Donner maakt indruk met harde waarheid

In `scherpe bewoordingen' nam minister Donner gisteren de verantwoordelijkheid voor de fouten in de zaak-Nienke. Daarmee maakte hij indruk op Kamerleden.

Om kwart over elf 's avonds is het zeker dat minister Donner (Justitie, CDA) niet hoeft af te treden omdat er fouten zijn gemaakt in de zaak van het vermoorde meisje Nienke. Maar Donner kijkt kwaad. Tweede-Kamerlid Frans Weekers (VVD) heeft gezegd dat hij de minister nog steeds vertrouwt en dat zijn partij de motie van wantrouwen van GroenLinks en de SP niet zal steunen. Maar hij heeft ook gedaan alsof het door hém komt dat een commissie zal gaan onderzoeken of in andere zaken van justitie fouten zijn gemaakt die lijken op de fouten in de zaak-Nienke. Weekers zegt: ,,Dat was nadrukkelijk op óns verzoek.''

Het Tweede-Kamerdebat over de zaak-Nienke, dat gisteren werd gehouden naar aanleiding van een evaluatieonderzoek, was al om kwart over één 's middags begonnen. Om half acht 's avonds werd het opeens spannend omdat Kamerlid Aleid Wolfsen (PvdA) dreigende woorden sprak. De minister, vond hij, zou moeten toegeven dat de officier van justitie in de zaak-Nienke informatie had achtergehouden over DNA-sporen die onderzoekers van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) hadden gevonden van een `derde persoon' – niet van het slachtoffer zelf en ook niet van de man die werd verdacht van de moord, Cees B. Volgens de minister gingen de twijfels van het NFI over iets anders: er was geen forensisch materiaal dat de schuld van Cees B. aantoonde. Die twijfels hadden natuurlijk bekendgemaakt moeten worden. ,,Maar van kwade opzet was geen sprake.''

Wolfsen, bij de interruptiemicrofoon, was een paar keer opnieuw begonnen over de DNA-sporen. Hij vond dat Donner geen antwoord gaf op zijn vraag. En hij zei: ,,Minister, breng uzelf niet verder in de problemen. Zoek het even uit.''

Een paar minuten later stond PvdA-fractieleider Wouter Bos in de zaal waar het debat werd gehouden. Hij praatte even met Wolfsen en ging weer weg. Het was toen al bijna zeker dat GroenLinks en de SP met een motie van wantrouwen tegen de minister zouden komen. En Kamerlid Lousewies van der Laan (D66) had gezegd dat het niet zeker was of `deze minister' het vertrouwen in de rechtsgang zou kunnen herstellen.

Als Donner haar daar niet van zou kunnen overtuigen tijdens het debat zou de PvdA opeens de kans kunnen krijgen om Donner te laten vallen – en daarmee waarschijnlijk het hele kabinet. Maar was dat slim? Het CDA, een mogelijke coalitiepartner voor de PvdA na de volgende verkiezingen, zou woedend zijn.

Daarna had Wolfsen nog één keer gedreigd. Hij wilde van Donner de toezegging horen dat de nieuwe commissie – onder leiding van procureur-generaal Posthumus die ook de zaak-Nienke had geëvalueerd – alle zaken zou onderzoeken die volgens de Tweede Kamer onderzocht moesten worden. Donner weigerde dat. Hij wilde zich niet ,,zonder meer overleveren'' aan de Kamer. Wolfsen zei: ,,Deze minister is bang voor de waarheid.''

Maar van tien over half elf 's tot elf uur 's avonds had fractieleider Bos naast Wolfsen in de kamerbankjes gezeten. Hij had op Wolfsen ingepraat en Wolfsen maakte aantekeningen. In de spreektijd die hij daarna kreeg zei hij dat de PvdA-fractie zich realiseerde hoe moeilijk het zou zijn om `buiten het parlement' uit te leggen dat de minister mocht blijven. Maar Donner had belangrijke toezeggingen gedaan, er was openhartig gedebatteerd en de PvdA wilde hem graag de kans geven om te doen wat hij had beloofd.

Donner had die steun toen niet meer echt nodig. LPF-Kamerlid Joost Eerdmans, die aan het begin van het debat had gezegd dat de minister veel te laat met een `beterschapsbrief' uit een `groot justitieel wak' probeerde te komen, vond aan het eind van de avond dat Donner tijdens het debat `sterk, overtuigend en emotioneel' was geweest. Ook Van der Laan (D66) was `onder de indruk' van de `scherpe bewoordingen' waarmee Donner de verantwoordelijkheid voor de fouten in de zaak-Nienke op zich had genomen. Ze noemde nog eens op wat Donner had toegezegd: er kwam een onderzoekscommissie en medewerkers bij jusitie zouden door een `verbeterprogramma' leren om bewijsmateriaal beter op waarde te schatten.

Maar wat had Donner tijdens het debat nu precies beloofd en hoe kwam het dat Kamerleden hem overtuigend en emotioneel hadden gevonden? Kamerlid Weekers (VVD) had aan het begin van de middag gevraagd om een `onafhankelijk, gezaghebbend en wijs driemanschap' dat zou moeten nagaan of de fouten uit de zaak-Nienke een `incident' waren geweest. Donner wilde geen onafhankelijke commissie omdat er daardoor `parallelrechtspraak' georganiseerd zou gaan worden. ,,Dan ondergraven wij de hele rechtspraak.'' Weekers had het voorstel van Donner meteen goed gevonden – het was zíjn idee geweest.

Verder had Donner gezegd wat hij eerder al in brieven aan de Tweede Kamer had geschreven. Politie en justitie hadden in de zaak-Nienke ernstige fouten gemaakt en hij nam alle aanbevelingen uit het rapport over. Hij bleef erbij dat er geen opzet in het spel was om een onschuldige – Cees B. – te laten veroordelen.

In het debat had Donner ook gezegd dat zedenmisdrijven waar kinderen het slachtoffer van zijn, iedereen `beroerden'. Dat bleek ook, vond hij, uit het evaluatieonderzoek. Een medewerker uit het mortuarium had Nienke in de nacht na de moord over haar wang geaaid en ze had een beertje op de lijkzak gelegd. In het evaluatieonderzoek was dat een voorbeeld van de manier waarop bewijsmateriaal was vernietigd. Donner wilde er gisteren mee laten zien hoe `gedreven' en `betrokken' zijn medewerkers waren. Hij zei: ,,Uit een oogpunt van sporenonderzoek is het rampzalig, uit een oogpunt van menselijkheid is het een monument.'' In de grote zaal van de Kamer was het stil gebleven. En er was geknikt toen Donner zei: ,,Kinderen horen niet vermoord te worden.''