Geniaal ontwerp

In zijn `Mutanten' ontdoet Armand Leroi de freaks van hun buitenissigheid en schrijft en passant een ontroerende wetenschapsgeschiedenis. Iedereen heeft wel een gen dat is ontspoord.

Waar haalde Homerus zijn cycloop vandaan? Uit de werkelijkheid. Armand Leroi demonstreert dat in zijn meesterlijke boek Mutanten. Over de (mis)vorming van het menselijk lichaam. Hij drukt een specimen af dat hij uit B.C. Hirst en G.A. Piersols Human Monstruosities (1893) ontleende, maar levert tevens de verklaring van deze afwijking. Cyclopie wordt veroorzaakt door alcoholverslaving of diabetes van de moeder, er treedt een mutatie op in een signaaleiwit dat sonic hedgehog heet en dat `de topografie van het gezichtscentrum bepaalt'.

En hoe komen mythologische figuren als de Griekse meestertimmerman Hephaestos of de Edda-smid Wieland aan hun klompvoeten? Eveneens door genetische variatie,zoals die in de realiteit is waargenomen. Waarom zijn castratenzangers of eunuchen vaak zo lang en worden ze nooit kaal? Dankzij de fysio-technische gevolgen van het snoeimes. Vanwaar de beroemde elephantman? Een gen dat een eigenzinnige weg ging. Alle gevallen die Armand Leroi noemt, laten zien dat je het zo gek niet kunt bedenken, of de natuur heeft het al uitgevonden. Anders gezegd: het genie van de natuur is vele malen groter dan dat van de mens.

Een ander fraai voorbeeld leverde de Scriblerus-club. In hun jonge jaren vormden Jonathan Swift, Alexander Pope, John Arbuthnot en enkele anderen een vriendenclub, die een satire produceerde dat Herinneringen aan het buitengewone in leven, werken en ontdekkingen van Martinus Scriblerus heette. Het is een product van de ratio, typisch achttiende-eeuws, waarin ad absurdum wordt doorgeredeneerd. Voor het laatste heb je fantasie nodig, zou je zeggen. Maar de natuur kan zelf ad absurdum `doorredeneren'. De `Scriblerianen' zoals ze zich rond 1714 noemden, hadden het materiaal dan ook voor het oprapen. In het langste hoofdstuk – `De dubbele geliefde' – heeft Martinus Scriblerus de fout begaan verliefd te worden op Lindamira, de ene helft van een op de kermis tentoongestelde Siamese tweeling. Hij heeft daarbij het ongeluk dat er ook voor de andere Siamese helft (Lindamora) belangstelling is, en wel van de piepkleine Afrikaanse prins Hai-Paw-Waw, die in het geheim met zijn geliefde huwt. Martin besluit zijn beminde (die hij eveneens heeft gehuwd) te schaken, maar het gecombineerde object van liefde blijft in het vensterkozijn van haar hotelkamer steken. Hoe kan Scriblerus zijn huwelijk in de gewenste intimiteit consumeren? Er zit niks anders op dan de kwestie voor de rechter te brengen. Er worden advocaten ingehuurd, de rechtbank stelt een `jury van matrones' in, en de rechtspleging kan een aanvang nemen. Centraal probleem is waar de wettige wederhelft begint en waar ze ophoudt. Van hoofd en hart bezit de Siamese tweeling twee, maar heeft zij ook twee geslachten? Zoniet dan ligt het overspel op de loer.

Deze avonturen zijn uiteraard niet allemaal `echt gebeurd', maar de werkelijkheid van die dagen bracht de Scriblerianen een heel eind op weg. In 1708 liep heel Londen uit voor de tentoonstelling van de Hongaarse Siamese tweeling Helena en Judith, twee zevenjarige meisjes die één onderlichaam deelden. Naar de algemene opvatting waren zij geworden wat ze waren, omdat hun moeder tijdens de beslissende weken van hun wording de waarneming van een hond met twee koppen in haar baarmoeder had verwerkt. De Londense knappe koppen dachten verder intensief na over de consequenties van het bestaan in zo'n fysiek. In het tijdschrift The British Apollo werd een soort vraag- en antwoordspel gehouden. Het lijkt erop dat Scribleriaan to be John Arbuthnot, zelf medicus, daarbij enkele antwoorden voor zijn rekening nam en van Swift zijn brieven bekend waarin hij over de tweeling schrijft. Ook de juridische problematiek rond het aantal geslachtsdelen van de Hongaarse combi-meisjes die we bij Scriblerus vinden speelt in de Apollo een rol. Tenslotte blijkt enkele jaren later in een soortgelijke show een kleine zwarte prins te zijn getoond, die in het Scriblerus-verhaal onder de naam Hai-Paw-Waw terecht is gekomen.

Fysieke fenomenen van de menselijke soort. Ze figureren op veel plaatsen in de wereldliteratuur, we vinden ze gefotografeerd terug in Akimitsu Naruyama's Freaks (1999): stronken, reuzen, vrouwen met baarden, levende skeletten, dwergen, mannen en vrouwen met rubbernekken of hondenkoppen, mensen met een krokodillenhuid, menselijke meerminnen, cyclopen, pygmeeën, hermafrodieten, vrouwen met een derde borst, schubbenman, knobbelvrouw, luipaardachtigen.

Mutanten biedt oneindig veel rijker stof. Armand Leroi is evolutiebioloog. Zijn boek is juist bedoeld om de freak van zijn onthutsende buitenissigheid te ontdoen. De meeste mensen, zegt hij, hebben ergens in hun genen een onvolkomenheid, voortkomend uit een storing in het mechanisme dat DNA kopieert of repareert. `Door sommige mutaties worden hele stukken chromosomaal materiaal weggevaagd of toegevoegd. Andere beïnvloeden slechts één enkele nucleotide, één enkele DNA-bouwsteen. Mutaties veranderen de betekenis van de genen.' Van sommige mutaties, gaat Leroi verder, krijg je niet alleen rood haar, maar word je ook dik. Van een andere krijg je korte vingers en tenen, alsmede misvormde geslachtsdelen. Er is geen maatstaf voor hoe een menselijke genoom er uit moet zien, in de praktijk is iedereen een mutant. In die zin had Leroi zijn boek ook `Genetische pechvogels' kunnen dopen, want hij concentreert zich op uitwassen in zijn veld van onderzoek.

Een boek als Mutanten bevat uiteraard zeer veel woorden en zinnen die de lezer van belletrie of krant niet zeer vertrouwd zijn. Er wordt heel wat uitgelegd, en hier en daar schemert het de lezer. Een zin als deze moest ik tenminste twee keer lezen: `Eén gen, SRY, twee normale toestanden (aanwezig bij Y, afwezig bij Y), twee abnormale toestanden (afwezig bij Y, aanwezig bij X), en een volledige omkering van alles wat met het geslacht te maken heeft.' Maar Leroi heeft de gave van het heldere woord, en de verdienste erudiet te zijn. Mutanten is een uiterst leesbaar, zo niet meeslepend boek.

Naast de `ontmythologisering' van mythische figuren uit de wereldliteratuur, is een ander aardig aspect van Armand Lerois Mutanten de manier waarop hij omgaat met zijn voorgangers op natuur-historisch gebied. Ook daaruit blijkt hoezeer hij boven zijn stof staat. In de verkenning van wetenschappelijke wegen en dwaalwegen bij de verklaring van uitzonderlijke menselijke verschijningen is zijn boek ook nog eens een kleine wetenschapsgeschiedenis, waarin ook in pertinent onjuiste theorieën goede lampjes blijken te branden. Lerois boek heeft zelfs mondiaal-maatschappelijke implicaties: `Doorgaans denkt men dat de grenzen tussen de rassen scherp zijn, maar veranderingen in de verschijnsfrequenties van genvarianten zijn over het algemeen gelijkelijk verdeeld.' Met andere woorden: in de onderverdeling van de menselijke soort is het begrip `ras' eigenlijk van ondergeschikt belang.

Van het laatste trof ik een onthutsend voorbeeld aan. Leroi drukte een gravure af waarop Marie Sabine wordt afgebeeld, een klein negroïde meisje uit het Colombia van de achttiende eeuw. Zij lijdt net als schrijver dezes aan vitiligo, de aandoening waarbij het pigment vleksgewijs uit de huid verdwijnt. Misschien hebben lezers van Mutanten met een waterhoofd, zesvingers of een horrelvoet een vergelijkbare ervaring, ik weet het, maar ik raakte opgetogen bij dit beeld. Marie Sabine en ik hadden als rariteit naast elkaar op de kermis kunnen staan. De beroemde Franse natuurhistoricus Buffon, die de gravure in zijn Histoire Naturelle Générale en Particulière (1777) opnam, dacht dat Marie Sabina het kind was van een blanke en een negerin, maar het waren beide zwarte slaven. Mijn ouders zijn beide blanke Friezen en Buffon zat er inderdaad naast. Vitiligo wordt veroorzaakt door dominante mutaties in minstens vijf genen, zegt Leroi. Die zorgen ervoor dat stukken huid zonder melanocyten zitten en volkomen wit zijn. Het kan zich bij mensen van elke huidskleur voordoen, om nog maar te zwijgen van paarden, katten en een muizenras met de naam splotch. Dat laatste mag dan enigszins ontnuchteren. Maar het feit blijft overeind dat sommige mensen er nu eenmaal het wandelend voorbeeld van zijn, dat het genie van de natuur zich kan verheugen in wonderlijke, prachtige producten.

Armand Leroi: Mutanten. Over de (mis)vorming van het menselijk lichaam. uit het Engels vertaald door Robert Vernooy. Contact, 415 blz. €29,90

    • Atte Jongstra