In een wijnvat terug naar huis

Lezers van boekenbijlagen verwachten drie soorten werk besproken te vinden: gedichten en verzonnen verhalen, bekend als literatuur; ware verhalen bekend als geschiedenis; en beschouwingen over mens en samenleving. Een boek dat zich kortaf aandient onder de titel Oak en tot onderwerp heeft de natuur van de eikenboom (plus eikels, plus galnoten) en de rol van eikenhout van de oudste tijden tot heden, lijkt een twijfelgeval: hoort dat niet thuis in de bijlage Wetenschap en Onderwijs?

Het sterke argument om het onder te brengen bij de leesboeken is dat de Amerikaanse auteur William Bryant Logan vrij rondzwerft door alle thema's die hij met het eikenleven in verband kan brengen. Hij schrijft op basis van een grondige ervaring in de boomkunde: hij is arborist van beroep. Aan het begin van zijn boek kan hij niet nalaten een veroverend verhaal te vertellen uit zijn ervaring als adviseur dat over een kersenboom gaat die bij een orthodox joods gezin in Brooklyn in de tuin stond en alleen omgehakt mocht worden als hij geen vruchten meer kon voortbrengen. Die paar pagina's brengen de lezer in een ontvankelijke stemming om zich met bomen bezig te houden.

Af en toe moet dit overkoepelende animo te hulp geroepen worden om de aandacht te stimuleren, wanneer Logan te lang met een bepaald fragment van de eikengeschiedenis bezig blijft. Sommige niet-archeologen zullen bijvoorbeeld gauw genoeg krijgen van de verhalen over houtsnippers en houtresten, aangetroffen in de bodem van centraal-Engeland, waar een heiligdom gestaan moet hebben dat met enige twijfel geïnterpreteerd kan worden in dezelfde termen als de Stonehenge van Salisbury. Niet-timmerlieden zullen soms ongeduldig worden bij de details van de houtbehandeling en het voegen en steunen en gewichtverdelen van de daken van middeleeuwse kerken (en van de grootste triomf, het dak van Westminster Hall, ook al staan daar verhelderende scherpe tekeningen bij).

Even later zijn dan de goede relaties met Logan hersteld. Hij is aan het begin al zakelijk en onderhoudend geweest over de balanoculturen van de oertijd, toen hele volksstammen eikels als basisvoedsel hadden (balanos is Grieks voor eikel), en over zo'n cultuur die in Californië stand hield tot de Europeanen er aankwamen in de achttiende eeuw, en zelfs daarna. Wat het timmerwerk betreft, daar herwint hij de volle aandacht wanneer het over de scheepsbouw van de Vikingen gaat, wier techniek om hun schepen sneller te maken een relatie heeft met de zwemwijze van dolfijnen.

Het timmerwerk is minstens even opmerkelijk in de specialiteit van de kuiper: het vatenmaken, met het prepareren van de planken, het krommen ervan en het aansluitend maken. Dat was haarfijn vakwerk, dat nu nog maar op een heel kleine schaal voorkomt, voornamelijk voor wijn- en whiskyvaten. Vroeger was het anders: tot de Eerste Wereldoorlog toe, beweert Logan, produceerde het Verenigd Koninkrijk meer dan een miljoen vaten per jaar. Logan is op zijn gemak in zulke details en becijferingen, en ook in anekdotische toevoegingen: als een Britse admiraal sneuvelde op zee werd hij in een vat sterke alcohol gestopt om gepreserveerd terug te keren in het vaderland, en het kwam voor dat dronken zeelieden toegaven dat zij hadden `tapped the admiral'.

Zulke toevoegingen aan de geschiedenis van het eikenhout worden met een onderhoudende techniek verteld. Logan schrijft vaak op een toon alsof hij vooral zijn verantwoorde en zakelijke gegevens kwijt wil, en hij heeft zich grondig gedocumenteerd, met zijn ervaring in het arboristenvak en een bibliografie van negen pagina's. Intussen blijkt hij niet afkerig van afleiding op de meest overrompelende manier zelfs, wanneer hij een episode uit de Amerikaanse vlootgeschiedenis vertelt uit 1812: over de USS Constitution (gebouwd van eikenhout) dat aan zeven Britse oorlogsschepen wist te ontkomen en later een eenzaam Brits schip kapot schoot. Het is een scherp verhaal, met uitzicht over de zee, gespannen turende officieren en het geweld van de kanonnen. Maar wat heldert het op van de geschiedenis van eikenhout? Eigenlijk niets, al waren de schepen van hout; het is verstrooiing, een korte pauze.

Het wordt gevolgd door een laatste hoofdstuk waar het hele boek een voorbereiding op was, getiteld `Oak Itself', dat ons pas echt intiem vertrouwd maakt met de boom. In vogelvlucht wordt nog eens een indruk gegeven van de eikengeschiedenis sinds de prehistorie alsmede van de verscheidenheid van soorten eiken die nu op de wereld gevonden worden, én van hun meest wonderlijke levensvormen.

Een van de gegevens die alleen arboristen zullen kennen, is dat er tussen de 250 en 450 soorten eik bestaan. Dit is nog maar een summier gegeven; zo'n verscheidenheid komt bij veel planten en insecten voor. Heel specifiek voor eiken wordt het in de bijzonderheden, zoals het feit dat er eikenbossen bestaan waar er van de honderden eiken slechts een dozijn of zo originelen zijn de andere zijn uit hun wortels opgekomen; dat de originele eiken soms met elkaar in verbinding staan en een gezamenlijke huishouding voeren; dat er gevallen voorkomen van zieke of verminkte eiken die genezen worden door toevoer uit de wortels van naburige soortgenoten: want het wortelbereik van een eik, dat vijf keer zo uitgestrekt kan worden als zijn kruin, zoekt ook vaak ondergrondse verbindingen met gezonde soortgenoten.

Voor lezers die weinig van eiken afwisten is dit laatste hoofdstuk de kroon op het werk. Voor kenners zal het minder bijzonder zijn, die wisten misschien het meeste ervan allang – misschien uit een van de talrijke bronnen die Logan opgeeft. De kracht van het werk ligt in de presentatie, soms verwarrend, soms glashelder, soms droog, soms onderhoudend, maar steeds in een gloed van vriendschap voor het onderwerp.

De term vriendschap is hier niet willekeurig gekozen. In een nawoord wordt de eikenboom vergeleken met de Eiffeltoren, waarvan de structuur op enkele punten verwant is. Al is ook dit door een andere boomkundige eerder opgemerkt, Logan maakt er een eigen gedachte van en prijst het rijke leven van de boom boven de metallieke klim van de toren. Dat ligt nogal voor de hand, zal een lezer misschien zeggen, en niettemin vriendschap voor de eik voelen.

William Bryant Logan: Oak. W.W. Norton & Co., 336 blz. €26,