Hulp van politici

Stel, u bent werkzaam ergens in de publieke sector. Geeft niet waar. Kies uw eigen favoriete voorbeeld. U bent hulpverlener bij een bureau voor jeugdzorg. Leerkracht op een basisschool. Arts in een ziekenhuis. Maatschappelijk werker bij de sociale dienst. Wetenschappelijk medewerker aan een universiteit.

U houdt van uw werk, maar u lijdt al jaren in stilte onder drie met elkaar samenhangende fenomenen die uw arbeidsvreugde in hoge mate bedreigen.

1. U wordt permanent lastiggevallen door managers, beleidsmakers en politici die uw organisatie elke zoveel jaar volledig overhoop willen halen, om te laten zien dat zij daadkrachtige, visionaire bestuurders zijn, geen kruideniers die `op de winkel passen' of watjes die bang zijn voor een beetje weerstand van onderop.

2. U bent 20 of 30 procent van uw werktijd (en soms nog wel meer) kwijt aan het opstellen van plannen waarin u moet uitleggen wat u gaat doen en aan het schrijven van verslagen waarin u verantwoordt wat u gedaan heeft. U moet verantwoording afleggen aan tal van hoger geplaatste gremia die allemaal primair toezicht uitoefenen op basis van papieren verslagen. De inspectie of een andere controlerende instantie komt niet bij u op bezoek om te zien hoe u het ervan afbrengt; de controleur leest uw kwaliteitsjaarverslag of de zelfstudie waarin u uitlegt hoe uw `systeem van interne kwaliteitszorg' functioneert.

3. Zo nu en dan vindt er in uw organisatie een incident plaats dat breed wordt uitgemeten in de media en dan wordt het allemaal nog erger. Dan wordt u met spoed opnieuw gereorganiseerd, of men dwingt u om nog meer verantwoording af te leggen aan nog meer toezichthouders.

Wie moet dit complex van problemen aankaarten en hoe? Als u gaat klagen over reorganisaties en stelselwijzigingen staat u al snel bekend als een conservatieve werknemer, die niet met zijn tijd meegaat en voor wie het tempo kennelijk te hoog is. Achter uw rug zullen hogere machten gaan praten over een broodnodige verjonging van het personeelsbestand, want met u en uw medefossielen valt geen `kwaliteitsslag meer te maken'.

Als u klaagt over de u opgelegde prestatiecriteria, over de verantwoordingsplicht en de eindeloze stapel formulieren die u moet invullen zal de verdenking postvatten dat u aan die prestatiecriteria blijkbaar niet voldoet. Terugschrikken voor de verantwoordingsbureaucratie is ook suspect; we leven toch immers in een tijd waarin publieke organisaties `accountable' horen te zijn en accountability kan niet zonder transparantie.

U kunt natuurlijk hulp zoeken bij de media en hun uitleggen hoe het toegaat in uw organisatie, maar dat is een uiterst riskante strategie. U hoopt op een sympathiek verhaal of een indringende televisiereportage over een organisatie in nood, maar de vriendelijke journalist die u interviewt zou er een heel andere draai aan kunnen geven. Hij zou kunnen inzoomen op de incidenten en de missers die ook in uw organisatie natuurlijk kunnen worden aangetroffen. Hij zou kunnen gaan praten met ontevreden cliënten. Die zijn er bij elke organisatie en bij media-aandacht hebben zij het voordeel dat u – als arts, ziekenverzorgende, leerkracht of hulpverlener niet naar buiten kunt treden met details over hun dossier. Voor u het weet wordt het dan allemaal nog erger.

Veel werknemers in de publieke sector nemen die risico's niet. Zij verzetten zich niet openlijk tegen reorganisaties en stelselwijzigingen, maar proberen er zo goed en zo kwaad als het gaat langsheen te leven. Zij zorgen dat ze hun zaakjes in elk geval op papier in orde hebben om opeenvolgende verantwoordingsrondes te kunnen doorstaan. Zij proberen hun werk zo goed mogelijk te doen en ze blijven er ondanks alles van houden. Zij gaan niet actief op zoek naar hulp van buitenaf.

Maar zo af en toe gloort er een sprankje hoop. Dan doemt er een aardige journalist op die niet na één interviewtje weer weggaat, maar die meeloopt met de maatschappelijk werksters en die de dagelijkse praktijk in de jeugdhulpverlening opschrijft in een heel mooi feuilleton in de Volkskrant.

Of er komt iemand kijken van een prestigieus adviesorgaan als de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid en die schrijft in een dik rapport over de publieke dienstverlening, dat de `stapeling van controlemechanismen' contraproductieve effecten heeft, omdat iedereen er tureluurs van wordt.

Of er verschijnen plotseling twee Kamerleden die een paar maanden lang het Binnenhof mijden om in plaats daarvan studie te maken van de publieke sector en die in een indringend artikel in de krant (de Volkskrant 8 september, pagina 10) betogen dat het nu eens helemaal uit moet zijn met de macho-politiek die daar al jaren wordt gevoerd. Macho-politiek. Het is precies het goede etiket voor het beleid van stelselwijzigen, afrekenen en verantwoorden dat de publieke sector teistert en Ella Kalsbeek en Jeroen Dijsselbloem willen ervan af.

Weg met de macho-politiek. Een prachtige campagneleus voor de Partij van de Arbeid bij de volgende verkiezingen.

    • Margo Trappenburg