De Grote Schilder Gedichtenquiz

Drie weken geleden plaatsten we in het Cultureel Supplement de Grote Schildergedichtenquiz. U kunt nog steeds meedoen!

Op 15 juli 2006 wordt gevierd dat Rembrandt van Rijn vierhonderd jaar geleden werd geboren - 2006 zal `Rembrandt-jaar' zijn.

Poetry International sluit daar op aan voor de komende editie van de jaarlijkse Gedichtendag, 26 januari 2006 met het thema `poëzie en schilderkunst'.

Voor de bijbehorende Grote Schildergedichtenquiz bedachten Janita Monna van Poetry International, Guus Middag en Pieter Steinz (beiden van NRC Handelsblad) vijftien vragen over de dwarsverbanden tussen beeldende kunst en poëzie.

Voor de inzenders van de meeste goede antwoorden zijn drie uitnodigingen (voor twee personen) voor de opening van de tentoonstelling All the Rembrandts beschikbaar, de woord- en beeldtentoontstelling die het Rijksmuseum in Amsterdam t.g.v. Gedichtendag 2006 inricht. Tevens onvangen deze winnaars een jaarlidmaatschap van Gerrit Komrij's `Poëzieclub.' Vijf exemplaren van het boekje All the Rembrandts zijn de troostprijzen van dit jaar.

Vul de quiz in en stuur de antwoorden vóór 26 september 2005 op naar het volgende adres:

NRC Handelsblad t.a.v. Mireille de Jong

Postbus 8987

3009 TH Rotterdam

(o.v.v. Schildergedichtenquiz)

De quiz kan ook worden ingevuld en verzonden via een formulier op www.nrc.nl

De uitslag van de Grote Schildergedichtenquiz wordt bekendgemaakt in het Cultureel Supplement van 14 oktober 2005.

1

Ter gelegenheid van het eervorige Rembrandtjaar, 1956, publiceerde Simon Vestdijk een bundel met gedichten over de oude meester. Welk schilderij wordt in de volgende regels beschreven:

Geluk dat kan wel jaren duren.

De man en 't bruidje, monter paar

a) Het Poolse bruidje

b) Zelfportret met Saskia op zijn knie

c) De Heilige Familie

d) Het joodse bruidje

2

Stuur uw muze nooit naar huis

maar pak haar stevig in het kruis

Boeken met `emblemata', symbolische plaatjes met rijmende bijschriften, waren vooral populair in de zeventiende en achttiende eeuw. Welke dichter-schilder maakte bovenstaande moderne variatie?

a) Joke van Leeuwen

b) Jan Wolkers

c) Charlotte Mutsaers

d) Jac. van Looy

3

In 1996 stelde een bekende Nederlandstalige dichter voor het Amsterdamse Stedelijk Museum een tentoonstelling samen onder de titel `Kijken is bekeken worden'. Wie was dat?

a) Harry Mulisch

b) Gerrit Komrij

c) Cees Nooteboom

d) Remco Campert

4

Welke schildersnaam moet op de plaats van de streepjes ingevuld worden in deze strofes van

Drs. P?

Ja, alles goed en wel, maar hoor eens even

Je moet --- zijn, om dat weer te geven

Die compositie en dat coloriet

Wie is vandaag de dag nog zo bedreven?

De Meesters, ach zijn uitgestorven, Piet

Kom kom, aan onze schilders ligt het niet

Naar mijn gevoelen komt het, beste Jan

Doordat men nooit meer zulke meisjes ziet

a) Van Gogh

b) Dalí

c) Vermeer

d) Manet

5

Welke tekstdichters vereeuwigden achtereenvolgens deze schilders in een liedje:

Jeroen Bosch – Andy Warhol – Pablo Picasso –

Vincent van Gogh

a) David Bowie – Neil Diamond – Don McLean – Lennaert Nijgh

b) Neil Diamond – Don McLean – Lennaert Nijgh – David Bowie

c) Don McLean – Lennaert Nijgh - David Bowie – Neil Diamond

d) Lennaert Nijgh – David Bowie – Neil Diamond – Don McLean

6

Welke dichter woonde op de Jozef Israelskade in Amsterdam?

a) Ruben van Gogh

b) Albert Verwey

c) Herman De Coninck

d) Gerard Reve

7

Van welke dubbelkunstenaar is deze combinatie van beeld en poëzie?

Schaduw

Al train je nog zo hard

en oefen je nog zo lieflijk

die schaduw op de vloer

doet het gladder, milder,

als een beweeglijk lief lijk.

a) Lucebert

b) Leo Vroman

c) Armando

d) Hugo Claus

8

In 1994 publiceerde K. Michel een gedicht dat begint met de volgende regels:

Door het open raam vliegt een spreeuw

het atelier van Hans Broek binnen

en kakt onderweg op het schilderij

in het blauwe vlak linksboven

`Klaar' bromt de schilder

Aan welke beroemde sportanekdote ontleende dit gedicht zijn titel?

a) De kat van Pantani

b) De meeuw van Treytel

c) De vogelpoep van Van der Duim

d) Het vallen van Eddy the Eagle

9

Welke dichter heeft in de tuin van het Rijksmuseum gewoond?

a) J.W. Schulte Nordholt

b) F. Schmidt-Degener

c) J.A. Alberdingk Thijm

d) A. Roland Holst

10

Robert Anker, W.H. Auden, Gottfried 10 10 Benn, Drs P., Pé Hawinkels, Judith Herzberg, Jan Kal, Willy Spillebeen, Albert Verwey, William Carlos Williams. Al deze dichters hebben een gedicht gewijd aan hetzelfde schilderij. Welk schilderij is dat?

a) De val van Icarus (Pieter Breughel de Jongere)

b) Mona Lisa (Leonardo Da Vinci)

c) Korenveld met kraaien (Vincent van Gogh)

d) Guernica (Pablo Picasso)

11

Welk merk naaimachine kocht de expressionistische schilder Floris Jespers (maker van het hierbij afgebeelde schilderij) volgens een beroemd gedicht van

Paul van Ostaijen (1896-1928)?

a) Husqvarna

b) Pfaff

c) Singer

d) Lewenstein

12

Wie dichtte de volgende regels bij het schilderij De schiettent van Pyke Koch?

Schieten jongens of schiet op!

Brandt er licht voor niets in top

Tussen pop en pijpekop?

Raak maar eens een witte knop

a) Martinus Nijhoff

b) Kees Stip

c) Willem Wilmink

d) Rutger Kopland

13

Verbind deze dichtregels met de werken van Picasso waarnaar ze verwijzen:

a) Some guys try to pick up girls and get called assholes/

That never happened to Pablo Picasso

(Jonathan Richman)

b) Toen zuchtte Pablo zijn moeders naam uit:

en doodse nevel uit zee //

Versluierde Knossos

(Harry Mulisch)

c) So that's life, then: things as they are?

It picks its way on the blue guitar

(Wallace Stevens)

d) Picasso

you give us Things

which

bulge [...]

(e.e. cummings)

14

`Waarom schilderde Rembrandt Titus?' Dat vraagt Henk Spaan zich af, in de eerste regel van een gedicht over het portret dat de schilder van zijn zoon maakte. Rembrandt wilde `een zoon tegen de sterfelijkheid', maar die had daar zo zijn bedenkingen bij, volgens Spaan:

Ben ik

alleen gekomen als vervulling

van mijn vaders dromen? [...]

In het duister van de nacht

heeft Titus van Rijn het

vaak genoeg vervloekt om

Rembrandts zoon te zijn.

Alleen uit de titel blijkt dat Spaan met zijn gedicht niet

Titus, maar iemand anders wilde portretteren. Wie?

a) Hans Kraaij Jr.

b) Paolo Maldini

c) Jordi Cruijff

d) Youri Mulder

Rectificatie / Gerectificeerd

Bij de opgaves voor de Grote Schilder Gedichtenquiz (16 september, pagina 18) zijn twee illustraties weggevallen. De bovenste hoort bij vraag 2, de onderste bij vraag 3. De illustratie bij vraag 11 hoort bij vraag 12. De quiz is ook te vinden via www.nrc.nl

    • Guus Middag
    • Pieter Steinz
    • Janita Monna