amsterdam gekomen, die was georganiseerd door ABN Amro, om te horen wat er precies van hen verwacht wordt. Uit een inventarisatie van het ministerie van Sociale Zaken bleek vorige week dat tot nu toe in nog geen derde deel van alle dit jaar afgesloten CAO's afspraken zijn gemaakt over de levensloopregeling. Maar minister De Geus is optimistisch: ,,De levensloopregeling, ik kan u verzekeren: het is een blijvertje.''

Deelnemen aan de levensloopregeling wordt vanaf 1 januari 2006 een recht van alle werknemers. Elke werknemer mag jaarlijks 12 procent van zijn bruto jaarinkomen sparen. De werkgever kan daaraan bijdragen, maar dat is niet verplicht. Tot nu toe zijn hierover in 9 van de 64 dit jaar afgesloten CAO's afspraken gemaakt. De werkgeversbijdrage varieert van 0,8 procent van de loonruimte (voor rijksambtenaren) tot 3,5 procent (bij ING).

In totaal kunnen er ruim twee bruto jaarsalarissen worden gespaard, voor tussentijds verlof of verlof aan het einde van de loopbaan. Na het opnemen van het tegoed of een deel daarvan kan weer verder worden gespaard tot een bedrag dat maximaal gelijk is aan 210 procent van het jaarsalaris.

Ook kunnen ADV- en vakantiedagen in geld worden omgezet en gespaard. Bij een opname van hun tegoed krijgen werknemers recht op een belastingkorting. Ouders die gebruikmaken van hun recht op ouderschapsverlof en dat jaar deelnemen in de levensloopregeling, komen in aanmerking voor een extra belastingkorting van de helft van het minimumloon. Dat komt neer op een kleine 30 euro per verlofdag.

De bouw is één van de sectoren waar al wel afspraken zijn gemaakt. M. Jansen, hoofd personeel en organisatie van bouw- en projectontwikkelingsbedrijf Van Wijnen vertelt tijdens de koffiepauze van het congres in Amsterdam: ,,Bij ons wordt de levensloop gebruikt als reparatie voor VUT en prepensioen.'' Hoewel dit laatste niet verboden is, hoopt het kabinet met de levensloopregeling toch een ander doel te bereiken.

De regeling moet werknemers de mogelijkheid geven om in het `spitsuur van het leven' verlof op te nemen, zodat zij hun werk en de zorg voor kinderen beter kunnen combineren, niet voortijdig opbranden en langer doorwerken. De regeling mag ook gebruikt worden voor andere soorten verlof, zoals studieverlof, adoptieverlof of een sabbatical.

De bedenker van de levensloopregeling, econoom Lans Bovenberg, pleitte er gisteren voor de gespaarde tegoeden ook aan te wenden voor het betalen van andere zaken dan verlof, zoals de kosten van kinderopvang of een studie. Dat is nu nog niet toegestaan. Jansen: ,,Een timmerman of een loodgieter zit helemaal niet op zoveel individuele keuzevrijheid te wachten. Die wil gewoon dat zijn werkgever goed regelt dat hij na jarenlang hard werken wat eerder met pensioen kan.''

Peter Conneman van adviesbureau Mercer Human Resource Consulting, ziet nog een ander probleem. Volgens hem is er alleen een toekomst voor de levensloopregeling weggelegd als die niet hoeft te concurreren met de spaarloonregeling. Werknemers moeten nu kiezen in welke van de twee ze inleggen. ,,Hef de spaarloonregeling op'', zei Conneman.

De Geus vindt dat niet nodig en denkt dat het spaarloon vanzelf aan populariteit zal verliezen om uiteindelijk op te gaan in de `levensloop'. ,,Het spaarloon heeft zeker zijn nut gehad'', zei hij. ,,Levensloop speelt in op maatschappelijk structurele vragen.''

    • Claudia Kammer