Hogeschool leidt op tot topcoach, mét diploma

De Academie voor Lichamelijke Opvoeding (ALO) in Amsterdam biedt onderdak aan een eredivisieploeg met jeugdig volleybaltalent én een opleiding tot topcoach. ,,Dit is echt onderwijs.''

Woensdag nog liep hij in Den Haag te hoop tegen ,,het gebrek aan visie van deze regering als het gaat om sport en beweging''. Gisteren was het tijd voor een vrolijke noot, want als directeur van de Academie voor Lichamelijke Opvoeding (ALO) in Amsterdam was Cees Vervoorn het stralend middelpunt bij de opening van de nieuwe locatie van zijn onderwijsinstelling, vlakbij Sportpark Ookmeer.

Trots is Vervoorn op de totstandkoming van het nieuwe complex (kosten 20 miljoen euro) met zijn glazen koepels en grasdak. Maar het gezicht van de oud-topzwemmer betrekt zodra de toekomstperspectieven van zijn studenten ter sprake komt. Het vak van gediplomeerd sportdocent wordt in zijn ogen al jaren niet serieus genomen in Nederland, alle alarmerende geluiden over de voortschrijdende bewegingsarmoede ten spijt.

Volgens Vervoorn (45) knoopt de overheid de losse eindjes niet aan elkaar. ,,Het probleem is duidelijk: de jeugd beweegt te weinig, met alle excessen als overgewicht vandien. In Den Haag beseft men inmiddels ook wat daarvan de kwalijke gevolgen zullen zijn. Prima, maar stel dan ook vier keer per week sport verplicht. Maar in plaats van de geboden kansen van het onderwijs op te pikken, wordt de vakleerkracht zeker op het mbo weggedrukt. Het fundamentele recht om te bewegen wordt jongeren zo ontnomen.''

Zijn ALO, onderdeel van de Hogeschool van Amsterdam (30.000 studenten), telt bijna 1.600 leerlingen, verspreid over drie opleidingen: lichamelijke opvoeding (700), sport en management (600) en voeding (300). Animo in overvloed. Jaarlijks moet Vervoorn drie van de vier studenten in spe teleurstellen. Hij weet het dan ook zeker: ,,Sport leeft, sport biedt maatschappelijk-economische kansen. Alleen moet je als overheid wel durven kiezen, en niet berusten in halfslachtige maatregelen.''

Zo'n onvoorwaardelijke keuze maakte de werkgever van de voormalig chef de mission van de paralympische ploeg (2000) wel. Sinds 1 september biedt de academie onderdak aan een eredivisieploeg met jeugdig volleybaltalent. Het is een opmerkelijk initiatief, dat ontstond toen de topsportpoot van de volleybalbond (Pro Volley) vorig jaar failliet ging. Na twee jaar onder de vlag van eredivisieclub Capelle te zijn uitgekomen stonden jeugdbondscoach Gido Vermeulen en zijn dertien junioren van de ene op de andere dag op straat, waarna de eerste, zelf een oud-docent aan de ALO, zich tot Vervoorn wendde.

Die hapte toe, op voorwaarde dat de bond een licentie verstrekte en ,,de verantwoordelijkheid verder volledig bij ons zou leggen''. Het onderwijs als vangnet van de falende topsport? Vervoorn: ,,Zo wil ik het niet noemen. Wij zijn partners die elkaar vinden in tijden van schaarste. Op zo'n moment is creativiteit vereist.''

Vervoorn verwacht dat zijn academie meer topsport- en studieprojecten gaat huisvesten. ,,Wij helpen hen, maar de volleyballers helpen ons ook. Dit project levert ons intern 25 tot 30 stageplaatsen op.'' Zeven van de dertien volleyballers studeren aan de ALO, maar een voorwaarde is dat niet. Studenten van andere in Amsterdam gevestigde onderwijsinstellingen zijn ook welkom. Vervoorn: ,,Maar ze moeten wel hier komen wonen; we sluiten geen compromissen.''

Zo klinkt het wel, want de combinatie studie-topsport is geen expliciete keuze voor het laatste. Vervoorn: ,,Nederland telt maar een paar olympische topsporters die van hun sport kunnen leven. Bovendien ken ik te veel sporters die een geïsoleerd bestaan leiden door zich volledig op hun sport te focussen. Op het moment dat het moet volgt dan vaak een ondermaatse prestatie. Een studie zorgt voor balans in het sportleven, heb ik zelf ervaren.''

Het volleybalproject is niet het enige opmerkelijke ALO-initiatief. Begin volgend jaar gaat zowel in Amsterdam als bij de collega's in Groningen de eerste hogere beroepsopleiding tot trainer-coach van start. Daarmee gaat een diepgekoesterde wens van technisch directeur Charles van Commenée van NOC*NSF in vervulling. Bij zijn aantreden, eerder dit jaar, verkondigde de chef de mission van de olympische ploeg (2008) dat het tijd werd te investeren in de begeleiding. In dat licht past ook de oprichting van de vakbond NL.coach.

Ook Henk Gemser, NOC*NSF-bestuurslid topsport, juicht de komst van een topcoach-opleiding toe, al wil de oud-schaatscoach niet spreken van een inhaalslag. ,,Alle topcoaches in Nederland zijn autodidacten. Zelf haalde ik mijn kennis indertijd uit Duitsland, en dan vooral bij de Sporthochschule in Keulen. Verder was het knutselen. Van een afgedankt treinonderstel maakte je een trainingsapparaat.''

Directeur Jos Kusters van de Nederlandse zwembond heeft zijn medewerking aan het pilotproject toegezegd, ondanks het feit dat zijn bond over een eigen opleiding tot topcoach beschikt. ,,Maar het een sluit het ander niet uit, want als zij-instromers zijn onze cursisten hier bijvoorbeeld beter af als het gaat om een vakgebied als mental coaching.''

Vervoorn heeft hoge verwachtingen van Nederlands eerste topcoachopleiding. ,,Niets ten nadele van al die andere cursussen, maar dit is echt onderwijs. Er zit een diploma aan vast. Met zo'n papiertje maak je er een vak van.''